Meteen naar de tekst springen
At Home Among Strangers, a Stranger amongs his own: buitelt over de ambities. (c) Moskwood Media

INDEX >> FESTIVALS >>

IFFR 2011
Red western

 

Bob van der Sterre | 06/03/2011


Share/Bookmark

Er is nooit een race naar de beste western geweest zoals er een race was naar de eerste landing op de maan. Maar er zijn wel westerns gemaakt in communistisch Oost-Europa. Ze hadden alleen een ander decor, zoals de revolutie en de burgeroorlog. Het IFFR had afgelopen festival vijftien van deze films geprogrammeerd als special.

De traditie van de ‘red western’ begon al in de jaren twintig toen Sovjet-regisseur Lev Kulesjov The Extraordinary Adventures of Mr. West in the Land of the Bolsheviks maakte, geïnspireerd op de westerns uit de VS die hij bewonderde. In die tijd werd ook Little red devils gemaakt.

Natuurlijk werd de western later verworpen door de officiële propaganda. Hoe kun je vrijbuitende kolonisten verheerlijken in een communistisch systeem? Maar als Stalin van westerns houdt, betekent zelfs de officiële lijn niets meer. Zo konden zelfs onder Stalin westerns verschijnen.

Later werd het allemaal wat soepeler en kon het gebeuren dat The maginificent seven van John Sturges in 1960 enorm succes had in de Sovjet-Unie. Deze film werd zo populair dat de Sovjet-leiders er iets tegen wilden doen. Wat was de oplossing? Kijkcijfers naar beneden corrigeren en je eigen versie maken. Zo kwam The elusive avengers tot stand, die weer een remake was van Little red devils.

Misschien was de animositeit ook zo groot omdat veel acteurs van die film een Oost-Europese achtergrond hadden: Yul Brynner, geboren Rus; Charles Bronson, Litouwse achtergrond; Horst Bucholz, afkomstig uit Oost-Berlijn; Eli Wallach, zoon van Poolse emigranten. Alleen Steve McQueen, tja…

Hierna verschenen in de DDR ‘correcte westerns’ die het opnamen voor de indianen (gefilmd in Joegoslavië) en Roemeense westerns. Vervolgens werd het genre populair in centraal-Azië, zoals The seventh bullet van Ali Khamraev bewijst.

The actress, the dollars & the Transsylvanians (Roemenië, 1979)
Veel mensen, waaronder ik, gingen naar de deze film in de hoop een verborgen absurd meesterwerk te zien. Maar dat viel tegen (of mee, het is maar hoe je het bekijkt). De film is min of meer een doorsnee western, met praktisch alle clichés die je maar kunt bedenken, van revolverheld tot bankkluis, van saloongevecht tot treinoverval. Het is zeker geen goede western maar razend slecht ook weer niet.

Door veel karakters wordt fonetisch Engels gesproken, wat bizar klinkt want het script staat vol met populair Western-Amerikaans. ‘He died with honour in his boots’. Het zogenaamde Franse dametje heeft al een sterk accent als ze Engels praat, vervolgens moet ze daar nog een Franse draai aan geven.

Nog vreemder is dat er ook een groepje consequent Roemeens blijft spreken. Dat zijn vermoedelijk de Transsylvaniërs uit de titel. Ik heb niet begrepen wat die daar nou in het wilde westen aan het doen waren – maar dat zal wel gebleken hebben in deel 1, aangezien dit het tweede deel van een trilogie is. Een Transsylvaniër laat er in geval geen gras over groeien als hij een dame leuk vindt.

At Home Among Strangers, a Stranger amongs his own (Rusland, 1974)
Het is de jaren twintig en Moskou verordonneert dat al het goud naar Moskou wordt gebracht. Veel geld voor een veilig transport is er niet. Dat betekent dat een groep robuuste kerels heldhaftig moet zijn. Maar de transporttrein wordt overvallen. De Tsjeka (Russische geheime dienst in die tijd) gaat erachter aan en leert dat de dienst met een verrader kampt. Ondertussen hebben bandieten het goud in bezit – maar zonder te weten waar het is gebleven.  

Regiedebuut van Nikita Michalkov, die werkelijk buitelt over de ambities waarmee hij te werk ging. Een en al fraaie shots, uitbundig lichtspel, dramatisch acteerwerk. Vooral veel mooie beelden waarin hij ineens de diepte van de achtergrond laat zien. Je ziet aan alles af dat hij zijn kans greep (hoe moeilijk het moet zijn geweest die kans te krijgen moeten we even niet aan denken) en meteen een legendarische film à la Orson Welles wilde maken. Nou goed, liever te veel ambities dan te weinig. Was het verhaal saai geweest, had dit stijlexposé irritant kunnen uitpakken, maar dit is behoorlijk spannend kijkvoer. Dat hij ook soms zwart-wit-beelden gebruikte, was geen teken van artistiek snobisme. Hij kreeg gewoon niet meer kleurenfilm van producent Mosfilm. Te duur. Michalkov – die zou zijn geïnspireerd door de westerns van Sergio Leone – had zelf de hoofdrol als bandiet.  

The elusive avengers (Rusland, 1967)
The elusive avengers begint meteen met een verrassing: de wrekers blijken jochies te zijn, niet ouder dan vijftien. Ergens in de Kaukasus willen ze een dorp bevrijden van het juk van een kozakkenbende. Zo geven ze de koe terug aan een dame van wie die gestolen was. Daarna infiltreert een van de jongens in de bende. Het doel was (denk ik) de bende op te rollen maar hij wordt ontmaskerd. Er zitten een paar formidabele achtervolgingen te paard in en een paar mooie duels. Erg geslaagd vond ik de ontmanteling van het roversnest, waarbij wodka ongeveer per liter wordt ingeschonken. Het tempo ligt ook vrij hoog.

Niettemin blijft het een beetje een kinderfilm à la een verhaal van De Vijf. De karakters zijn erg eendimensionaal. De moedige ziet eruit als een straatschoffie, er is een zigeunerjongen die briljant kan dansen, een jongen met bril bedenkt plannen en een meisje wordt steeds gevangen. Het meest interessante karakter is zoals zo vaak de schurk.

De film werd goed bezocht in Rusland destijds. Er gingen circa vijftig miljoen mensen heen. Dit was het Sovjet-Russische antwoord op The magificent seven, zoals The golden arm uit dezelfde tijd het antwoord was op Topkapi. Best vermakelijk, maar deze jochies zijn natuurlijk nog geen schim van de persoonlijkheden in The magnificent seven.

Law and the fist (Polen, 1964)
Na de Tweede Wereldoorlog schoof de grens van Polen op naar het westen. Een groep Polen moet een Duits stadje leefbaar maken. De enige overgebleven bewoner is de dronken eigenaar van hotel Tivoli. Daar gaan ze bivakkeren, samen met een paar Poolse vrouwen die ze in het stadje aantreffen.

De mannen van de groep vinden het een goed idee om spullen te gaan stelen. Daar is Andrzej niet van gediend en als enige weert hij zich hiertegen. Vervolgens wordt hij een soort outlaw.

Er is weinig western aan deze film – behalve dat bijna iedereen gewapend rondloopt. Er is wel veel psychologische spanning. Die spanning wordt steeds meer om te snijden  – volgens mij typisch iets van de Poolse cinema. Dus is de film vooral enerverend in de laatste episode.

Het spel van Gustaw Holoubek is opmerkelijk goed – en eigenlijk speelt het hele ensemble goed samen. Behoorlijk griezelig is de sfeer van een verlaten stadje waar de naziposters nog aan reclamezuilen hangen.

Lemonade Joe (Tsjechië, 1964)
Stetson city, 1885. Een en al bezopen lui. Op een dag arriveert een man in een wit pak die Kolaloka limonade bestelt. ‘Dan ben je Limonade Joe?’ ‘So what.’ En hij schiet een vlieg doormidden. De saloon met whisky loopt leeg en de Kolaloka-saloon van Winnifred en haar vader loopt ineens als een trein tot ene Hogofogo de boel komt verpesten. Hij weet dat er maar een ding is dat Lemonade Joe kan verslaan: sterke drank.

De satire is best scherp. Lemonade Joe is een commerciële vertegenwoordiger voor Kolaloka en hoopt dat hij de morele strijd kan winnen van de sterke drank. Het is niet moeilijk een parallel te trekken naar de politieke situatie in die tijd en ook geen wonder dat deze film in Tsjechië en Slowakije wordt beschouwd als een stukje cultureel erfgoed. In totaal gingen er 4,5 miljoen mensen heen.

Lemonade Joe van Oldrich Lipsky (en vele anderen die hem hielpen) is een van de minder bekende komische pareltjes uit de filmgeschiedenis. Er gebeurt zoveel in deze film – een en al uitzinnige vrolijkheid – en het verveelt geen seconde. Uitermate grappig acteerwerk en uitermate grappige animatietechnieken – waar Tsjechen toch al een mooie traditie in hebben. Het hoge stemmetje van de lelieblanke Lemonade Joe, de schietpartij in ‘Main street’ die onbeslist eindigt, de vrouwen die spontaan verliefd worden als ze Lemonade Joe zien. Het is onmogelijk om niet een goed humeur te krijgen van deze film.

Net als in de komedies van de Marx-brothers ligt het tempo zo hoog dat er ook veel tijd overblijft. En net als bij de Marx-brothers wordt tijd volgemaakt met zang.

The seventh bullet (Oezbekistan, 1972)
Oezbekistan, net na 1917. Er is over het hele Russische rijk een burgeroorlog gaande tussen communisten versus alle anderen en dus ook in deze uithoek. Communistische kapitein Maksoemov merkt dat het niet echt makkelijk gaat als hij terugkeert van een reis. Al zijn soldaten zijn overgestapt naar de vijand, een door de Britten gesponsorde groep Islamitische vrijbuiters. Maksoemov gaat er alles aan doen om ze terug te winnen van de vijand, Hajroellah, maar bij de eerste beste poging wordt hij gevangen genomen.

Zoals door velen gememoreerd, is de openingsscène van deze film, als Maksoemov in een verlaten dorp terecht komt, een prachtige, sfeervolle passage. Verder is het veel stof, paarden, geruzie, trots mannengedoe, en een paar hele gave actiescènes. Het opmerkelijke is dat de kapitein superioriteit moet uitstralen door telkens gevangen genomen te worden en dan te zwijgen.

Misschien niet de meest vernieuwende maar wel de meest ‘western’ aanvoelende film van het Red Western-programma op het IFFR.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Fox
HIDE AND SEEK
Vluchten kan niet meer
>>>