Meteen naar de tekst springen
AFFR 2011: aangename variatie (c) Bob van der Sterre

INDEX >> FESTIVALS >>

ARCHITECTUURFESTIVAL ROTTERDAM
Karaktervolle gebouwen

 

Bob van der Sterre | 01/11/2011


Share/Bookmark

Wat? Het grootste architectuurfilmfestival van de wereld? Hier in Rotterdam? We moeten er maar vanuit gaan dat de organisatoren van het AFFR niet zomaar wat roepen. Maar is het ook echt interessant, alleen maar films over gebouwen? Als je verstand hebt van films en architectuur en ook aantrekkelijk kunt programmeren, blijkt het antwoord: ja.

(c) Bob van der Sterre Het gevaar van het vertonen van architectuurdocumentaires is dat je veel mooie foto’s ziet van gebouwen en dan een dozijn pratende hoofden hoort zeggen hoe mooi die gebouwen wel zijn. Maar het festival varieert aangenaam in zijn onderwerpen. Architectuur is een breed onderwerp. Zo zijn ook interessante speelfilms als Touche Pas la Femme Blanche (zie Camera Obscura 1), Themroc (Camera Obscura 6) en Wolfen geprogrammeerd.

De hernieuwde LantarenVenster in Rotterdam is een logische plek voor het festival. Het gebouw op Kop van Zuid is zelf ook een architectonisch hoogstandje. Ruim en knus, rommelig en zakelijk, zicht op Maas en wolkenkrabbers. Je beklimt een trap om naar zaal 2 te gaan en je loopt er tot je eigen verbazing op de begane grond weer uit.

Het AFFR is zo internationaal georiënteerd dat je louter Engelse ondertitels hebt. Ook alle discussies en introducties worden in het Engels gevoerd – zelfs al zitten er voornamelijk Nederlanders in de zaal.

Mooie gebouwen tegen de vlakte
Enkele Madrileense automobilisten kregen dagelijks tranen in hun ogen als ze op weg naar hun werk een bijzonder gebouw passeerden. Het was La Pagoda, een gebouw met vijf haaks op elkaar gestapelde verdiepingen. De architect ervan was Miguel Fisac, een modernist die in het Spanje van Franco eigenzinnig te werk ging.

La Pagoda werd ontworpen in 1955 voor een farmaceutisch bedrijf. Het gebouw was volledig van ruw beton opgetrokken. Fisac was dol op ruwe materialen. In zijn eigen huis liet hij trots enkele kamers zien die hij niet eens had laten verven.

The Freaky Story of a Funky Skyscraper (2011) In The Freaky Story of a Funky Skyscraper (2011) zien we ook zijn andere werk en Fisac bleek een eigengereide vent. Hij maakte eens een ontwerp met talloze kabels voor een kerk, waar hij als reactie op kreeg: ‘Dat is een rare oplossing.’ Fisac antwoordde: ‘Dat is juist mijn doel.’ Gewelfde plafonds en dwangmatige vernieuwingskoorts waren zijn voornaamste kenmerken.

Toen kwamen de jaren negentig en het conservatieve Madrileense bestuur waste zijn handen in onschuld toen projectontwikkelaars La Pagoda neerhaalden, nog tijdens het leven van Fisac, en tot groot verdriet van talloze architecten.

Nakagin Capsule Tower (2010) voert ons terug naar de jaren zestig. Toen bedachten kopstukken van de Japanse architectuur de filosofie van het ‘metabolistische bouwen’ bij elkaar. Deze mannen (voor het gemak ‘de metabolisten’ genoemd) wilden iets maken wat meer zou kunnen meedeinen met de groei van de stad dan regelrechte flattenwijken. Vandaar het woord metabolisme, stofwisseling.

Kisho Kurakawa was geen man van half werk en maakte begin jaren zeventig de meest flexibele woning ooit: de Nakagin Capsule Tower. Het werkt zo: je bouwt twee torens die als ruggengraat functioneren. Je laat ergens stalen cabines bouwen van twee bij vier meter. Die worden met vrachtwagens naar de torens vervoerd, omhoog gehesen, en een paar maanden later hangen er honderdveertig cabines (capsules). Tezamen ogen ze als een boom waar omgevallen wasmachines aan groeien.

De capsules zijn extreem klein – een bewoner stopt zijn collectie schoenen onder de waterafvoer. In het interieur kun je een mini-ruimteschip herkennen. Dat kan kloppen. De fabrikant van de capsules ontwierp ook schepen en vliegtuigen.

Maar ironie is onbarmhartig. Juist dit gebouw bleek geen veranderingen aan te kunnen. De buizen voor water en rioolafvoer zijn een drama om te repareren. Het gebouw lekt aldoor water. ‘De waterrekening is hier vijf à tien keer hoger dan elders’, klaagt een bewoner.

De bewoners aarzelen tussen een renovatie en een herbouw, die beide net zo duur uitvallen. Kurokawa is intussen overleden en de knoop is nog niet doorgehakt. Kenners bevelen het eerste aan, op een na, architect Toyo Ito. ‘Als een gebouw zijn doel verliest, mag het van mij worden neergehaald.’ Hij deed dat ook met zijn eigen huis toen zijn vrouw was overleden.

Nachtmerrieachtige steden
Ekumenopolis (2011)  – de openingsfilm – is zonder twijfel een van de beste documentaires van het festival. Zo een die haarfijn alle zaken rondom een thema uitpluist, interessante mensen interviewt, prachtige beelden toont, gepast grafische effecten toepast en – zeldzaam – alles voorziet van een goede muziekkeuze.

Het gaat hier om Istanbul en z’n gedachteloze uitdijing. Regie is er nauwelijks. Er zijn wel veel projectontwikkelaars die grof geld willen verdienen. Infrastructureel en sociaal verpaupert de stad in sneltreinvaart. Dit leidt tot gemopper bij planologen, sociologen, architecten en psychologen.

Ekumenopolis (2011)  Een paar ellendige zaken op een rij. De focus op bouw van woningen in het duurdere segment. Arme buurten worden gesloopt en er komen rijke buurten voor op de plaats. Leegstand. Maar liefst 600.000 woningen staan te wachten op een huurder. Focus op auto’s. Slechts tien procent van de reizen binnen Istanbul wordt met metro of trein gedaan (in Tokio is dat 96 %). In 1980 waren er 200.000 auto’s, nu twee miljoen. Steeds meer wegen worden gebouwd, die vervolgens ook vollopen en de bouw van nog meer wegen rechtvaardigen.

Is dat allemaal zorgwekkend? Ja. ‘Wij creëren de steden maar de steden creëren ons ook,’ zegt een sociologe treffend. Het probleem is niet zozeer de economie zelf. Die denkt niet na. Het probleem is de totale zielloosheid van zo’n stadsbestuur. Vijftig procent van de woningen is niet eens aardbevingbestendig gebouwd. Maar daar wordt aan gewerkt, o ja! Door mensen weg te jagen, hun huizen kapot te maken, en ze weer opnieuw te bouwen. Tel uit je winst.

In The Desert Castle (2007) en Mirage (2011) gaat het over de bouwgoudkoorts in Arabische golfstaten. In de eerste film mag een Noorse architect in het emiraat Ras Al Khaimah, niet ver van Dubai, een stad in woestijnzand ontwerpen. Mirage is een portret achter de schermen van Dubai, misschien wel de meest commerciële stad ter wereld.

Interessant, maar om echt te zien hoe wereldvreemd Dubai wel is, kun je misschien beter op Youtube terecht, via films als Dubai, Miracle or Mirage (van National Geographic) of Impossible city (Discovery).

Het tragische is dat iedereen er vreselijk veel geld aan verdient maar dat niemand van de stad lijkt te houden. Kenmerkend is de grote haast om steeds weer iets nieuws neer te zetten. Geen enkel project duurt langer dan drie jaar.

Een Canadese architect, achteloos: ‘We zijn momenteel bezig met een gebouw van meer dan zevenhonderd meter hoog.’ De Dubai Mall wordt vijftig voetbalvelden groot. Nieuwe woningen worden drie à vier keer verkocht voordat er een steen is gelegd. Voor een ‘zeven sterren’ hotel werd in zee een eilandje gebouwd. Dat vond de sjeik mooi dramatisch.

De ontelbare Indiase en Chinese arbeiders die dit allemaal bouwen zijn weggestopt in barakken ver van de stad en slapen en koken met zijn twaalven in een hokje van twintig vierkante meter.

Plezier in je werk
Ongeveer vijf architectenbureaus (Donald Wexler, Alan Hiss, E. Stewart Williams, Albert Frey, William Krisel) veranderden in de jaren vijftig en zestig Palm Springs in een modernistisch droomparadijsje – dus veel glas, stenen muren, houten interieurs, zwembaden, die soms zelfs het huis instromen.

Desert Utopia (2010) De ontwerpers bouwden benzinestations, kerken, supermarkten, woonhuizen, kantoren, sportcomplexen. Alles in dezelfde moderne stijl. Zo kun je er nu nog steeds tanken in een van de mooiste benzinestations van de wereld.

De ontwerpen – zonnig en vrolijk ogend – maken dat je zin hebt om aan te bellen en te vragen of ze nog een huurder zoeken. Maar dit waren de jaren vijftig. Het moderne Palm Springs is in de documentaire Desert Utopia (2010)  doelbewust buiten beeld gelaten. Ook hier hebben de jaren tachtig en negentig hun sporen nagelaten. Nogal wat fraais is zonder pardon neergehaald.

Een van de meest interessante bouwsels uit de film is de woning van Albert Frey. Een flinke rots gaf hij een prominente plek in zijn huiskamer.

Bestaan er ook architecten die geen gebouwen ontwerpen? Afgaande op Space, Time & Land (2010) kennelijk wel. Voor het Ant Farm-collectief was ontwerpen bijzaak van het hebben van lol in kunst en architectuur. Je moest je juist tegen de dictatuur van het grote geld afzetten.

Dus gingen deze vrolijke uitvinders op pad met hun ballonnen huizen, die je kon opvouwen en in je zak meenemen. Veel succes op muziekfestivals. Toen was er een dame die de groep een kans gaf om zowaar een huis te bouwen aan een meer. Onleefbaar helaas, maar vernieuwend zoals je zelden ziet.

Ze koersten steeds meer af op performance art. Met een auto door een muur van brandende televisies rijden; de moord op Kennedy naspelen op de plek waar hij werd neergeschoten; en Cadillacs verticaal parkeren in Texas, hun beroemdste project. Hoogtepunt van hun werk had het dolfijnencommunicatieparadijs moeten worden maar dat kwam niet van de grond.

Na de oorlog werd London door stadsplanner Patrick Abercrombie ingedeeld in Londense wijkjes die als ‘cellen’ rondom een ‘hart’ waren gecentreerd. Abercrombie streefde ernaar om heel Londen ruimtelijk en gelijkwaardig in inkomen in te delen. Jarenlang werd dit redelijk trouw nagevolgd.

Hoogtepunten zijn de projecten van Naeve Brown (Camden), Berthold Lubetkin (Bevin Court). Deze sociaalgevoelige bouwers deden echt hun best om mensvriendelijk te bouwen in Londen. Dat wil zeggen: levendige woningenprojecten, hier en daar vleugjes kunst, geen rangen en standen.

In de jaren tachtig helde Londen over naar de ‘filosofie’ van Margaret Thatcher, die volgens Ken Livingstone (ex-burgemeester van Londen) met haar manier van doen beter had gepast bij Oost-Duitsland. Het was onmiddellijk afgelopen met de ‘dromerige’ sociale woningbouw. De bouwmacht verschoof naar projectontwikkelaars en die hebben meer ambitie maar minder fantasie dan de utopisten.

Utopia London (2010) is de meest persoonlijke documentaire van het festival, want debuterend regisseur Tom Cordell woont zelf in een van de gebouwen. Bovendien boordevol chique time-lapse-fotografie.

Speelfilms
Medianeras (2010) is een lieve, vriendelijke film, en helemaal van deze tijd want Facebook, chats, mobieltjes en Youtube krijgen allen een prominente rol. Dat is immers ons leven, nietwaar? Daarmee is de film meteen al gedateerd, maar geeft vermoedelijk wel een charmant beeld voor kijkers over een paar decennia.

Medianeras (2010) Het Amélie-achtige liefdesverhaal over twee eenzame dertigers is charmant – hoewel een beetje inkopperig – maar Medianeras scoort punten als speelfilm waar architectuur echt een waardevolle bijrol krijgt. Prachtige opnames van Buenos Aires’ onlogische gebouwen, en veel oog voor interieurs, trappengangen, vitrines, straten en zwembaden. De dame is architect, de man is fotograaf, dus dat kwam wel handig uit.

De blik van Medianeras zou kunnen doen voor Buenos Aires wat de blik van Amélie deed voor Parijs. Hier ligt de nadruk op nauwe woonkamertjes in kolossale wooncomplexen. Soms heb je te weinig licht. Dan wordt er op een willekeurige plek in het huis een gat geslagen. Daar komt dan een raam.

Er was een tijd dat Gregory Hines nog leefde en leuke bijrollen speelde. Zoals een patholoog-agent in Wolfen (1981), een thriller met Albert Finney als detective, die ‘onmogelijke moorden’ op de steenrijke Van der Veers moet oplossen.

De architectuur komt van een bijna gesloopte wijk in de Bronx. Zelden werd er zo goed gebruik gemaakt van de griezelige uitstraling van een half vervallen wijk. Het bouwvallige kerkje lijkt mij ook een logische verbergplek voor wolven, die daar af en toe een paar mensen heen slepen, want ze moeten toch eten.

Een raadsel waarom deze film naar de kelders van de cinema is verhuisd. Het is een smaakvolle thriller, die je zowel met mysterie en spanning te grazen neemt. Het verhaal neemt de tijd, het spel is gepassioneerd, de effecten zijn passend (zie de invloed op een film als Predator), en het interessante kaf van het oninteressante koren is goed gescheiden. Zo zien we Edward James Olmos die een wolf nadoet op een strand, of Albert Finney die met veel vrees een brug beklimt.

Een intelligent gekozen slotfilm voor een festival over architectuur want er zijn denk ik weinig films waar architectuur zelfs een rol speelt voor het plot. De film werd geregisseerd door Michael Wadleigh, voor wie Wolfen opmerkelijk genoeg zijn enige film was die niet over het festival van Woodstock ging.

(c) Bob van der Sterre The Freaky Story of a Funky Skyscraper (2011) Ekumenopolis (2011)  Desert Utopia (2010) Medianeras (2010)

Alle informatie: http://affr.nl/

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

A-Film
BROKEN FLOWERS
Als je maar beweegt
>>>