Meteen naar de tekst springen

INDEX >> FESTIVALS >>

IFFR 2013 - DEEL 2
Wanordelijke tieners en auteursfilms

 

Bob van der Sterre | 10/02/2013


Share/Bookmark

Veel kritische noten, dit IFFR. Op de winnaar van de Tiger-award, Fat Shaker, die ronduit onbegrijpelijk was maar kennelijk goed genoeg voor de hoofdprijs. Kritische noten op het programma. Maar wie selectief kan kiezen, vindt ook parels van films, pure auteurscinema.

>> Lees ook: IFFR 2013 - DEEL 1 - Conventies, verrassingen en teleurstellingen

Het Rotterdamse programma lijkt soms te veel gericht op één bepaald soort film; het type oerernstige film met veel verstilde beelden en provocerend drama. ‘Ik weet wanneer een Aziatische regisseur een film maakt met scènes van een vrouw, vastgebonden op een stoel, waar overheen wordt gepiest, die op zal duiken in het Rotterdamse programma.’ Reactie van Jay Weissberg, filmjournalist van Variety.

In een artikel in de laatste Filmkrant wordt het festival gepeild door professionals, en Jay Weissberg treft zo goed de kern van het IFFR dat ik de lezer de rest niet kan onthouden: ‘Misschien is het grootste probleem van het IFFR dat ze overtuigd zijn dat hun opvatting van cinema heeft geresulteerd in het verbreden van de horizonten van het medium, terwijl ze die horizonten in wezen hebben gereduceerd tot een zeer specifiek gezichtspunt.

‘Te lang (…) heeft het festival een vorm van arthousecinema voorgestaan die zich kenmerkt door bleke verhaallijnen, hand-held camerawerk en de misvatting dat jeugdcultuur superieur is. (…) IFFR zou een breder palet aan hedendaagse cinema moeten bieden dat verder reikt dan onder andere navelstaren, de esthetisering van derdewereldarmoede, prostitutie en wangedrag van tieners. De troetelregisseurs maken films die door bepaalde programmeurs hip of scherp worden gevonden, een opvatting die slechts door een extreem beperkt aantal IFFR-gasten wordt gedeeld. Mijn stellige overtuiging is dat sommige regisseurs zulke films maken, juist omdát ze weten dat die op het IFFR zullen worden vertoond.’

Deze opmerking van Weissberg lijkt ook de laatste editie van het festival te worden onderstreept met een routineuze programmering van coming of age-films. Lasting (Polen), Sunshine Boys (Zuid-Korea), The Unspeakable Act (VS), Lukas The Strange (Filippijnen), Miroir mon Amour (Frankrijk), They’ll Come Back (Brazilië), It Felt Like Love (VS), Avant Mon Coeur Bascule (Canada), Bellas Mariposas (Italië), I e Te (Italië), Noche (Mexico). Allemaal drama’s over kinderen met issues.

Wanordelijke tieners
Deze beschrijving van de film It Felt Like Love zou je nagenoeg op alle coming of age-drama’s kunnen loslaten: ‘een intiem, broeierig en bij vlagen schrijnend puberdrama’. Bovenstaande trailer van Bellas Mariposas zou toepasbaar kunnen zijn voor soortgelijke drama’s. Het concept is oereenvoudig. Stap 1. Schets een naargeestige sociale achtergrond, ellende met ouders. Presenteer meisje als outcast. Stap 2. Laat het meisje een vrolijk leven ontdekken met een jongen (scène lachend rondrijden op een brommer). Stap 3: Benodigde filmstijl: hand-held camera, close-ups, niets anders in beeld dan het meisje. Vergeet dan niet de obligate discoscène, de obligate scène waarin een joint wordt gerookt, de obligate expliciete seksscène en het obligate gebruik van sociale media. Mannen zijn clichés in deze films.

Deze films gooien het op de integriteit en ogen daardoor als emotie op bestelling. Daar is niets mis mee. Een Vin Diesel-film is ook emotie op bestelling voor veel mensen. Maar die films hebben geen andere pretentie dan vermaak. En coming of age-films een soort vermaak noemen – dan trap je vermoedelijk tegen het zere been van veel arthouse-liefhebbers. Terwijl de heilige integriteit vaak een excuus lijkt te zijn om lui en ongeïnspireerd te hoeven omgaan met filmstijl. En dat niet alleen. Ook in thematiek is er niet veel origineels te vinden.

Je zou dan op zijn minst ook talloze films over coming at age verwachten. Ik ben er op het IFFR één tegengekomen, de vermakelijke Argentijnse film Il Muerto A Ser Feliz, waarin een aan amfetaminen verslaafde vent een laatste reis door Argentinië maakt. De film is verre van perfect maar in elk geval al iets anders. En in La Fille De Nulle Part zien we ook een puber, maar ze worstelt nergens mee! Nee, het gewonde meisje komt terecht in het huis van een oudere man en dat blijkt een geest zo uitgekookt te hebben. Bravo voor de man die durft een puber te gebruiken zonder ellende uit te vergroten.

Videoclip van anderhalf uur
Gelukkig is er geen plicht om bepaalde films goed te vinden die je eigenlijk zo saai vindt als een vaartocht door het Panamakanaal, en biedt het IFFR ook een paar klassevoorbeelden van auteurscinema. Deze films roepen veel meer controverse op, hebben een visie op stijl en behandelen thema’s die nog niet zo uitgewoond zijn.

Neem Spring Breakers; echt zo’n film die je bevalt of niet; er is geen tussenweg. Zo was het script al in tien dagen af, en dat is geen wonder als je de film ziet. Vier vriendinnen plegen een overval en kunnen hierna naar hun welverdiende Springbreak. In de paasvakantie komen studenten feesten in Florida, maar ook in Panama, Cancún, en Palm Springs.

Volgens Wikipedia kenmerkt een springbreak zich door een ‘voortdurende feestsfeer, seksuele suggesties, en de opvatting dat seks alom plaatsvindt’. Ze worden gepakt voor een akkefietje met drugs op een feest maar dan is daar ‘Alien’, de goedlachse blanke gangsterrapper, die met veel blingbling en een sportauto onder zijn kont de borg betaalt. Hij laat de dames zijn enorme huis zien vol wapens, dollarbiljetten en drugs (‘Look at all this shit! Look at my shit!’). Helaas raken ze ook verwikkeld in zijn conflict met zijn voormalige beste vriend.

In Rotterdam eindigde de film met een fors applaus – hoewel er niemand van de film aanwezig was. Maar de nieuwste film van Harmony Korine (Gummo, schreef script voor Kids) neemt wel risico. De film heeft geen echt verhaal, er is geen karakterontwikkeling, er zijn nauwelijks dialogen.

Dit verhaal is een excuus om extatisch virtuoos te kunnen zijn. Dit is geen film meer maar een videoclip van anderhalf uur. Plotselinge slow-motion, audio die niet bij de beelden hoort, beelden lukraak door elkaar gemixt, felle, fluorescerende kleuren, electromuziek. Er zit niet een fatsoenlijke, gewone filmscène bij.

Maar die stijl hoort ook bij Springbreak, lijkt mij. Springbreak verdient geen andere film dan deze, die de leegheid toont zonder je met moralisme om de oren te slaan, waarbij de oppervlakkigheid van de karakters zou worden ‘afgestraft’ met de schets van hun ‘ondergang’.

De acteurs passen volkomen in dit decor. De oppervlakkigheid straalt af van Brit en Candy, dan is er nog de gevoelige Faith (Selena Gomez, vriendinnetje van Bieber) en Cotty (Rachel Korine, vrouw van), en om dit geheel in stijl af te maken is daar nog de James Franco-show, die gangsterrapper Alien speelt. Zijn rol, gebaseerd op een echte rapper, is geen letterlijke kopie en het is toch ook geen regelrechte overdrijving. Hij weet het karakter geloofwaardig zowel vrouwvriendelijk als een drugskoning te laten zijn.

Sneeuwwitje en de zeven toreadors
Blancanieves was een andere stilistische topper van het IFFR. De film gaat over een meisje, de dochter van een beroemde toreador, en ja, is in feite ook weer een coming of age-film – ware het niet dat de dochter onderdeel is van een verhaal en niet zelf met al haar drama een hoofdpersoon. Haar moeder sterft op het moment dat zij geboren wordt. Later wordt ze opgenomen in het gezin van haar vader, die lijdt onder de dominantie van zijn nieuwe vrouw, een heks zonder weerga. Ze mag per se niet naar de bovenste verdieping waar hij wegkwijnt in een schommelstoel na een ongeluk in de arena.

Een kleine notitie: dit is een zwijgende film. A ha, een The Artist-kloon. Ja ja. Maar dat is echt te snel beoordeeld: Pablo Berger schreef het scenario, produceerde en regisseerde de film in de periode van acht jaar; en dat voor wat eigenlijk pas zijn tweede film is. Hij kan dus alleen maar als een boer met kiespijn naar het succes van The Artist hebben gekeken in 2011.

Natuurlijk zijn er gelijkenissen (film speelt zich af in de jaren twintig, ook zijn film is stilistisch hoogstaand, grappen met een haan in plaats van met een hond, wereld van toreadors in plaats van wereld van acteurs) maar er was minder geld, dus werd de race voor de eerste plaats verloren, en lijk je voor altijd een kopie te zijn. Aan de andere kant kwam Blancanieves wel sneller af toen The Artist eenmaal succesvol bleek.

De film heeft niet het originele verhaal van The Artist, maar stilistisch is Blancanieves misschien nog een stapje verder gevorderd; wat je een opmerkelijke filmwedloop zou kunnen noemen voor een stroming die tachtig jaar geleden ophield met bestaan. Deze film heeft bovendien meer magie in het verhaal, iets wat je miste in The Artist. Bovendien weet deze film ook ontroerend doel te treffen, mede dankzij het expressieve acteerwerk van de twee vrouwen: Macarena Garcia (prinses) en Maribel Vendú (heks).

Verfverdunner
Pure auteurscinema is ook The Master van Paul T. Anderson, waarmee je alleen maar weer kunt constateren dat de betere films zich onderscheiden met een fraaie eigenzinnige cinematografie, waar de mindere films stijl ‘erbij doen’. Er is in elk geval sprake van beeldvisie; gevoel voor hoe karakters eruit moeten zien, gevoel voor locaties, gevoel voor shots die je niet snel vergeet als kijker, en echt acteerwerk. Resultaat: een echte film.

De film van Paul T. Anderson verweeft losjes het leven van Freddie Quell, die psychisch lijdt na de oorlog en zich ontwikkelt als drankmagiër (verfverdunner is vast onderdeel van zijn drankjes). Hij wordt opgenomen in het selecte gezelschap van ‘de meester’, Lancaster Dodd. Dit verhaal is losjes gebaseerd op het leven van L. Ron Hubbard, de oprichter van de Scientologykerk, maar ook op Let There Be Light, een film over soldaten met oorlogstrauma’s uit 1946 van John Huston.

Het knappe is vooral hoe de film zijn drama tegendraads laat bewegen op de golven van drama die je in mindere films gewend bent. Er zijn geen dramatische pieken waarbij we de acteurs diep zien gaan: dat is de hele film aan de gang – en tegelijk heeft de film ook aldoor een ontspannen toon. Goed drama heeft zo zijn eigenzinnige klasse. En dan vergeet je bijna dat de film een opzienbarend onderwerp behandelt: scientology.

Het acteerfestijn vult dat drama erg fijn aan. Je zal Joaquin Phoenix ook niet snel herkennen. Het schijnt dat hij nog maanden als Freddie Quell heeft geleefd, ook toen de film al af was. Maar ook Philip Seymour Hoffman speelt een rol die hem als gegoten zit als de charismatische goeroe.

Big brother-wens
Nog zo’n voorbeeld van stijl is de opening van Reality – een van de fraaiste scènes van het festival: een shot waarbij een koets wordt gevolgd vanuit een helikopter. We komen terecht in een huwelijk, waar ene Enzo huwelijken aan elkaar praat alvorens in een helikopter te stappen. Enzo is ex-Big Brother-bewoner. Dat inspireert visverkoper Luciano. Hij wil ook aandacht van iedereen.

De film begint ijzersterk; met het portret van het leven van de schimmige zaakjes die Luciano erbij doet, die pastamachines laat bestellen door buurtbewoners en ze vervolgens terugneemt en doorverkoopt. De familie van Luciano is wat je ervan verwacht: een vrolijk gezelschap van kinderen, ooms, tantes. En allemaal reageren ze even geschokt door zijn boodschap dat hij zijn visstal verkoopt om in Big Brother mee te kunnen doen.

De man weet realiteit niet meer van fantasie te scheiden. Hij ziet Big Brother-spionnen in de bedelaars, en geeft ze voor de zekerheid maar brood en drinken. Hij is ervan overtuigd dat een sprinkhaan hem in de gaten houdt. Met het thema kun je veel leuks doen en dat gebeurt ook. In de kerk, op het dorpsplein, zelfs thuis: overal speelt het element een rol, en is het aan de fantasie van de kijker om dat ook te zien.

Zonde dat in het tweede uur de focus op melodramatische passages rondom de hoofdpersonen komt te liggen. Maar de bonus is een portret van het volk dat schrijver Stendhal het meest ‘mens’ noemde: de Napolitanen. Het onvervalste temperament, zo kruidig als wat, sneller en impulsiever dan welk volk ook. Was Gomorrah (2008, ook van regisseur Marco Garrone) de realistische, grimmige verbeelding van Napels; in Reality zien we de romantische setting, die wat doet denken aan Amélie’s Montmartre.

Liberale wind in Zweden
Tot slot kijken we jaloers naar Zweden, want daar lukt het echt om een smakelijke paranoiathriller te maken. Als we deze film moeten geloven, hebben hooggeplaatste politici nog heel wat uit te leggen. Want hoe moet je het anders uitleggen als je als politieagent transcripties ontvangt van je eigen geheime dienst waarbij talloze namen zijn weggestreept? ‘Ik heb nog maar een paar jaar tot mijn pensioen’, mokt een agent als hij dat ontdekt.

Call Girl begint ijzersterk. In een kamertje ergens in 1976 bespreken politici de liberalisering van de wetgeving over seksualiteit. Alsof het niets is. ‘Verkrachting wordt alleen nog maar strafbaar als…’ ‘Er is alleen nog maar sprake van incest als…’ Een liberale wind waait door Zweden. Maar is die wind niet te liberaal? Het lijkt er wel op als een hoerenmadam straffeloos jonge meisjes kan ronselen. En als je klanten diezelfde politici zijn, wat heb je dan te vrezen?

Call Girl heeft veel plussen. De film vloeit, is spannend, gaat nergens aan ijver ten onder, en zet toch heel geloofwaardig de jaren zeventig neer. Die herleven omdat werkelijk aan alles is gedacht, van spijkerbroekmerk tot zonnebril. Een knap debuut van Mikael Marcimain; waarbij je je niet kunt voorstellen dat hij alleen maar tv-series heeft gemaakt.

Goed acteerspel is een tweede; er is niemand die door het ijs zakt. Spanning is een derde: het is een beerput van jewelste die hier wordt opengetrokken, met recht wordt vaak de vergelijking met Alan J. Pakula getrokken. En ten vierde is er snelheid. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op, het verhaal wordt zakelijk verteld.

Ten slotte kijken we naar een heuse coming of age van twee meisjes die een cynische rekening betalen voor hun rebellie. Zij zijn het middelpunt van deze seksparanoia. Daarmee is ook de IFFR-cirkel voor 2013 helemaal rond.

Dit was het tweede deel van ons IFFR-verslag. Planeet Cinema zal de komende dagen meer posten over de films op het festival. Hou de site in de gaten voor de nieuwste artikelen!

De 42ste editie van het International Film Festival Rotterdam liep van 23 januari - 3 februari 2013. Alle informatie op de website van het festival.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Magnolia Pictures
THE WORLD’S FASTEST INDIAN
Run Burt, Run!
>>>