Meteen naar de tekst springen
Columbia Pictures

INDEX >> KLASSIEKERS >> ANATOMY OF A MURDER

ANATOMY OF A MURDER
De een zijn dood...

 

Dimitri Van Limbergen | 30/11/2009


Share/Bookmark

Regelrechte doodslag, moord met voorbedachten rade of zelfs tijdelijke ontoerekeningsvatbaarheid? Dat is de intrigerende vraag waarop Otto Premingers klassieke rechtbankdrama uit 1959 160 minuten lang een antwoord probeert te vinden.

In 1935 ontvluchtte Preminger zijn geboorteland wegens de toenemende nazi-dreiging. De Oostenrijkse acteur-regisseur werd in de Verenigde Staten onder de hoede genomen door Joseph Schenkell van 20th Century Fox. Premingers acteercarrière scheerde nooit hoge toppen; verder dan een illuster bijrolletje als Batman-baddie Mr. Freeze in de cultserie met Adam West, die tussen 1966 en 1968 bij Fox liep, kwam hij dan ook niet. Zijn loopbaan als regisseur echter nam na WO II wel een hoge vlucht met films als Laura (1944), Angel Face (1952), Saint Joan (1957) en – inderdaad – Anatomy of a Murder (1959), een nagelbijtende babbelfilm die door de American Bar Association in 1989 terecht gekatapulteerd werd tot één van de 12 beste rechtbankdrama’s ooit.

De ietwat in de vergetelheid geraakte ‘small town’ advocaat Paul Biegler krijgt een laatste grote kans wanneer hij op een dag gecontacteerd wordt door een zekere Laura Manion, de flirterige echtgenote van luitenant Frederic Manion. Op aanraden van zijn goede vriend en oude hulpje Parnell McCarthy neemt Biegler al snel de verdediging op van haar man, die in de gevangenis zit voor de moord op de lokale barman Barley Quill. De laatste had Mrs. Manion brutaal verkracht na één van haar avondjes rondhangen in zijn bar, de Thunder Bay Inn. Daarop had luitenant Manion prompt zijn dienstwapen boven gehaald en zich naar de bar gerept om Quill voor de ogen van een dozijn cafégangers neer te knallen. Scenarist Wendell Mayes baseerde zijn script op de gelijknamige bestseller-roman van John D. Voelker, rechter aan het hooggerechtshof van Michigan en verdedigend advocaat in een gelijkaardige moordzaak uit 1952 in Big Bay, een proces waaraan zowel het boek als de film zwaar schatplichtig zijn. De film werd opgenomen in de Upper Peninsula’s (Big Bay, Marquette, Ishpeming en Michigamme) en enkele scènes werden effectief gefilmd in de Thunder Bay Inn bar, slechts één blok verwijderd van de oorspronkelijke moordsetting in de Lumberjack Tavern.

Ondersteund door de kabbelende, trendy jazz-deuntjes van de legendarische Duke Ellington – die zelf even in de film opduikt als bareigenaar Pie-Eye – drijft de vakkundige en onzichtbare regie van Otto Preminger de perfect uitgekozen cast tot absolute topprestaties. De regisseur neemt de tijd om zijn verhaal op te bouwen en met zijn lange takes en vloeiende camerabewegingen laat hij de acteurs en hun intelligente dialogen volledig tot hun recht komen. James Stewart is werkelijk geknipt als de advocaat die met gespeelde naïviteit en onderhuidse geslepenheid de verbale confrontatie aangaat met de ongenaakbare ‘big town’ aanklager Claude Dancer, gespeeld door George C. Scott. Dat hierbij het geduld van de moderne kijker danig op de proef wordt gesteld en de onvermijdelijke clichés van het genre nog eens lekker dik in de verf worden gezet – een briljante maar miskende advocaat krijgt een laatste grote kans, het onmisbare hulpje Parnell zet moedig zijn hardnekkige drankverslaving opzij en verdwijnt vervolgens lange tijd van het scherm om een cruciale schakel te onderzoeken, en de uitkomst van de zaak wordt bepaald door een last minute verschijning – vormen slechts een kleine smet op een anders bijna vlekkeloos parcours.

In het Amerika van 1959 was dit openlijke relaas van verkrachting en moord echter geen alledaagse filmkost. Otto Preminger stond bekend als een enthousiaste agressor van de zogenaamde Hays Code, een geheel van strikte censuurregels waaraan films zich tussen 1930 en 1968 moesten houden. Samen met andere notoire films als Billy Wilders Some Like It Hot (1959) en Alfred Hitchcocks Psycho (1960) was Anatomy of a Murder bij de eersten om conservatief en naargeestig Hollywood het vuur aan de schenen te leggen. Het thema van de verkrachting was op zich al geen evidente kost, maar op de koop toe speelt een rondslingerend en initieel onvindbaar slipje een sleutelrol in het verhaal, en bevat het script redelijk onverbloemde dialogen die meermaals alluderen op buitenechtelijke relaties en openlijke verleiding. Volgens onze moderne standaarden kan dit allemaal wel slappe flauwekul lijken, maar dat was het toen niet als je weet dat deze code onder andere een verbod op het tonen van suggestieve seksuele uitingen, naaktheid en openlijk illegaal drugsgebruik inhield – elementen waaraan Preminger reeds eerder duchtig zijn laars had gelapt in The Man With the Golden Arm (1955) met Frank Sinatra en zijn sekskomedie The Moon Is Blue (1953) met William Holden.

De film zadelt ons niet op met bordkartonnen personages en stereotiepe figuren – iets waar menig doorsnee-Hollywoodfilm zich tegenwoordig schuldig aan maakt – maar benadrukt daarentegen de complexiteit van de menselijke natuur. Deze aanpak degradeert de kijker doelbewust tot een passieve toeschouwer, waardoor grote morele oordelen dan ook achterwege blijven. Maar het is een aanpak die loont. Door de informatie te beperken tot de getuigenissen in de rechtszaal en daarbij de gelaagdheid van elk personage te benadrukken – de motivatie van Paul Biegler is niet echt duidelijk, Laura Manion is zowel slachtoffer als lustobject, Frederic Manion balanceert tussen liefdevolle echtgenoot en occasionele driftkikker, en Barley Quill is voor de één een liefhebbende vader en voor de ander een agressieve vrouwenzot – zorgt Preminger ervoor dat de kijker zich als een soort tweede jury gaat gedragen.

De film ambieert dan ook eerder een waarheidsgetrouwe indruk van het Amerikaanse rechtssysteem dan opgezwollen rechtszaaldramatiek. Alle stappen uit een klassiek proces worden systematisch overlopen, en daarbij wordt de volledige trukendoos van de advocatuur in de strijd geworpen. De film krijgt op die manier een erg realistisch, bijna documentaireachtig cachet mee, dat nog versterkt wordt door de aanwezigheid van een deel van de originele jury en de memorabele vertolking van ‘real life’ rechter Joseph Welsh in zijn enige filmrol als – u raadt het al – rechter. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat veel Amerikaanse rechtopleidingen Anatomy of a Murder tot op vandaag opleggen als een verplichte brok leerstof, net omdat de film zo duidelijk de juridische termen en mogelijkheden binnen een dergelijke zaak onder de loep neemt. De uitkomst van het proces wordt dan ook bijzonder snel afgehaspeld en doet eigenlijk niet ter zake. De slotpleidooien van beide partijen zijn niet in de uiteindelijke film opgenomen en ook de slotscène maakt duidelijk dat het de film helemaal niet om het verdedigen van het rechtvaardigheidsprincipe te doen was. Of om het eenvoudiger te zeggen: de een zijn dood is de ander zijn brood.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Buena Vista
THE CHRONICLES OF NARNIA
One winter to rule them all
>>>