Meteen naar de tekst springen

INDEX >> ACHTERGRONDEN >>

THEMA - AMERIKAANSE PRESIDENTEN
De presidentiele trilogie van Oliver Stone

 

Wesley Godts | 14/12/2012


Share/Bookmark

Al meer dan 25 jaar zit er een luis in de pels van rechts Amerika. De naam van dit zeldzame beestje? Oliver Stone. In een tijd van grootste gemene delers en hapklare cinema is Stone een unicum geworden: een politieke filmmaker. Zet zijn films achter elkaar en je krijgt een alternatieve geschiedenisles over de Amerikaanse naoorlogse samenleving van de jaren 60 tot nu. Belangrijkste woord in de voorgaande zin: alternatief. Stone is nooit vies geweest van enige controverse en durft de geschiedenis al eens naar zijn hand te zetten. Dat maakte van hem een geliefkoosd doelwit voor kritiek, vooral in zijn latere carrière.

In de jaren 80 ontpopte hij zich tot een belangrijke opiniemaker in de Amerikaanse samenleving. Met zijn kritische Vietnamtrilogie (Oscarwinnaar Platoon, het vernietigende Born on the Fourth of July en het minder bekende Heaven and Earth) hielp hij een generatie om het nog steeds aanwezige Vietnamtrauma te verwerken. Stone had recht van spreken, hij was zelf soldaat geweest in de oorlog, en had met eigen ogen de gruwel gezien. De woede die hij in Vietnam opdeed heeft hem nooit verlaten, en sluimert in al zijn films. Samen met - en dit is wat zijn films zo boeiend maakt - een flinke scheut onsentimenteel patriottisme. Stone is gek op Amerika, en dat geeft hem het recht om kritiek te spuien.

Na de Vietnamtrilogie richtte Stone zijn pijlen op het Amerikaanse presidentschap. In drie films (die we voor het gemak zijn presidentiele trilogie zullen noemen) maakt hij brandhout van zowat alle aspecten van de Amerikaanse beleidsvoering. Steeds met een overdosis stijl en branie, soms wat kort door de bocht, maar altijd entertainend. En doen zijn films de waarheid al eens geweld aan? When the legend becomes fact, print the legend.

Triomf van pure cinema
Net zoals zovele Amerikanen van zijn generatie was John Fitzgerald Kennedy een held voor de jonge Oliver Stone. Zijn moord en de vele complottheorieën die ermee gepaard gingen, vormen het onderwerp van Stones eerste presidentenfilm: het majestueuze JFK (1991).

In de film volgen we Jim Garrison (Kevin Costner) een openbaar aanklager die de waarheid over de aanslag wil achterhalen. De officiële waarheid (te vinden in het zogenaamde Warrenrapport) is dat Kennedy vermoord werd door een eenzame schutter: Lee Harvey Oswald (in de film gespeeld door Gary Oldman).

Er is echter overvloed aan bewijs dat aantoont dat het Warrenrapport een loopje met de waarheid nam, denk maar aan de fameuze Zapruderfilm die in detail toont hoe Kennedy afgemaakt wordt. Stilistisch is JFK een triomf van pure cinema. Stone monteert echte nieuwsbeelden en amateurfilms tussen zijn eigen beelden zodat je een wervelwind van informatie krijgt en bij momenten niet meer weet wat echt is en wat niet.

Deze enorme complexe film bulkt van de feiten, namen en data en het is niet minder dan een mirakel dat je als kijker toch nooit de weg kwijtraakt. Een van de redenen hiervoor is Stones ingenieuze beslissing om een gigantische sterrencast te gebruiken. Elke naam krijgt een bekende kop mee, en dit maakt het al heel wat makkelijker om te navigeren tussen al de complotten. Onder meer Tommy Lee Jones, Kevin Bacon, Joe Pesci, Walter Matthau, Jack Lemmon en Donald Sutherland spelen de getuigen die door Kevin Costner aan de tand worden gevoeld.

Toen JFK uitkwam, volgde er een storm van kritiek op Stone. Hij zou feiten hebben verzonnen, paranoïde zijn, de hele Amerikaanse samenleving in een slecht daglicht stellen. Een deel van deze kritiek is gegrond. De regisseur geeft Garrison informatie die hij in realiteit nooit had kunnen bezitten, en de waarheid volgens Stone lijkt bij momenten dat werkelijk iederéén schuldig is aan de moord op Kennedy. CIA, FBI, Castro, de Russen… Je zou je op den duur zelf schuldig gaan voelen.

Stone zelf noemt zijn aanpak ‘educated speculation’. Hij slaagde in elk geval in zijn opzet. JFK werd een enorme hit, won enkele Oscars (onder meer voor montage en fotografie) en leidde in 1992 tot de Assassinations Disclosure Act, een wet die ervoor moest zorgen dat er meer openheid kwam in het kluwen van het onderzoek naar de presidentiele moord.

Shakespeareaans koningsdrama
Stone zelf omschreef JFK als zijn Godfather. Als dat zo is, dan kunnen we Nixon (1995) zeker zijn Godfather, part II noemen. Even complex (zowel stilistisch als narratief) maar zo mogelijk nog donkerder dan JFK. Het levensverhaal van Richard Milhouse Nixon, de man van wie gezegd werd dat zijn glimlach en zijn gezicht nooit op hetzelfde moment op dezelfde plek waren, werd door Stone verfilmd alsof het om een Shakespeareaans koningsdrama gaat. Nixon was de anti-Kennedy, en zijn jaloersheid op JFK vormt een rode draad door de film. ‘When they look at him, they see what they want to be. When they look at me, they see what they are,’ zucht hij op een bepaald moment.

Op politiek vlak is Stone bikkelhard voor het beleid van Nixon, maar toch toont hij  empathie voor de man achter de politicus. Doorheen de hele film zitten zwart/wit flashbacks naar de jeugd van Nixon. Hij groeide op in een streng Quakergezin (een ultraconservatieve religieuze groep, die elkaar met thee en thou aanspreken), zijn moeder strooide kwistig rond met emotionele chantage en twee van zijn broers overleden in zijn kindertijd.

Richard Nixon, in de film uitmuntend vertolkt door Anthony Hopkins, is in zekere mate een slachtoffer van zijn eigen opvoeding. Hij wil alles doen om zich te bewijzen, klimt op tot de positie van machtigste man van het land, om even later weer alles te verliezen en de geschiedenis in te gaan als een bedrieger en leugenaar. Gedurende de hele film zien we hem als een door en door onzeker iemand, die bij momenten zwelgt in zelfmedelijden. Een persconferentie waarin hij het einde van zijn politieke carrière aankondigt, ontaardt in een scheldpartij aan de aanwezige journalisten. ‘What you’re gonna do, now you don’t have Nixon to kick around any longer?’ briest hij.

Het Watergateschandaal, dat uiteindelijk zou zorgen voor de afzetting van Nixon, krijgt een minder prominente plaats in de film dan je zou vermoeden. Nixon is in de eerste plaats een indringende karakterstudie van een man die vast komt te zitten in een systeem (The Beast zoals het in de film wordt genoemd) en die geen enkele andere keuze heeft dan het spel mee te spelen.

De beste scène uit de film toont hoe Nixon ’s nachts naar het Lincolnmemorial gaat, dat bezet wordt door jonge hippies die protesteren tegen de Vietnamoorlog. Lincoln probeert hen voor zijn kar te spannen door verhalen op te hangen over zijn jeugd, maar met elke zin wordt het meer en meer duidelijk hoe out of touch hij is met de jeugd van Amerika.

‘If you’re so against the war, why don’t you stop it?’ vraagt een meisje op een bepaald moment. Nixon staat met de mond vol tanden, waarop het meisje weer zegt ‘You can’t, can you’, en Nixon, misschien wel voor het eerst, inziet dat ook hij niet meer is dan een willekeurige speelbal. Als je uit de hele filmgeschiedenis één film zou moeten uitkiezen over het onderwerp ‘macht’, zou het best wel eens Oliver Stones Nixon kunnen zijn.

Twaalf stielen, dertien ongelukken
W (2008), het sluitstuk van de presidentiele trilogie, is op verschillende manieren een buitenbeentje. Waar JFK en Nixon beiden monumentale epossen zijn, die met gemak voorbij de grens van drie uur gaan, is W een veeleer bescheiden filmpje. Veel komischer van toon dan zijn voorgangers, misschien ook wel toepasselijk aangezien het onderwerp, en ook stilistisch stukken minder ambitieus.

Toch kan je behoorlijk wat parallellen trekken tussen het leven van Nixon en het leven van George W. Bush, jr. Beiden werden grootgebracht in een bijzonder religieus gezin, beiden kampten met een knoert van een vadercomplex, beiden gingen ze op zoek naar een oorlog om hun populariteit te verstevigen, beiden werden ze verguisd door de linkse media, waarvan Stone nog steeds een uithangbord is.

Net zoals in Nixon toont Stone weinig begrip voor de politieke beslissingen van Bush. Al is beslissingen een groot woord. Als we W. mogen geloven, was Bush jr vooral een speelbal in de handen van Dick Cheney (de altijd geweldige Richard Dreyfuss), bij wie de eigenlijke politieke macht lag. Stone schildert Bush jr af als een man van twaalf stielen en dertien ongelukken, een dronkaard die door zijn  vader al eens uit de cel moet worden gehaald. Hij is het zwarte schaap van zijn familie, net als Nixon probeert hij voortdurend om uit de schaduw van zijn broer te komen (in dit geval Jeb Bush, de gouverneur van Florida).

Stone maakte W. toen Bush jr nog aan de macht was. Vele Amerikanen die anti-Bush waren, hoopten op een verschroeiende karaktermoord maar zij kwamen bedrogen uit. Het heilige vuur waarmee Stone de verhalen over JFK en Nixon vertelde, lijkt met de jaren enigszins gedoofd. Hij gebruikt deze keer de gemakkelijke weg en toont hoe W. zich verslikt in een pindanootje, de weg kwijtraakt op zijn eigen ranch of hoe hij een conversatie voert vanop de toiletpot. Het is een goedkope manier om te scoren, Stone onwaardig.

Gelukkig legt Josh Brolin, die Bush speelt, voldoende nuance in zijn vertolking om van Bush toch nog een min of meer interessante hoofdrolspeler te maken. Hij maakt het duidelijk dat Bush zichzelf ziet als een krijger in een missie die hem door God is opgelegd. We zien Bush herhaaldelijk bidden en soms filmt Stone hem alsof het lijkt dat er boven hem een aureool hangt.

Dat Bush jr een incompetente stoethaspel was, wisten we al langer. Onder meer Michael Moore’s Fahrenheit 9/11 bracht dit ontegensprekelijk in beeld. Oliver Stone’s W. voegt hier weinig aan toe.

Toch bevat de film één heel interessante scène, die gezien kan worden als een metafoor van hoe Stone tegen het presidentschap in het algemeen aankijkt. Op een bepaald moment staat Bush, een mislukte footballspeler, in een gigantisch sportstadion. Hij sluit zijn ogen en in zijn fantasie hoort hij supporters juichen en is hij de held van de dag. Zijn triomf duurt totdat hij zijn ogen opent en ziet dat hij voor lege tribunes staat. En dat er niemand is die applaudisseert.

 

THEMA - AMERIKAANSE PRESIDENTEN
Planeet Cinema focust de hele maand november en december op films waarin Amerikaanse presidenten een belangrijke rol spelen.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Warner Bros.
HET PAARD VAN SINTERKLAAS
Lieve kinderfilm uit Nederland
>>>