Meteen naar de tekst springen
Reconstruction: ambitieus op het randje van pretentieus (c) 1More Film

INDEX >> FESTIVALS >>

CAMÉRA D’OR
Goed begonnen is niet altijd gewonnen

 

Matthias Van Wichelen | 04/05/2011


Share/Bookmark

In mei is Cannes traditioneel de filmhoofdstad van de wereld. Eén van de interessantste prijzen die er jaarlijks wordt uitgereikt is de Caméra d'Or die gaat naar de beste debuutfilm. Bekroond worden in Cannes is van onschatbare waarde voor filmmakers en producers.

Niet alleen krijgt een prijswinnaar – in eender welke categorie – wereldwijde aandacht en verschijnt de titel in alle kranten, tijdschriften en online magazines denkbaar, nog belangrijker is dat de film meteen ook een onbetwistbaar kwaliteitslabel krijgt dat goud waard is.

Winnen in Cannes doe je namelijk niet zo maar. Door de steeds wisselende samenstelling van de jury die telkens op een totaal andere – maar steeds even onnavolgbare – manier films beoordeelt, is zelden of nooit te voorspellen wie bekroond wordt en wie ontgoocheld afdruipt.

Een typische Cannes-film bestaat niet zoals een typische Oscarwinnaar wel bestaat. Eigenzinnigheid, sociaal bewustzijn en een gedurfde vormgeving zijn voorname troeven maar zeker geen garantie. Meer dan in Venetië, Berlijn of Toronto lijken de jury’s er aan de Côte d’Azur een erezaak van te maken hun eigen logica te volgen en stevig tegen de stroom in te varen.

Ano bisiesto (c) Strand Releasing Een debutant die met de Caméra d'Or naar huis vertrekt, zit gebeiteld zou je dan denken. Er is geen belangrijker platform om je te tonen dan Cannes en er is geen onderscheiding zo moeilijk te winnen als een in Cannes. Hop naar de top. Of toch niet?

In de praktijk valt dat nogal tegen. In de lijst met winnaars staan behoorlijk wat vergeten titels. De term vergeten is niet correct want om een film te kunnen vergeten moet je hem eerst kennen. De kans is miniem dat zelfs de meest toegewijde filmliefhebber ooit gehoord heeft van het Sovjet-Russische Robinsonada or My English Grandfather (1987), het Australische Love Serenade (1996) of het Hongaarse My 20th Century (1989).

Tegelijkertijd staan er ook fraaie titels op het palmares: Jim Jarmusch' Stranger Than Paradise (winnaar in 1984) is een moderne cultklassieker en Salaam Bombay! (1988), Toto le Héros (1991), L'Odeur de la papaye verte (1993), De Witte Ballon (1995), Me and You and Everyone We Know (2005) en Hunger (2008) behoren tot het collectieve filmgeheugen van de filmhuisliefhebber.

Box office drama
Commercieel succes is voor de meeste winnaars uitgesloten. Artistieke goedkeuring en screenings op tientallen filmfestivals wel. Zo stond de winnaar van vorig jaar – het Mexicaanse Año Bisiesto – op het programma van Cinema Novo. Datzelfde Brugse festival bood een paar jaar geleden ook een zeldzame kans om het Israelische Meduzot (winnaar in 2007) te ontdekken.

Dat niet alle Caméra d'Or winnaars de bioscoop haalden in de lage landen ligt meer aan het ontbreken van moedige distributeurs dan aan de kwaliteit van de films zelf. Het box office-drama zit natuurlijk ook ingebakken in het concept: een film van een onbekende regisseur, vaak afkomstig uit een niet-traditioneel filmland, bijna altijd over onaangename/bloedserieuze thema’s bekroond door een jury die toegankelijkheid op de allerlaagste plaats van het prioriteitenlijstje heeft staan...

Grensverleggende ego’s
Als er iets is dat de verschillende winnaars met elkaar gemeen hebben, dan is het de uitgesproken persoonlijkheid – zeg maar reusachtige ego – van de regisseur die niet gelooft in stap-voor-stap maar meteen zijn grote slag wil slaan. De zelfverzekerdheid spat van het scherm. Compromisloze cinema – zowel qua vorm, tempo, vertolkingen, muzikale omlijsting als afwikkeling van de plot – is het resultaat. Soms een tikkeltje te arty farty of hermetisch, maar nooit flauw of voorspelbaar.

Reconstruction (c) 1More Film Neem nu het Deense Reconstruction waarmee de toen 29-jarige Christoffer Boe in 2003 zijn verbluffende intrede in de filmwereld maakte. De film begint met een voice-over die aankondigt dat wat we zullen zien het begin is, maar niet echt, en dat we niet mogen vergeten dat we naar een film zitten te kijken, naar iets geconstrueerd dat weinig van doen heeft met de werkelijkheid.

Wat volgt is een niet-lineair verteld liefdesverhaal met bevreemdende plotwendingen, vrouwelijke personages die door dezelfde actrice worden gespeeld, filosofische bespiegelingen en poëtische kanttekeningen en veel suggestie, heel veel suggestie. Geen moment is duidelijk wat er gebeurt en op welk realiteitsniveau we zitten. Het maakt geen moer uit. Boe is zo meester over zijn materiaal dat alles in de plooi valt.

Reconstruction is ambitieus op het randje van pretentieus, gewaagd, spannend, hip, modern en zinderend. Exact zoals debuutfilms horen te zijn. De drie films die Boe nadien maakte –  Allegro, Offscreen en Everything will be Fine – waren bij ons nooit te zien. Misschien heeft de man zijn beste pijlen verschoten met Reconstruction maar het lijkt onwaarschijnlijk dat zijn talent verdampt zou zijn.

Eigenzinnig, eigenzinniger, eigenzinnigst: Vimukthi Jayasundara breekt alle records met The Forsaken Land. Eerlijk de waarheid: in vergelijking met deze Sri Lankaanse film is Gouden Palm-winnaar Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives een poepcommerciële Hollywoodiaanse rollercoaster.

The Forsaken Land (c) New Yorker Films In The Forsaken Land gebeurt nietser dan niets. De personages praten nauwelijks. Er is stilte, leegte, verkilling en stilstand. Wie wil vertellen over een land dat door de burgeroorlog letterlijk en figuurlijk tot op de grond is afgebroken, wiens bevolking tot in het diepst van zijn ziel is geraakt, kan dat op geen andere manier doen dan die van Jayasundara.

De soms hemeltergend lange shots en het onbestaande ritme maakt de film quasi onverteerbaar, maar de regisseur maakte altijd de juiste keuzes. Die waar zijn sfeerbeeld desolater, hopelozer en prangender van wordt. Je staat sterk in je schoenen als je als kunstenaar zo extreem consequent blijft: werken in het volle besef dat hoe beter je het doet hoe minder mensen je film daadwerkelijk zullen willen zien. Een volstrekt unieke ervaring, anders kan The Forsaken Land niet genoemd worden: hij is misdadig saai tijdens het kijken maar heeft een krachtige weken durende nawerking.

Sprekend over saai: een gedetailleerde omschrijving van de dramatische ontwikkelingen in Stranger Than Paradise past gemakkelijk op de achterkant van een bierviltje. Toch werd de film buitengewoon populair en geldt hij nog steeds als een absoluut hoogtepunt van de Amerikaanse onafhankelijke film.

Van alle regisseurs die de Caméra d’Or wonnen, heeft Jim Jarmusch de bloeiendste carrière uitgebouwd. De Amerikaan is de verpersoonlijking van cool en offbeat, een man die steeds zichzelf gebleven is en nog nooit ontgoocheld heeft. Met Stranger than Paradiso haalde hij een geweldige stunt uit. Zijn film is een ferm statement tegen de oprukkende snelle bling-bling beeldcultuur gepropageerd door MTV.

Het geheel is zo onhip dat het – uiteraard - automatisch weer hip wordt. Jarmusch filmde in zwart-wit en laat iedere scène eindigen met een fade-to-black. Twee van de drie hoofdrolspelers – Eszter Balint en Richard Edson – maken hun acteerdebuut. Ze zouden na deze film niet meer van zich doen spreken maar met John Lurie vormen ze een zeer vermakelijk trio dat even ongepolijste als levendige vertolkingen levert in een genreloze film.

Jarmusch compenseert het gebrek aan spanning, verrassing en sensualiteit met droge humor, machtige dialogen en een hoge herkenbaarheidsfactor. Tenslotte lijken we met zijn allen meer op dit drietal dan op Rocky Balboa en Keyser Söze.

Geboren verhalenvertellers
Niet alle winnaars zijn even onconventioneel als The Forsaken Land en Stranger than Paradise. Oriana, Toto le Héros, Meduzot en 12:08 East of Bucharest zijn qua vorm brave, degelijke, zaterdagavondfilms die bekoren door de natuurlijke, meeslepende vertelstijl en het sterke scenario.

Oriana’s perfect opgebouwde dubbele flashbackstructuur, bedwelmende fotografie en gedetailleerde aankleding geven het niet eens zo straffe verhaal reliëf en lijmen de kijker aan zijn stoel. Het is een kleine maar zeer intense film. Meduzot is een breekbare, tedere mozaïekfilm over vier ongelukkige vrouwen in Tel Aviv. Zoals dat wel vaker gaat in het leven lijken hun problemen voor een buitenstaander nietig en onbenullig maar versmachten ze de personages en zuigen ze alle levenslust uit hen. Het regisserende duo Etgar Keret en Shira Geffen puurt poëzie uit de tristesse en verlicht het drama met heerlijk relativerende humor.

12:08 East of Bucharest (c) Filmmuseum Corneliu Porumboiu’s 12:08 East of Bucharest ziet er bedrieglijk eenvoudig uit. Het is een hilarische komedie over een ernstig thema: de Roemeense Revolutie van 1989. De presentator van een talkshow op een lokale tv-zender probeert uit te zoeken of er in zijn stadje ook sprake was van een ware opstand tegen de dictator. Porumboiu zet vermeende verzetshelden in hun hemd, maakt zich ongegeneerd vrolijk over onwetende journalisten en laakt de geschiedenis herschrijvende paljassen. Grappig en relevant: het is een al te zeldzame combinatie.

De oude Thomas Van Hazebrouck – Toto in zijn kinderjaren – kijkt in Jaco Van Dormaels Toto le Héros terug op zijn leven. Dat begon helemaal verkeerd want als baby werd hij in de kraamkliniek verwisseld met Alfred Kant. En laat die Kant nu net een pak succesvoller zijn dan Thomas. Fantasierijke, magisch-realistische flashbacks illustreren hoe hij zich zijn kindertijd herinnert. Zijn hele leven staat in het teken van wraak op zijn ingebeelde vijand. De vraag is niet of het zal lukken maar hoe. Thomas/Toto is een van de meest intrigerende en aimabele slechteriken uit de Belgische filmgeschiedenis.

Emancipatie van de wereldcinema
De eerste twee Caméra’s d’Or gingen naar Amerikaanse films. Daarna ging de trofee opvallend vaak naar filmlanden die een steuntje in de rug wel kunnen gebruiken. The Princess uit het toen nog communistische Hongarije won in 1984. Eveneens vanachter het Ijzeren Gordijn kwam het Sovjetrussische Freeze-Die-Come to Life, de winnaar in 1990. Met winnaars uit Vietnam, Sri Lanka, Iran, India, Israël, Roemenië en Mexico speelt de nevencompetitie een niet te onderschatten rol in de emancipatie van de wereldcinema.

Eén jaar voor 4 Months, 3 Weeks and 2 Days de Gouden Palm won, ging Corneliu Porumboiu naar huis met de Caméra d’Or voor zijn 12:08 East of Bucharest. Eerder wonnen The Way I Spent the End of the World, California Dreamin (Nesfarit), The Death of Mr. Lazarescu al andere prijzen in Cannes. Sinds 2006 is Roemenië een toonaangevend Europese filmland. Het talent was er al, Cannes gaf hen een duwtje in de rug.

Djomeh (c) New Yorker Films Nog belangrijker en invloedrijker is de onderscheiding die Jafar Panahi in 1995 kreeg voor De Witte Ballon. In december 2010 werd de Iraanse filmmaker veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar. Hij mag bovendien twintig jaar lang geen films meer regisseren of scenario’s schrijven.

Het regime in Teheran houdt niet van intellectuelen die zich roeren. Panahi is monddood gemaakt. Iedere film die in Iran gemaakt wordt en in het buitenland vertoond wordt, is een klein mirakel. Net daarom zijn die onderscheidingen op buitenlandse festivals van cruciaal belang. Dat in 2000 de Caméra d’Or ex aequo ging naar twee Iraanse films: Djomeh (Hassan Yektapanah) en A Time for Drunken Horses (Bahman Ghobadi) is eerder politiek dan cinefiel te duiden. Politiek getint betekent niet onverdiend want zowel Panahi als Ghobadi hebben hun strepen nadien meer dan verdiend.

Ook de prijs voor Atanarjuat: The Fast Runner heeft een hoog emancipatorisch gehalte. Het was de allereerste film die werd gemaakt in het Inuktitut, een stokoude Inuittaal. Atanarjuat is meesterlijke cinema, de taal was gewoon dat detail dat de film extra doet opvallen.

Kansen pakken
De Caméra d’Or lanceert een carrière in de hoogste versnelling. Een bekroning van die orde opent deuren en schept kansen die jonge filmmakers zelden krijgen. Het is aan hen die ook te verzilveren. Jim Jarmusch, Jafar Panahi, Bahman Ghobadi, Mira Nair en Tran Anh Hung deden dat met overtuiging.

Een aantal anderen niet. Na Oriana ging het met Fina Torres‘ carrière stijl bergaf. Celestial Clockwork en vooral het kinderlijke Penélope Cruz-vehikel Woman on Top doen pijn aan de ogen. De Franse winnaars Claire Devers (in 1986 met Noir et Blanc), Romain Goupil (in 1982 met Mourir à 30 ans) en Jean-Pierre Denis (in 1980 met Histoire d’Adrien) verdwenen spreekwoordelijk van de aardbol. Acteur John Turturro (winnaar in 1992 met Mac) stak nog even de neus aan het venster met Romance and Cigarettes maar bracht als regisseur minder dan van hem verwacht en gehoopt werd , terwijl Jaco Van Dormael met twee nieuwe – weliswaar goede – films op 18 jaar tijd ook niet bepaald de wereld veroverd heeft.

Een aardige prijs is de Caméra d’Or zeker en het palmares is een leidraad voor filmfans die hun horizonten willen verbreden. Als voorspeller heeft de jury het even vaak goed als fout maar één ding staat als een paal boven water: iedere film op het palmares biedt wat een arthouse filmliefhebber zoekt: verrassende, onbezoedelde, uitdagende, passionele moderne cinema waar je een flinke kluif aan hebt.

Ano bisiesto (c) Strand Releasing Reconstruction (c) 1More Film The Forsaken Land (c) New Yorker Films 12:08 East of Bucharest (c) Filmmuseum Djomeh (c) New Yorker Films

Het 64ste Filmfestival van Cannes loopt van 11 tot 22 mei 2011.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Warner Bros.
SUPERMAN RETURNS
Fly Away Home
>>>