Meteen naar de tekst springen

INDEX >> ACHTERGRONDEN >>

VLAAMSE CINEMA
Met beide voeten op de grond

 

Matthias Van Wichelen | 04/02/2013


Share/Bookmark

Vlaamse cinema is hotter, hipper en alomtegenwoordiger dan ooit. Doe dat gerust in het kwadraat sinds de Oscarnominatie voor de kortfilm Dood van een Schaduw. De mediastorm rond The Broken Circle Breakdown is (eindelijk) geluwd, Offline en Brasserie Romantiek werden met het nodige tromgeroffel in de bioscopen gelanceerd. De release van Fien Trochs absolute topfilm Kid is een feit. Het ideale moment om het Vlaamse filmlandschap kritisch tegen het licht te houden en de vraag te stellen hoe orgastisch het Vlaamse filmjaar 2012 werkelijk was.

Ongeveer een jaar geleden gaf de Oscarnominatie voor Rundskop het zelfvertrouwen van de sector al een geweldige boost. De nieuwe Felix Van Groeningen en het erg fraaie regiedebuut van Peter Monsaert gaven de Vlaamse filmindustrie een tweede positieve-energie-injectie. Na de jubelende reacties op de in het najaar uitgezonden tv-series Deadline 14/10, Crimi Clowns, Clan en Quiz Me Quick – tenslotte is television the new cinema – lijkt het ene hoogtepunt het andere op te volgen.

Vlaamser dan Vlaamse festivals
Om te checken hoeveel waarheid in die stelling zit, keren we terug naar twee belangrijke momenten van het afgelopen filmjaar: de filmfestivals van Oostende en Gent. Aan de kust worden jaarlijks de Ensors uitgereikt, de Vlaamse evenknie van de Oscars. Gent is en blijft met voorsprong het belangrijkste festival van het land. Het is best grappig om te zien hoe de twee elkaar proberen te overtroeven als het om hun Vlaamse karakter gaat. Gewoon Vlaams is niet gewoon. Het moet nog Vlaamser.

Oostende opende met Little Black Spiders, toonde alle recente Vlaamse kortfilms, inviteerde iedereen die van dicht of ver iets met film te maken had en hield gratis vertoningen van de populairste films in lokale volkscafés. Gent opende met The Broken Circle Breakdown en programmeerde in totaal negen Vlaamse films. Filmmakers, producers en distributeurs stellen glimlachend vast hoeveel gratis publiciteit de concurrentiestrijd hen oplevert.

Tijdens de afsluitende gala-avond werden de drie belangrijkste Ensors netjes verdeeld tussen Tot Altijd (beste film), The Invader (beste regie) en Hasta la Vista (beste scenario). In totaal won The Invader vier beeldjes, Tot Altijd en Groenten uit Balen drie, Hasta la Vista twee en Swooni één. De Ensor voor het beste debuut is misschien het relevantst. Die ging naar de unieke Tom Audenaert voor zijn rol als bijna-blinde in Hasta la Vista. Intussen is hij wereldberoemd in Vlaanderen als fotograaf Luc in Quiz me Quick.

Het Ensorpalmares is een getrouwe afspiegeling van de situatie van de Vlaamse cinema: veel nieuwe namen en jonge talenten. Met Nicolas Provost, Tiny Bertels, Evelien Bosmans en de al genoemde Tom Audenaert kunnen we nog een tijdje verder. Tot Altijd is nog maar de tweede film van Nic Balthazar.

Van de films waar de jury uit kon kiezen waren er niet al te veel nominatiewaardig. Tot Altijd, The Invader, Hasta la Vista en Blue Bird zijn merkelijk beter dan de rest. Maar dan nog: stellen dat winnaar Tot Altijd niet van hetzelfde kaliber is als De Helaasheid der Dingen en Rundskop – de voorgangers op de erelijst – is een open deur in trappen.

The Invader en Blue Bird zijn visueel indrukwekkende en inhoudelijk sterke films die bijna uitsluitend positieve commentaren kregen, op tientallen buitenlandse festivals  geprogrammeerd stonden maar commercieel helemaal niets deden. Misschien waren ze net dat tikkeltje te ondoorgrondelijk om te scoren bij een breed publiek.

Bij Hasta la Vista vallen de puzzelstukjes wel netjes op hun plaats. Hij is populair in eigen land, succesvol in het buitenland, staat inhoudelijk stevig op zijn poten, is waanzinnig grappig, op een goede manier voorspelbaar en altijd eerlijk. De film won de publieksprijs op de recentste Europese Filmprijzen. Dat is een onderscheiding die er wel degelijk toe doet omdat filmliefhebbers uit heel Europa konden stemmen. Hij haalde het onder andere van meervoudig Oscarwinnaar The Artist en de hyperpopulaire Franse komedie Intouchables. Louter alleen met een Vlaamse fanbase haal je nooit genoeg stemmen om de prijs te pakken. Straf dus.

Tot Altijd, The Invader, Blue Bird of Hasta la Vista zijn films met meer kwaliteiten dan gebreken. Hoe goed iemand ze vindt, hangt sterk van persoonlijke voorkeuren maar het zijn op zijn minst films die discussie oproepen. Ze hebben uitgesproken voor- en tegenstanders.

Dat kan van de volgende films niet meteen gezegd  worden. Swooni, Quichotes Eiland, Lena, Portable Life, Het Varken van Madonna, Mixed Kebab, Allez Eddy! en Weekend aan Zee kwamen en gingen zonder enige indruk na te laten. Een paar maanden na hun release zijn ze al zo goed als vergeten. Groenten uit Balen en Code 37 hebben nog de verdienste dat in de eerste sterk geacteerd wordt en dat de tweede het commerciële succes haalde dat er van verwacht werd.

Interplanetaire filmsterren
Het Filmfestival van Gent kondigde trots het recordaantal van negen nieuwe Vlaamse films aan. Dat moet met een korreltje zout genomen worden want bij die negen zaten één kortfilm (Dood van een Schaduw), twee niche-documentaires (Rain en The Sound of Belgium) en Dave, de David Bowie-hommage van de Dewaele-broers die gratis op het internet te zien is. Vijf speelfilms blijven over.

Van die vijf kreeg The Broken Circle Breakdown 95% van de aandacht. Heel even leek het de enige film op aarde en werden Van Groeningen en zijn cast interplanetaire filmsterren. De Morgen noemde de release ‘zonder veel overdrijven de belangrijkste culturele gebeurtenis van het jaar in dit land’. Humo had het over ‘een film die er akelig diep inhakt, die je verbrijzeld en doorboord achterlaat en die je middenrif raakt als een sluipmoordenaar’. Volgens De Standaard ‘laat de film de kijker uitgeteld achter. Soms ondraaglijk kijkvoer, maar altijd meeslepend.’

Gratis reuzenposters en de soundtrack aan dumpprijs, chique modereportages met Veerle Baetens en Johan Heldenbergh en honderden interviews op radio en tv, in kranten en tijdschriften. Over Felix Van Groeningens vierde film is meer geschreven en gepraat  dan over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Op een paar uitzonderingen na was de toon uitermate positief, poeslief, op het slijmerige en dweperige af.

De positieve commentaren zijn niet uit lucht gegrepen. De film is goed, maar er zitten te veel gaten in het scenario om al die lofuitingen te wettigen.

Offline is intense auteurscinema over zoekende mensen. Wim Willaert en Anemone Valcke poetsen met hun verbluffende vertolkingen de kleine oneffenheden in het scenario weg. Het had gerust wat vettiger en smeriger gemogen zodat het ontregelende effect nog sterker zou geweest zijn maar Offline is een heel beheerste film waarin Monsaert – geholpen door de sterke soundtrack en de magistrale fotografie – een beknellende sfeer schept. Sterk werk.

Wie hield van Khadak en Altiplano zal zijn gading ook wel vinden in Het Vijfde Seizoen, de nieuwe van Jessica Woodworth en Peter Brosens. Visueel is het minstens even overweldigend als hun eerste twee films en ook nu schoot het duo geniale scènes.

Helaas zweeft de film ergens in de grijze zone tussen een visueel poëtisch essay en een traditioneel verteld verhaal. Woodworth en Brosens hebben te veel dialoog nodig om hun – overigens wel heel simpele – ecologische en maatschappelijke boodschap verteld te krijgen. Al dat gepraat ondermijnt de visuele kracht van hun film.

Tom Heenes Welcome Home rammelt op alle vlakken. Het verhaal is flauw, de structuur voorspelbaar en de vertolkingen houterig.

Wat mislukte in Het Vijfde Seizoen lukte wonderwel in Kid. Geënt op een ijzersterke visuele structuur vertelt Fien Troch een aangrijpend, emotioneel sterk geladen verhaal. Ze geeft weinig tot geen informatie over haar personages. Ze geeft de aanzet op het scherm en laat het drama verder rijpen in het brein van de kijker in de zaal. Kid is een superieure film van een vrouw die haar geheel eigen filmtaal blijft perfectioneren en uitpuren. Haar films worden steeds leger, naakter en kwetsbaarder, stilistisch verfijnder zonder te vervallen in arty farty gedoe.

Tot slot: Brasserie Romantiek, een vlot, sympathiek mozaïekfilmpje waar je warm noch koud van wordt. Hij loopt aardig, de cast doet het goed, er zit een tweetal sterke oneliners in en zelfs de meest overtuigde vegetariër krijgt trek van de manier waarop de gerechten in beeld komen. De vlakke regie en het nogal zoutloze scenario verhinderen dat de film zich ontwikkelt tot de charmante publiekslieveling die hij had kunnen zijn.

Kwantiteit versus kwaliteit
Een simpel optelsommetje leert dat er sinds de release van Rundskop opvallend meer tegen- dan meevallers zijn. De overgrote meerderheid gaat van zwak over middelmatig tot best oké. Het aantal dat zonder blikken of blozen goed mag genoemd worden is heel beperkt.

Waar komt dat ongebreidelde optimisme dan vandaan? Onder andere uit het unieke gegeven dat de Vlaamse bioscoopbezoeker zowel kaartjes koopt voor pretentieloze films stijl Zot van A, Smoorverliefd en Code 37 als voor een complexe arthousefilm als The Broken Circle Breakdown. In andere landen is de breuklijn tussen commercieel en arthouse oneindig veel groter.

Omdat ook minder voor de hand liggende prenten redelijk wat volk trekken, zijn producenten en geldschieters zelfs in economisch uitdagende tijden bereid risico’s te nemen. Nieuwe namen krijgen de  kans zich te tonen. Scenaristen en regisseurs hebben artistieke vrijheid.

Spectaculair is het aantal regisseurs dat met wisselend succes debuteerde: Joël Vanhoebrouck (Brasserie Romantiek), Kaat Beels (Swooni), Bavo Defurne (Noordzee, Texas), Nicolas Provost (The Invader), Jakob Verbruggen (Code 37), Ilse Somers (Weekend aan Zee), Tom Heene (Welcome Home), Gert Embrechts (Allez, Eddy!) en Peter Monsaert (Offline).

Het is niet iedereen gegeven te debuteren met Reservoir Dogs, Citizen Kane of Les 400 Coups. Martin Scorsese, Alfred Hitchcock en David Lynch maakten hun beste films niet in het begin van hun carrière. De eerste stap is gezet, die was bij de ene wankeler dan bij de andere, maar de ervaring betaalt zich ongetwijfeld uit in hun volgende films. Kaat Beels is trouwens een van de maaksters van Clan en dat was wel heel goed.

Stevige thema’s
De huidige generatie filmmakers gaat de stevige, moeilijke thema’s niet uit de weg. Ze hebben het over euthanasie, kanker, sociale onrust, abortus, homoseksualiteit in de moslimgemeenschap, seks voor gehandicapten en illegale migranten. Vlaamse cinema bestrijkt ook een breed palet aan genres. Er zijn feel good movies, ondoorgrondelijke  cinefiele uitdagingen, romantische mozaïekfilms, intimistische drama’s, coming-of-age films, vrouwenfilms, blinkende politiefilms en komedies.

Het aantal debutanten en de groeiende variatie in thema’s en genres zijn kenmerken van een filmregio in volle ontwikkeling. Maar kwantiteit is niet hetzelfde als kwaliteit. Van de nieuwe regisseurs zijn er nog te weinig die hun persoonlijke stempel hebben weten te drukken. Ook de scenario’s blonken niet altijd uit in verfijning en boden nauwelijks nieuwe inzichten. Uit de aanwezige kwantiteit is in verhouding te weinig kwaliteit gekomen. De positieve uitschieters hebben de aandacht afgeleid van de missers.

Wel een onmiskenbaar sterk punt is de technische beheersing. Op de fotografie en montage is zelden iets aan te merken. Check The Broken Circle Breakdown, Offline, Little Black Spiders, Het Vijfde Seizoen en The Invader en bewonder de cinematografische bravoure. Schoonheid die nooit op zichzelf staat maar het verhaal versterkt en verfijnt.

De allergrootste troef en het grootste potentieel zit in het rijke arsenaal aan openbloeiende acteurs en actrices. Er zijn er te veel om op te noemen, maar denk aan de mannen in Hasta la Vista en de meisjes in Little Black Spiders. Valcke en Willaert in Offline, Baetens in The Broken Circle, de totale cast van Groenten uit Balen en Brasserie Romantiek. Dat Weekend aan Zee niet deugt ligt eerder aan het matige scenario dan aan Eline Kuppens, Maaike Neuville, Marieke Dilles en Ellen Schoeters. Heerlijk was het om Peter Van Den Begin weer eens normale – lees niet-karikaturale – rollen te zien spelen in Allez, Eddy! en Deadline 14/10. Bijna vergeten: Clan en Quiz Me Quick waarin bekende gezichten zichzelf overtroffen en (relatieve) nieuwelingen zich heel overtuigend aan de wereld voorstelden.

De uitdaging is nu om optimaal rendement te halen uit die mooie mix van anciens en de nieuwe garde. Het gaat verrassend snel vooruit in de Vlaamse cinema maar de weg is nog behoorlijk lang. Zelfgenoegzaamheid is het grootste gevaar. Succes en erkenning in Vlaanderen mag nooit het doel zijn. Enkel op die ene gala-avond in Oostende mag Vlaanderen zich het centrum van de filmwereld wanen. Alle andere dagen van het jaar is er de confrontatie met de realiteit: cinema is mondialer dan ooit. De beste Vlaamse film van het jaar maken is mooi – beter dan de belabberdste bijvoorbeeld – maar het stelt alleen binnen onze eigen grenzen iets voor. Hoe enthousiast zijn wij over de beste Oostenrijkse of Slovaakse film van het jaar?

De rest van de wereld
Cinefielen willen uitdagende en eigenzinnige films. De herkomst speelt geen rol. De vraag is dan ook niet of Offline beter is dan The Broken Circle Breakdown, maar of ze de vergelijking aankunnen met Jagten, Amour, Beyond the Hills, Intouchables, A Royal Affair en Beasts of the Southern Wild. Allemaal films die tegelijkertijd in de bioscoop draaien.

Er was een tijd dat we er heilig van overtuigd waren dat dEUS de allergrootste en invloedrijkste band ter wereld was. Nu weten we dat de waarheid enigszins anders was. De optelling van de top 10-lijstjes van 2012 van Vlaamse recensenten leert dat Offline op de 21ste plaats staat. The Broken Circle staat vier plaatsen lager. Daarmee hoor je tot de subtop: sterker dan de pulp in onze zalen maar minder goed dan de niet-Vlaamse absolute toppers.

Het Vlaams Audiovisueel Fonds zorgt voor een constante stroom van enthousiaste, positieve persberichten. Ieder prijsje op een buitenlands festival – hoe klein en onbeduidend ook – wordt dik in de verf gezet. Als de telefoon van Michael R. Roskam rinkelt, staat het in de krant. Van een film die goed scoort, kunnen we week na week de evolutie van de bezoekersaantallen volgen. Over geflopte films gaat het nooit. Dat de sector zichzelf verkoopt is logisch maar enige zin voor zelfkritiek kan nooit kwaad.

Vlaamse films die in het buitenland uitkomen zorgen zelden voor een rush op de kassa. Op de belangrijke festivals – Cannes, Berlijn, Venetië, Toronto – doen we nauwelijks mee. Natuurlijk zijn de Oscarnominaties belangrijk maar laten we ook dat niet overschatten. Dit jaar hebben niet-traditionele filmlanden Chili en Noorwegen een genomineerde film.

Nooit was het filmlandschap zo dynamisch. Zelden waren de omstandigheden gunstiger. In de Gouden Eeuw zitten we nog niet. Die komt nog. In afwachting daarvan mogen we best trots zijn op de huidige films zolang we maar een gezond gevoel voor zelfrelativering  houden en de realiteit niet uit het oog verliezen. Eerst tot tien tellen, diep ademhalen en toch nog eens goed nadenken voor we licht hysterisch The Broken Circle Breakdown de hemel inprijzen en Brasserie Romantiek tot op de grond afbreken.

Bescheidenheid heet een typisch Vlaamse deugd te zijn. Beide voeten terug op de grond en in alle bescheidenheid de volgende stap zetten is een mooi doel voor 2013.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Fox
KINGDOM OF HEAVEN
In de naam van God
>>>