Meteen naar de tekst springen
Les Géants: een mooie schets van een kindertijd.(c) O'Brother Distribution

INDEX >> FESTIVALS >>

IFFR 2012
Zeven films in close-up

 

Bob van der Sterre | 29/02/2012


Share/Bookmark

Het beste van het IFFR van 2012. Een arbitrair lijstje natuurlijk, want het is godsonmogelijk om alle films te gaan zien, laat staan allemaal bespreken. Er was veel leuks maar je moet ergens een streep trekken. Eervolle vermeldingen zijn er voor de originele filmstijl van L’Ultimo Terrestre (filmdebuut van Gianni Pacinotti, ook wel striptekenaar Gipi), het portret van menselijke lafheid in 38 Témoins (Lucas Belvaux), en de schets van Freud en Jungs vriendschap in A Dangerous Method (David Cronenburg).

Lees ook: Veel variatie maar geen grote pieken

(c) Kintop Pictures When the Lights Went Out
Het is 1974, een arbeiderswijk. De favoriete modekleuren van een huisvrouw van toen: avocadogroen en oranje. Een familie verhuist naar een eenvoudig hoekhuis. Een probleem. Het huis zit vol geesten.

When the Lights Went Out had een gunstig effect op het publiek. Het publiek kon aangenaam griezelen maar ook af en toe lachen. Britse griezelhumor blijkt een prettig genre te zijn.

De horror in deze film heeft meer echte mensen dan je doorgaans in horrorfilms tegenkomt. Het is alsof een arthousedrama zich langzaamaan verdwaalt in poltergeist-exorcisme. Het is ook alsof de karakters zichzelf ertegen verzetten. Er moet veel overtuigingskracht aan te pas komen om ze te overtuigen van de geesten. En alle bezoekers ook. Dat is praktisch want een gemiddelde kijker moet net zo overtuigd worden.

De geesten in deze film zijn creatief met behang, kunnen kietelen en teksten schrijven. En als het nodig is, leveren ze een heel visioen af. Maar onderschat ze niet. Een linkse directe of wurgen staat ook op hun repertoire.

Het aardige van de film van Pat Holden is dat er zeldzaam veel aandacht was besteed aan de art-direction. Zelden eerder zag je de burgerlijkheid van de jaren zeventig zo tot leven komen. Sherry, roken, kleding, behang. Je merkte duidelijk aan de zaal wie de jaren zeventig had meegemaakt.

Pat Holden maakte eerder een filmische impressie van het Thatchertijdperk, Awaydays, en hij duikt nu nog een decennium verder terug. De filmstijl is helaas een beetje gewoon maar er zit genoeg acteer- en decorkracht in om het genre van de haunted house-films een frisse impuls te geven.

(c) Twentieth Century Fox Film Corporation Miss Bala
Mexico. Een dame – kandidate voor de miss Baja California-verkiezingen – is op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Ze wordt ontvoerd door een Mexicaanse bende. Ze moet pakjes afleveren, ontsnappen aan de politie, en meewerken aan een moordcomplot.

Een achtbaan van hel – zo voelt het zien van Miss Bala een beetje. Gevoelsmatig hangt de film tussen Lilja 4ever (de spiraal van ellendigheid) en Gomorrah (het realisme van de misdaadwereld).

Vooral de chaos is geweldig in beeld gebracht – je hebt vaak geen idee wat er gebeurt. Midden in de film zit een schietscène bij een aanrijding. Je gaat zelf bukken voor de langsfluitende kogels.

Stephanie Sigman (de actrice die Laura speelt) legt uit in een interview met het New York filmfestival dat het geheim achter de film choreografie was. De film is eerst helemaal digitaal geschoten om bekend te worden met de beweging in de film. Daarna is de film echt geschoten op klassieke wijze.

Van Sigman gaan we vast meer horen. Ze heeft niet alleen de looks maar uit interviews blijkt ook een heel vrolijk Latijns temperament, eentje die talentvolle actrices in Hollywood vaak ontberen.

Regisseur Gerardo Naranjo heeft met Miss Bala vermoedelijk een kraker voor de Amerikaanse markt gemaakt. Naranjo, in diverse interviews: ‘Het basisidee was om een film te maken die mijn gevoel uitdrukte, maar zonder woorden. Ik wilde niet alles uitleggen met de shots. Veel mysterie – ook dankzij het lage aantal cuts, slechts 130. Ik was erg ontevreden over de manier waarop misdaad in Mexico is verfilmd. Veel flauwe komedies, veel Scarface-achtige verheerlijking van gangsters met veel meiden en drugs. Ik wilde dichterbij de werkelijkheid zitten. In Mexico wisten mensen ook niet goed hoe ze op de film moesten reageren. ’t Kwam te dichtbij.’ Het zwijgen van Miss Bala is voor hem te vergelijken met het zwijgen van de Mexicanen op de misdaad.

(c) Entertainment One Black’s Game
Je weet niet meer wat er ’s nachts is voorgevallen en je staat voor het gerechtsgebouw. Een maat van vroeger staat daar toevallig ook en hij geeft je de naam van een advocaat. Maar hij wil wel iets terug van je. Voor je het weet, sta je voor een stel paarden met een zwaard in je handen. ‘We moeten een paardenkop in zijn bed leggen. Je weet wel, als in The Godfather.’

Stebbi, eigenlijk nog student, raakt vervolgens verzeild in de IJslandse misdaad – die zich op dat moment, eind vorige eeuw, professionaliseert. We volgen zijn leven en zijn contacten met unheimische karakters als Tobi en Bruno, vol cocaïne, seks en bankovervallen. De laatste doen ze er eigenlijk alleen maar bij voor de sport. ‘Het levert toch niets op hier.’

Twee dingen heeft deze film voor: beregoed acteerwerk en een virtuoze filmstijl die je niet snel achter een debutant zou zoeken. Een ding heeft de film tegen. Zulke vlot gemonteerde gangsterfabels vol drugs zijn al zo vaak gemaakt.

De karakters zijn gebaseerd op echte personen (‘Inspired by some shit that actually happened’) uit een non-fictieboek van Stefán Máni. De schrijver liet Axelsson zelf bepalen hoe hij de film wilde maken. Zes jaar deed Axelsson er uiteindelijk over. De crisis van de banken kostte nog eens een jaar extra jaar vertraging.

De meeste tijd ging in de casting zitten. ‘Ik denk dat ik iedere IJslandse jonge acteur heb gezien’, zegt hij in een interview met het IFFR. ‘Iedere film schept zijn eigen wereld en die staat of valt bij de geloofwaardigheid van het acteerwerk.’ En het moet gezegd: de acteurs in deze film zijn gretig en zetten smakelijke acteerprestaties neer.

Geen toeval dat Nicolas Windig Refn (van Drive en Pusher) als uitvoerend producer was betrokken. Hij gaf Axelsson het volgende advies: ‘Maak het zo gewelddadig als mogelijk.’

(c) Euforia Film King Curling
Truls Paulsen is wat je noemt een curlingvedette. Maar zijn mathematische perfectie heeft een nadeel: hij draait door. Hij wordt opgenomen. Zijn vrouw is zijn voogd. Maar in haar pikorde komt hij lager dan haar hondje.

In het filmfestivalprogramma tjokvol drama verhoudt King Curling zich als een edelweiss tussen cactussen. Er zitten pareltjes van komische passages in – met name de man die ’s nachts met een piepend karretje over straat moet. Het tempo ligt hoog. De decors zijn prachtig.

Het acteerspel is ook nog eens echt grappig – wat je misschien niet uit Noorwegen zou verwachten. De acteurs zijn bekende komedianten in Noorwegen en hebben vaak voor televisie samen gespeeld. Met name Kåre Conradi als Stefan Ravndal is grappig met zijn bizarre gebaren. Maar ook Atle Antonson, die aan het script meeschreef, geeft zijn Truls de droogheid mee die bij de rol hoort.

Het script is niet helemaal geslaagd. De karakters hebben welgeteld één eigenschap. Val je niet voor karikaturale humor dan heb je niet veel aan deze film. En het verhaal ontvouwt zich volgens een schema zoals je dat ziet in de meeste komedies. En dat is werkelijk anders dan The Big Lebowski, waarmee deze film aldoor wordt vergeleken.

Ole Endresen regisseerde de film en erkende dat hij nog nooit een partij curling heeft afgekeken. ‘Het zijn allemaal dikke mannen die vijf uur lang een steen over het ijs schuiven. Dat hou ik niet vol.’ Of het als grapje bedoeld was, werd niet duidelijk, maar Endresen zei tijdens de Q & A dat de acteur die Marcus speelde aan Gilles de la Tourette lijdt. ‘Het was ons doel om hem zoveel mogelijk te irriteren en op het randje te krijgen. Dan was hij geniaal.’

(c) A-Film Distribution Le Havre
In de havens van Le Havre wordt een container geopend. Een groep Afrikaanse vluchtelingen. Een jongetje rent weg. Schoenpoetser Marcel Marx ontdekt hem en verbergt het knulletje voor de politie met hulp van de buurt. Nog sterker: ze gaan hem helpen in zijn tocht naar familie in Londen.

Aki Kaurismäki is erg op zijn plaats in het Frans; zijn lichtvoetigheid past er prima. Er is alleen Kati Outinen, die de Finse huisvrouw Arletty speelt. Verder is het zo Frans als maar mogelijk is en dat is anders dan Hugo, een film die toch wel Amerikaans blijft.

De film heeft veel te danken aan invoelend acteerwerk. Jean Pierre Daroussin speelt zijn uitgebluste en somberige detective erg smaakvol. Dat is mooi want zijn talent is al te veel verspild geweest in mindere films.

Er is veel warmte in dit verhaal, veel positiviteit, zelfs op het naïeve af. Ben je een keer in een rotbui over hoe gemeen de wereld is, kun je gerust deze film gaan zien. Een perfecte antidosis in een cynische wereld waar vluchtelingen als overlast worden gezien.

Le Havre is een van de weinig stijlvaste films op het festival. Kaurismäki’s eerste films dateren uit de jaren tachtig. In deze film komt veel van zijn stijl tezamen. Het droogkomische, het kleurrijke, het vriendelijke, het knusse. Mannen zien er slungelig uit, vrouwen een beetje uitgeleefd. Er zijn weinig regisseurs op dit festival die zo een eigen signatuur hebben als Kaurismäki, en er zijn er ook maar weinigen die zichzelf zo weinig serieus nemen. (‘Ik hou ervan om naar het bos te gaan en te kletsen met de bomen maar de bomen praten niet terug dus zeg ik niets’ ‘Mijn werk is als de kunst van een oude vrouw op een Chinees treinstation.’)

In zulke handen zien de ergste clichés er nog steeds uit als goud. Hij weet in zijn film een prachtige oereenvoudige sfeer neer te zetten die doet denken aan jaren dertig- en veertig-films van Marcel Carné en Jean Renoir. Daarom vind ik dit een van de beste films van het festival: zulke charme breekt al mijn verzet, en dat is een kunst, want al met al is dit verhaal nou ook niet buitengewoon origineel.

(c) O'Brother Distribution Les Géants
Drie jongens. Een wordt geslagen door zijn broer. De andere twee zijn broers van wie de moeder ze kapot laat vervelen in een bungalowtje ergens op het Waalse platteland. Via via komen ze in contact met een hasjdealer. Die wil dat pandje best gebruiken. Ze moeten dan wel opdonderen. Dat doen ze maar.

Het is een mooie schets van een kindertijd, Les Géants, en helemaal als je zelf een jongetje bent geweest. De jongetjes zijn zo irritant en vrolijk als ze zijn op die leeftijd. Ook al kom je als kind in de grootste narigheid; een paar uur later ben je al grapjes aan het maken met pannenkoeken.

De film werd goed gewaardeerd, maar een snel overzien nadeel van de film is dat de film niet veel meer is dan het charmante beeld van de jongens. Wil je verhaallijnen ‘die ergens naar toe gaan’, dan vind je die niet hier. Het is wat het is: een schets van kinderen.

In een interview met het IFFR zegt Lanners dat hij geen zin had in films die zich in een grauwe stadsbuurt van Luik afspelen, met overal misère. ‘Het is misschien een lelijk onderwerp, want het leven is hard voor de drie jochies uit mijn film, maar ik wil het wel zo mooi mogelijk brengen, zowel visueel als met de muzikale score.’

Eerder wilde hij een Amerikaanse film maken, een beetje westernachtig ook nog als het even kon. ‘Je zou kunnen zeggen dat ik een soort Amerikaanse films draai, maar in België, zodat ik er niet voor naar de Verenigde Staten hoef te vliegen.’

In zekere zin komt zijn eigen leven erin terug. Hij was dertien toen hij een al bijna even avontuurlijke fietstocht maakte en veel mensen ontmoette. Verder is hij ook altijd graag buiten. ‘Zelfs als acteur, in andermans films, speel ik het liefste in de buitenlucht. Omdat je in contact staat met de elementen, je stem klinkt anders in de open lucht.’

(c) O'Brother Distribution L’Apollonide
Een hoerenhuis, eind negentiende eeuw. De dames leven met hun beslommeringen, slapen en verveling, met opium en syfillis, met quasirelaties en enge mannen.

Een verademing, zo’n stap terug in de tijd in iets wat je met recht nog een huis van de liefde zou mogen noemen. Kletsen en charmeren hadden toen nog een betekenis. ‘Mag ik je vasthouden?’ ‘Dat mag.’ ‘Gisteren heb ik je gemist.’ ‘Ik kon helaas niet komen.’ Het is een romantische visie – die met twee japen met een mes in evenwicht wordt gebracht.

De dames waren altijd in het bordeel. Naar buiten mocht alleen met toestemming. Haat en nijd werken niet als je zo leeft. Dat doen de meiden dus ook niet, ze troosten elkaar juist met hun vergooide levens. Die momenten zijn immens ontroerend. Je weet dat al die meiden even in de knoei zitten met hun levens. Zoals de bordeelhoudster nuchter zegt als iemand zich aanmeldt: ‘Geen man wil een hoer als vrouw.’

Bertrand Bonello heeft er een mooie, lieve film van gemaakt – geen film die per se taboes wil overschrijden. In een interview met het Sundancefestival zei hij dat ook: ‘Ik maak mijn films zo sensitief mogelijk. Het gaat erom dat ik geraakt word.’ Hij maakte al eerder Le Pornographe, met Jean-Pierre Léaud als verveelde pornoregisseur, in een al even kalme vertelling over seksualiteit. Je kunt dus gerust zeggen dat het onderwerp seks hem goed ligt.

Het meest aangename aan L’Apollonide is de milde toon – meer een stroom van mensenanekdotes dan een typisch drama. De film breekt de standaard dramatische arthouse-stijl met spaarzaam gebruik van flashbacks, splitscreens en het laten klinken van moderne muziek. Bovendien zijn er geen sterren die per se moeten schitteren. Een voorwaarde voor een geslaagde ensemblefilm.

Het maken van een film in een huis heeft best wat voeten in de aarde, en vooral op het gebied van het licht, zo legde Bonello uit. Maar beperkingen zorgen voor nieuwe ideeën, zei hij. ‘De flashbacks en splitscreens zijn hiervan ook een rechtstreeks gevolg, zo kon er een beetje gespeeld worden met de tijd.’

Er is door de makers onderzoek gedaan naar negentiende-eeuwse huizen. Ze ontdekten een groot contrast tussen de chique salons en de kamers van de meisjes op de tweede verdieping, waar ze met z’n tweeën of drieën een bed deelden. Een probleem in de research was dat geschiedschrijving was gedaan door mannelijke schrijvers en kunstenaars. ‘Ze weten niet wat er gebeurde tussen tien uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds.’ Daarvoor hielpen dagboeken, politiearchieven en journalistieke verhalen.

(c) Kintop Pictures (c) Twentieth Century Fox Film Corporation (c) Entertainment One (c) Euforia Film (c) A-Film Distribution (c) O'Brother Distribution (c) O'Brother Distribution

De 41ste editie van het IFFR vond plaats van 25 januari 2012 tot en met 5 februari 2012. De volgende editie in 2013 zal plaatsvinden van 23 januari tot en met 3 februari 2013. Alle info: http://www.filmfestivalrotterdam.com/nl/

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Benelux Film Distributors
I DON'T WANT TO SLEEP ALONE
Tsai Ming-liangs doos van Pandora
>>>