Meteen naar de tekst springen

INDEX >> FESTIVALS >>

IDFA 2012 (deel 3)
Beter dan fictie

 

George Vermij | 02/12/2012


Share/Bookmark

Het International Documentary Fesitival Amsterdam is al vijfentwintig jaar een van de grootste documentaire filmfestivals ter wereld en biedt een breed en gevarieerd aanbod. Er zijn geëngageerde docu’s die de kijker willen wijzen op vergeten conflicten, onbekende misstanden of onopgeloste zaken. Naast deze conventionele selectie zijn er films die meer spelen met de werkelijkheid en de beperkingen van het documentairegenre. In die laatste categorie vallen films die fictie en realiteit vermengen en experimentele, speelse filmessays die een aspect van de werkelijkheid als uitgangspunt nemen.

IDFA 2012 (deel 3)IDFA 2012 (deel 2) | IDFA 2012 (deel 1)

Bahrain: The Forbidden Country van Stéphanie Lamorré is een voorbeeld van een vrij conventionele docu die zijn kracht vooral haalt uit het beeldmateriaal dat is verzameld. Lamorré dook voor de film onder in Bahrein om te zien hoe het regime optreedt tegen demonstranten.

Beelden tonen hoe de politie en militairen uit Saoedi-Arabië protesten bloedig neerslaan. De film is ondubbelzinnig in haar afkeuring van het regime en richt zich vooral op de vrouwen die de drijvende kracht zijn achter de revolutie. Het geheel is eenzijdig en onverrassend, maar de beelden zeggen genoeg over hoe de situatie in Bahrein is. Uiteindelijk is de film wel qua stijl inwisselbaar met standaard tv-reportages die een mate van objectiviteit nastreven.

Natuurlijk blijft objectiviteit een begrip waar je over kan twisten. Neem de Brit Nick Broomfield wiens The leader, his driver and the Driver’s wife uit 1991 te zien was in een retrospectief programma. De film volgt Broomfield in zijn pogingen om een interview te regelen met Eugène Terre’Blanche de racistische leider van de Zuid-Afrikaanse Afrikaner Weerstandsbeweging. De film is een en al fly on the wall en toont droog de tenenkrommende en absurde situaties waar Broomfield in belandt als hij aan het lijntje wordt gehouden en Terre´Blanches chauffeur maar gaat volgen.

Deze confronterende registratiestijl heeft Broomfield verder geperfectioneerd in zijn latere films Biggie and Tupac en Kurt and Courtney. Maar anders dan in veel docu’s waar de makers buiten beeld blijven is Broomfield altijd een speler in zijn eigen reportages. Vaak is hij met opnameapparatuur in beeld of anders te horen in ironische voice-overs. De beste scènes zijn die waar hij de geïnterviewden zichzelf voor gek laten zetten, zoals de arrogante Terre’Blanche die uiteindelijk door de mand valt als een intimiderende driftkikker.

Een andere oudere docu op het IDFA was Michael Glawoggers indrukwekkende Workingman’s Death uit 2005. Deze film werd door de Russische filmmaker Victor Kossakovsky geselecteerd voor een speciaal programma van zijn favorieten. De Oostenrijkse Glawogger is net als Broomfield een auteur documentairemaker die zich in zijn films vooral richt op het in beeld brengen van extremen.

Workingman’s Death is een pure kijk op een onderwerp dat een taboe lijkt in de westerse wereld: harde fysieke arbeid. Glawogger volgt onder andere mijnwerkers in Oekraïne, zwaveldelvers in Indonesië en slachters in een gigantisch openlucht abattoir in Nigeria. De beelden tonen hoe een werkdag er voor mensen uitziet. Af en toe worden deze beelden aangevuld met interviews of observaties van de arbeiders over hun lot en hun werk. Workingman’s Death is een film die registreert, maar dat ook op een esthetische manier doet zonder te vervallen in mooifilmerij. Een stijl die ook is terug te zien in zijn documentaires Megacities en het recentere Whores Glory.

Trailer Workingman’s death (2005)

Erotisch afval
Glawoggers registratiestijl heeft ongetwijfeld ook Patricia Correa en Valentina Mac-Pherson portretten van schoonmakers van een Chileense seksmotel The Women and the Passengers beïnvloed. Beelden van het schoonmaken van de kamers na de seksdaad worden afgewisseld met interviews met de vrouwen. In bepaalde scènes zie je gesloten deuren, terwijl op de geluidsband gekreun of geschreeuw klinkt. De schoonmaaksters ruimen vervolgens het afval van een avondje vleselijk genot op. Vies beddengoed, bevlekte kussens en de resten van drugs- en tabaksgebruik. In deze schimmige setting praten de dames makkelijk over hun eigen liefdesleven en hoe ze verzeild zijn geraakt in het motel.

De droge manier van registreren is ook terug te zien in Tomorrow van Andrey Gryazev. De kilheid van de stijl past perfect als beeld van het huidige Rusland waar een radicale kunstenaarsgroep absurde interventies pleegt die balanceren op de rand van misdaad en politiek activisme. De film begint als we leden van de groep in een supermarkt producten zien stelen. Ze gebruiken kinderwagens en grote rugzakken om ongezien zoveel mogelijk mee te nemen.

De film krijgt door deze daden gelijk al een nihilistische ondertoon en de leden lijken op gedesillusioneerde krakers die alleen nog geloven in provocaties om een repressief systeem wakker te schudden. Voor bepaalde performances – zoals het omduwen van een politiewagen – verdiepen zij zich laconiek op het internet in de gevangenisstraffen die ze kunnen krijgen. Het is een prijs die ze lijken te accepteren voor hun kunst. Schokkender wordt het als de leider van de groep zijn zoon van een paar jaar oud gebruikt als een levend schild tijdens een confrontatie met de politie.

Trailer Tomorrow (2012)

Intiem en openbaar
Het IDFA toonde ook boeiende filmessays met het gezin als uitgangspunt. De spanning tussen de familiale gezinssfeer en de groteren krachten van de geschiedenis wordt prachtig geïllustreerd in Helena Trestikova’s Private Universe. De film is een kroniek van een Tsjechisch gezin vanaf de jaren zeventig tot nu, gemaakt aan de hand van een dagboek van de vader en de filmbeelden die toen werden gemaakt.

Als kijker volg je de geboortes van de kinderen, hoe ze opgroeien en de gedachten van de ouders. De beelden van het intieme universum van het gezin worden gecontrasteerd met beelden van de recente Tsjechische geschiedenis, zoals de val van het ijzeren gordijn en de splitsing van Tsjecho-Slowakije. Uiteindelijk is iedereen met zijn eigen universum bezig en zijn de grote omwentelingen maar kleine verstoringen binnen de veilige haven van het gezin.

Een portret van een vreemder en mysterieuzer gezin zie je in Sergio Oksmans bizarre A Story for the Modlins. Oksman kwam op het verhaal toen hij een doos vond met oude foto’s en een videoband in de straten van Madrid. Uit dit materiaal kon hij het verhaal destilleren van de Amerikaanse familie Modlin die naar Spanje waren geëmigreerd. De foto’s bieden een pijnlijk intieme blik op het gezin. De artistiekerige vader is een mislukte acteur die alleen een zwijgende bijrol had in Polanski’s Rosemary’s baby. De moeder is een ijdele kunstenares die het gezin meesleurt naar Spanje waar zij aan haar oeuvre kan werken. Daar maakt zij een serie vreemde schilderijen met de Apocalyps als uitgangspunt.

Een vervreemde zoon doemt ook op en figureert naakt voor zijn moeder. Oksam presenteert het als bewijsstukken van een vreemd gezin dat niet meer bestaat. Voor de kijker zijn het net schimmen die nog gevangen zijn op foto´s en op filmbeelden.

Trailer A Story of the Modlins (2012)

Anatomie van Terreur
Radicaal politiek terrorisme kwam terug in meerdere films op het festival. In the dark room is een niet helemaal geslaagd portret van Magadalena Kopp, de vrouw van terrorist Carlos de jakhals. In de film zijn Kopp en haar dochter aan het woord over hun leven. Kopp wordt geportretteerd als een provinciaal meisje die zocht naar spanning en zo in de radicaliteit van de Duitse tegencultuur terechtkwam.

In sneltreinvaart volgen de terroristische aanslagen elkaar op zonder al te veel context. De film heeft daardoor wat gaten en het blijft vaag hoe Kopp met Carlos in contact kwam. Ook komt Kopp over als een slachtoffer, terwijl bepaalde doortastende vragen niet aan haar worden gesteld. In andere gevallen zwijgt zij over haar medeplichtigheid. Als contrast heeft haar dochter het zwaar met het verleden van haar ouders en toont de film de ondraaglijke last die zijn nu op haar schouders draagt.

Een betere en een meer experimentele aanpak van het terroristische verleden is Shommilito Lal Shenabahini filmessay United Red Army. De film bestaat vooral uit de geluidsopnamen die zijn gemaakt van de onderhandelingen tussen militairen en Japanse terroristen die een vliegtuig kaapten in Bangladesh in 1977. Lal Shenabahini wisselt dit af met uiteenlopende beelden zoals een tv-serie uit die tijd, die afleiden maar je tegelijk ook meezuigen in een ander vreemd tijdperk. Af en toen levert hij zelf commentaar en heeft hij het over de extreme opvattingen van de Japanse terroristen of de toenmalige politieke situatie in Bangladesh.

Merkwaardig genoeg wordt er tijdens de gijzeling ook een staatsgreep gepleegd, waardoor de gebeurtenis nog onwerkelijker wordt. Lal Shenabahini´s aanpak doet deels denken aan Johan Grimonprez fascinerende Dial H.I.S.T.O.R.Y. over luchtvaartterrorisme in de jaren zeventig. Lal Shenabahini weet op een experimentele manier zaken aan te kaarten die je verrassen.

De trailer is alleen op de site van IDFA te zien maar geeft een goed idee van de film.

Bedrogen werkelijkheid
Voor documentairefilmmakers vormen bedriegers een fascinerend onderwerp omdat zij hun kracht halen uit het spel tussen fictie en werkelijkheid. Op het IDFA was Bart Laytons The Imposter een subliem voorbeeld van een film waar je als kijker gelijk wordt meegesleept in het verhaal van een compulsieve identiteitensteler. Om hier te veel te verklappen zou afbreuk doen aan de spannende opbouw van de film.

Trailer The Imposter (2012)

Vergelijkbaar met The Imposter is Barbara Vissers boeiende C.K. waar zij docu-elementen hanteert naast fictieve aanvullingen. C.K. is een filmessay dat probeert door te dringen tot de psyche en de motieven van de fraudeur Clemens Kahmann. Kahmann was een accountant voor het Nederlandse fonds voor Beeldende kunst. In 2009 vluchtte hij met zo’n 15 miljoen naar Thailand, nadat hij al jaren het fonds had opgelicht.

Visser gebruikt een denkbeeldige voice-over van Kahmann om in zijn gedachten te kruipen. Dit wordt gecontrasteerd met een voice-over van Visser zelf die zich dingen afvraagt en beelden van kunstprojecten die in Kahmanns tijd door het fonds werden gesteund. Is het dat Kahmann jaloers was op de vrijheid en de durf van kunstenaars? Uiteindelijk is C.K. een portret van een mysterieuze, maar ook oppervlakkige man die stiekem en zonder berouw vanuit zijn werk verschillende Rolex-horloges van zo’n 25.000 euro per stuk koopt van gemeenschapsgeld.

Ouderwets humanisme
Voor deze recensent waren de enige teleurstellingen op het festival We van Peter Lataster en Petra Lataster - Czisch en Wrong Time, Wrong Place van John Appel.

We is een film die bestaat uit beelden van het archief van het Nederlandse Instituut voor Beeld en Geluid. De Latasters mochten van het archief van het museum gebruikmaken om een film te maken. Het resultaat is een voorspelbaar, rommelig en banaal filmessay waar een te algemeen beeld wordt geschetst van het goede en het slechte van de mens.

Het probleem is dat de montage en de muziek te suggestief werken. Modernistische muziek van Alfred Schnitke bij beelden van oorlog en concentratiekampen en Mozart bij scènes van vreugde en blijdschap. Het ontbreekt de film ook niet aan een psychedelisch segment waaruit je weer moet opmaken hoe gek de jaren zestig waren.

De film mist helaas de ambigue en mysterieuze schoonheid van betere found footage films zoals het sublieme oeuvre van de Hongaar Péter Forgács of de onovertroffen filmessays van Chris Marker. Het meest storende vormt het laatste deel van de film waar archiefbeelden worden gebruikt van de executie van Ceausescu en van Qadhafi. Na deze gewelddadige confrontaties met de dood, worden beelden van kinderen getoond om aan te tonen dat het leven gewoon doorgaat. Het is een te makkelijke en clichématige truc die de kracht van de voorgaande beelden bagatelliseert.

John Appels Wrong Time, Wrong Place is een portret van de overlevenden van de Breiviks aanslagen in Noorwegen. De film heeft een conventioneel en plechtig karakter en is een passend monument voor de slachtoffers, maar weinig meer dan dat.

De mensen die hij interviewt kampen nog met vragen. Waarom hebben zij het overleefd en zijn anderen overleden? Het zijn vragen waar geen antwoorden op te geven zijn en Appel toont hoe overlevenden en nabestaanden leven in de schaduw van de aanslagen. Het toeval wil dat een van de overlevenden zwanger was en binnenkort gaat bevallen. Hiermee lijkt de film nog een positieve noot aan de tragedie te kunnen geven.

Appel waagt het helaas ook om een shot van een plastic zakje in de wind te filmen. Een leeg cliché dat niets toevoegt aan de film.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Paradiso
THE ARISTOCRATS
Niet grappig
>>>