Meteen naar de tekst springen
A-Film Distribution

INDEX >> FESTIVALS >> CINEMA NOVO 2009

CINEMA NOVO 2009
Filmavonturiers in Brugge

 

Matthias Van Wichelen  /  Jeffrey De Keyser | 15/03/2009


Share/Bookmark

Tien dagen film in Brugge zijn goed voor zeventig films uit alle uithoeken van de wereld, maar met een strakke focus op Japan. Moviegids houdt de vinger aan de pols en bericht kort en bondig van op het festival.

Drie jaar na zijn controversiële debuutfilm The Great Ecstasy of Robert Carmichael brengt de Britse regisseur Thomas Clay Soi Cowboy (*** ½) voor het voetlicht, een experimenteel drama over de seksindustrie in Thailand. In het eerste deel van de film, gedraaid in korrelige zwart-witbeelden, maken we kennis Tobias Christensen, een corpulente Deen die in Bangkok een schamel appartementje deelt met Koi, een zwangere Thaise ex-prostituee. Het koppel heeft elkaar niets te vertellen. Hij doet het voor de seks, zij voor het geld. Een traag zoekende camera legt hun dagelijkse ‘bezigheden’ bloot: Toby in de douche, Koi aan de ontbijttafel, Toby aan zijn laptop, Koi met een videospelletje. Later zien we Tobias gekopieerde dvd’s en Viagra kopen op de zwarte markt, en volgen we het koppel tijdens een tweedaagse trip naar de tempels van Ayutthaya. Plots maakt de film een bruuske overgang naar het tweede deel, volledig in kleur en met een beweeglijke camera gefilmd. We volgen het relaas van Cha, een loopjongen voor de maffia, die naar zijn geboortedorp terugkeert om zijn oudere broer op te sporen. Hij kent Koi van toen ze nog in de rosse buurt rond Soi Cowboy tippelde. Het eindpunt van zijn zoektocht, waarin brutaal geweld en surrealisme samenvloeien tot een soort Lynchiaanse Gomorra, is meteen ook het eindpunt van de film. Soi Cowboy toont ons de bittere werkelijkheid achter de Thaise façade. ‘Het land van de glimlach’ is in de ogen van veel westerlingen het paradijs op aarde: zonovergoten stranden, tropische natuur, oude tempels, een bruisende hoofdstad, exotische vrouwen, een ongebreidelde seksindustrie… Clay doorprikt die illusie door (de gevolgen van) seksslavernij, mensenhandel, corruptie, en geweld in beeld te brengen. In het eerste deel doet hij dat nog contemplatief, met een camera die zich soms wat laat meeslepen (zo bevat de film een schier eindeloze scène waarin we een bejaarde vrouw met een looprekje volgen). Centraal staat de leegte en de bekrompenheid van de relatie tussen Toby en Koi: gekochte liefde kent enkel smart. In het tweede deel gooit Clay alle remmen los: hij kadert zijn microverhaal in een maatschappelijke context, en peutert de wonde verder open. Soi Cowboy is een idiosyncratisch en intrigerend filmisch experiment. Een gedurfd curiosum dat wellicht gedoemd is tot een marginaal bestaan in het arthouse-circuit. (jdk)

Na jaren zonder contact vinden twee buitenbeentjes elkaar terug in Teheran: de praatzieke dwerg Hamid, een ingenieur telecommunicatie, en zijn grote norse neef Behrouz, een voormalige verbindingsofficier. Om aan geld te komen, besluiten ze samen een illegaal handeltje in schotelantennes op te starten. Niet alleen hun amateurisme speelt hen parten (ze werken met gerecycleerd materiaal, hebben geen uurwerk, en vergeten leveringsadressen), maar tot overmaat van ramp worden ze ook nog eens verliefd op dezelfde vrouw. Lonely Tune of Tehran (**) is een pakkende film – met een treffende muzikale score – over twee sukkelaars die in een anonieme metropool strijden tegen eenzaamheid, pijn, en armoede. Regisseur Saman Salur heeft duidelijk iets te vertellen, maar zijn verhaal gaat helaas gebukt onder de lage productiekosten. De film oogt als een Turkse televisiesoap, het scenario hangt met haken en ogen aaneen, en de camera is statischer dan een huis. Lonely Tune of Tehran duurt slechts 75 minuten, en dat is maar goed ook. (jdk)

De Japanse cineast Hayao Miyazaki, die in 2003 met Spirited Away de Oscar voor Beste Animatiefilm wegkaapte voor de neus van publieksfavoriet Ice Age, regisseerde de afgelopen zeven jaar drie van de vijf best verkopende films in zijn land. Zijn nieuwste anime Ponyo on the Cliff by the Sea (***) is in Japan nu al één van de populairste films ooit. Het verhaal gaat over de vriendschap tussen de vijfjarige jongen Sosuke en Ponyo, een goudvisprinsesje dat ervan droomt om mens te worden. Haar vader en watertovenaar Fujimoto stelt echter alles in het werk om dat te beletten. Maar Sosuke is vastberaden, en belooft plechtig dat hij altijd voor zijn zeemeerminnetje zal blijven zorgen. Ponyo spoelde afgelopen zomer al in Europa aan, en ging in Venetië prompt met twee (kleinere) prijzen aan de haal. Ook bij ons zal Miyazaki ongetwijfeld opnieuw de harten van het publiek kunnen veroveren. Ponyo on the Cliff by the Sea is een tedere film boordevol visuele vondsten (met o.a. golven en vissen die in elkaar overvloeien), hartverwarmende personages, vernuftige metaforen, en een karrenvracht aan positieve energie. Het is een heerlijk aanstekelijk verhaal over liefde en verbeelding als wapens tegen het kwaad. Toch is het geen cinema van de bovenste plank. Daarvoor klinken de echo’s van Disneys De Kleine Zeemeermin veel te hard door, en werkt de bij Miyazaki immer terugkerende ecologische insteek hier eerder tegen het verhaal. Om in de beeldspraak van de onderwaterwereld te blijven: het is een nieuwe parel in een oude schelp. (jdk)

Het verhaal van de Argentijnse komedie Los paranoicos (** ½) is losjes gebaseerd op de persoonlijke ervaringen van regisseur Gabriel Medina. De Uruguayaanse acteur Daniel Hendler (El abrazo partido) speelt Luciano Gauna, een bedeesde, neurotische sukkel die de kost verdient als animator op kinderfeestjes. Hij stelt zichzelf graag voor als filmscenarist, maar kan na jaren gemodder enkel een synopsis van een script voorleggen. Dagelijks zoekt hij zijn toevlucht in cannabis en The Ramones. Op een dag krijgt hij bezoek van zijn vroegere schoolmakker Manuel, nu producer bij een Spaans televisiestation. Hij heeft er een succesvol programma lopen, Los paranoicos, met als protagonist een personage dat ook Luciano Gauna heet. Aangezien Manuel in Argentinië is om zaken te doen, laat hij zijn bloedmooie vriendin Sofía enkele dagen bij Luciano logeren. Al snel blijkt ze de enige die vat op hem heeft. Los paranoicos is een kleine romcom met een beperkte actieradius die het vooral moet hebben van zijn excentrieke hoofdpersonage , de ingetogen verkenning van de urbane subcultuur in Buenos Aires, de vlekkeloze acteerprestaties, en enkele memorabele scènes (zoals de hilarische sequentie waarin Luciano zes flessen bedorven rode wijn tegen een winkelpoort kapot gooit, nadat de Chinese uitbater hem geweigerd had om ze in te ruilen). Op het einde van de film gooit Medina er ook nog wat computerspelbeelden tussen, maar de meerwaarde daarvan is nihil. Ondanks de kinderziektes toch een interessant debuut. (jdk)

Chega de Saudade is een balzaal in hartje São Paolo waar warmbloedige mensen van alle leeftijden samenkomen voor een zwoele dans, een beetje affectie of een passionele nacht. Waar weduwen de katjes in het donker knijpen, en waar oude knarren mijmeren over hun lang vervlogen jeugd. Waar jaloerse echtgenoten zich wantrouwig achter een pilaar verschansen, en waar jonge hindes vallen voor de charmes van een oude bok. Waar foto’s nemen verboden is, en waar passievruchtencocktails vlot over de toog gaan. Maar er wordt vooral veel gedanst en gezongen. Chega de Saudade (** ½) is een charmant drama over de tragiek en de humor van muziek, de dansvloer en het leven. Over hoe toevallige ontmoetingen je leven kunnen veranderen, en hoe verleiding en afwijzing de keerzijden van eenzelfde medaille kunnen zijn. De Braziliaanse cineaste Laís Bodanzky (Brainstorm) serveert een boeiende en unieke karakterstudie die begrensd is binnen tijd (één avond) en ruimte (de danszaal). Dat is op zich vrij ingenieus, maar het werkt ook snel stereotyperend. De personages zijn echt en karikaturaal tegelijk: de welbespraakte charmeur, het meelijwekkende muurbloempje, de oude vrouw met Alzheimer, … Ook de soundtrack is een verwezenlijking op zich: een twintigtal Braziliaanse nummers uit verschillende genres gaande van samba over choro tot pop, uitgevoerd door een big band op het podium (met zang van Marku Ribas en de zeventigjarige samba-legende Elza Soares). Chega de Saudade is een kleine ode aan het leven. Met of zonder rimpels. (jdk)

Sumika is een wannabe-actrice – met één rolletje als scream queen op haar palmares – die naar haar geboortedorp terugkeert om er de begrafenis van haar ouders bij te wonen. Eigenlijk vooral om de erfenis te incasseren. Haar jongere zus Kiyomi houdt ervan om Sumika te portretteren in mangastijl. Eigenlijk vooral om te tonen hoe die haar lichaam en ziel zou verkopen voor een bloeiende carrière. Hun broer Shinji lust wel een kom noedels. Maar dan wel zonder bouillon. Anders kapt hij het goedje in het gezicht van zijn lieftallige echtgenote Machiko. Machiko is 30 jaar en nog maagd. Ze moet een oogoperatie ondergaan omdat er een stukje noedel onder haar contactlens is blijven steken. Van bij de openingsscène, waarin een zwarte kat door een vrachtwagen wordt vermorzeld, is het duidelijk dat we met een vreemde eend in de festivalbijt te maken hebben. Funuke Show Some Love, You Losers! (***) is een donkere komedie over een disfunctioneel gezin waarin haat de motor is voor creativiteit. Stukje bij beetje, via knap ingebouwde flashbacks, wordt het web van intrafamiliale intriges ontrafeld, en krijgen we een duidelijker beeld van de motieven van de protagonisten. De film neemt het traditionele familiedrama op de korrel en bespeelt – met echo’s van Todd Solondz’ Happiness – thema’s als prostitutie, incest, gezinsgeweld, hebzucht, en diepgewortelde rancune. Funuke is een onvoorspelbare, bij momenten hilarische, overtuigend geacteerde, intelligent gemonteerde en visueel strakke film die voortdurend op de grens tussen komedie en drama balanceert (dat is bij momenten ook de grote achilleshiel van de film). Een veelbelovend debuut. (jdk)

“Ik ben een rare kerel. Met iemand samenwonen zal me nooit meer lukken.” Het zijn de woorden van Beto, een oude conciërge van een leegstaande villa in Mexico City. In Parque vía (** ½) volgen we zijn dagelijkse routine. Hij veegt de bladeren op een hoopje, maait het gras, maakt het huis proper, kookt zijn eigen potje, en volgt het sensatienieuws op tv. Beto is eenzaam, maar dat stoort hem niet. Integendeel. Hij vermijdt contact met de buitenwereld, en wentelt zich in het kluizenaarsbestaan. Enkel voor de rijke eigenares van de villa en voor zijn seksvriendin Lupe maakt hij graag een uitzondering. Maar wanneer het huis op een dag verkocht wordt, moet Beto op zoek naar een alternatief voor zijn jarenlange vrijwillige opsluiting. En dan zijn alle middelen geoorloofd… Parque vía, het langspeeldebuut van kortfilmmaker Enrique Rivero, is een karakterstudie over sociale vervreemding, angst en isolatie. Vooral de obsessief-compulsieve trekjes van Beto, in het dagelijks leven zelf een conciërge, worden met de nodige finesse in beeld gebracht. Zo zien we hoe hij altijd op zijn horloge kijkt en aan zijn eigen adem ruikt vlak voor Lupe bij hem aanbelt. Het venijn zit hem in de staart van de film. Maar het sterke einde, waarin de grens tussen fictie en realiteit langzaam aan vervaagt, kan niet verhullen dat de lange aanloop net iets te licht uitvalt. (jdk)

Aidai is een gerespecteerde medicijnvrouw (een ‘baksy’, de originele titel van de film) die de plak zwaait in een bergdorpje tussen Kazachstan en China. Ze kan wonden en zielen genezen, verloren voorwerpen terugvinden, en opstandige kinderen bedwingen. Haar krachten puurt ze uit de droge steppegrond. Maar op een dag komen de lokale autoriteiten en de maffia de rust in de dorpsgemeenschap verstoren. Ze willen er een tankstation en een motel bouwen. Aidai verzet zich, draait ziedend in het rond, en valt ter plekke dood. Native Dancer (***) verhaalt in essentie over de botsing tussen traditie en moderniteit. De openingsscène van het inwijdingsritueel waarbij nieuwe leden over het volledige lichaam worden ingesmeerd met schapenbloed, de heropleving van het sjamanisme, en de traditionele klederdracht staan in schril contrast met de aanstormende terreinwagens, het geld, en de luxekleren van de corrupte bezoekers. Native Dancer is de tweede langspeelfilm van de Kazachstaanse cineaste Gulshat Omarova, vorig jaar nog assistent-regisseur en castingverantwoordelijke van Sergei Bodrovs Genghis Khan-biopic Mongol. Het is kleurrijke wereldcinema met een snuifje thriller, actie en horror en een stevige dosis eigenzinnige humor. Vooral de overtuigende vertolkingen van de niet-professionele cast (Aidai wordt gespeeld door een echte sjamaan) springen in het oog. Omarova is een naam om in de gaten te houden. (jdk)

Voor haar regiedebuut Intimidades de Shakespeare y Víctor Hugo (***) trok Yulene Olaizola met camera en microfoon naar het appartement van haar grootmoeder in Mexico City, op de hoek van de Shakespearestraat en de Victor Hugostraat. Het resultaat is een eigenzinnige – vermoedelijk op waar gebeurde feiten gebaseerde – documentaire over de enigmatische kunstenaar Jorge Riosse, de man met wie oma Rosa Carbajal twintig jaar geleden acht jaar samenleefde. Olaizola bouwt haar portret op als een detectiveverhaal. Mondjesmaat geeft ze details vrij over het leven van Jorge. Via door haar grootmoeder vertelde anekdotes komen we te weten dat Jorge een bijzondere relatie had met vrouwen. Ze waren de enige inspiratiebron voor zijn schilderijen (zoals ‘de moderne Mona Lisa’), en ’s avonds durfde hij zich ook wel eens in hun kleren hullen. Wanneer Rosa voor de camera vertelt dat Jorge soms met paspoorten van jonge vrouwen naar huis kwam, wordt de kunstenaar plots in verband gebracht met een onopgeloste zaak van mysterieuze seriemoorden op prostituees. Intimidades is een origineel, bizar en intiem portret van een intelligent, gevoelig en schizofreen kunstenaar. De fascinerende anekdotes worden subtiel afgewisseld met de pennenvruchten van Rosa en haar ex-minnaar (die niet toevallig de roos als metafoor voor de vrouw hanteerde). Door de schuddende handycam-opnames en de slechte beeld- en geluidskwaliteit is de film wellicht exclusief tot vertoningen op onafhankelijke filmfestivals gedoemd. Op het Latijns-Amerikaans filmfestival van Lima, waar Leonera zich als grote slokop ontpopte, was Intimidades in elk gevoel goed voor de prijs van Beste Documentaire. (jdk)

L'île nue (****) is een stukje essentiële Japanse cinema uit 1960. Een klein gezin probeert de overleven op een eilandje in de Japanse Binnenzee. Vader en moeder bewerken de akkers, hun twee zoontjes helpen in de mate van het mogelijke. Het zijn de enige bewoners op het eiland. De film toont hun vertrouwde, keiharde routine als waterdragers en keuterboeren. Dag na dag, seizoen na seizoen. Tot een tragische gebeurtenis de cyclus doorbreekt. Regisseur Kaneto Shindô (vooral bekend van Onibaba, een horrorfilm gebaseerd op een boeddhistische parabel) wisselt strakke close-ups en verstilde blikken af met brede panorama’s en minimalistische taferelen. De repetitieve en monotone handelingen worden onderstreept door een terugkerend, indringend muzikaal thema. Dialogen zijn er niet. Shindô laat de beelden voor zich spreken. L'île nue toont de poëzie van het dagelijks leven. Het is cinema tot zijn naakte essentie herleid. (jdk)

In Hana & Alice (**) zijn alle stereotypen aanwezig voor een lichtvoetige Japanse tiener-romcom. Op weg naar school vallen twee 15-jarige boezemvriendinnen voor dezelfde kerel, een ogenschijnlijk verlegen boekenwurm die altijd in gedachten verzonken is. Wanneer hij op een dag tegen een garagepoort aanloopt en even het bewustzijn verliest, maakt Hana hem wijs dat ze een koppel zijn en dat hij aan amnesie lijdt. Alice speelt het spelletje mee, maar kan haar eigen gevoelens voor de jongen nauwelijks onderdrukken. Hana & Alice is een charmante, grappige, en knap geacteerde komedie met enkele sterk gestileerde scènes (bvb. de balletsequentie tijdens de auditie). Het verhaal is helaas veel te dunnetjes, de genreclichés zijn legio, en enkele secundaire verhaallijnen zijn er met de haren bij gesleurd (de ontmoeting tussen de van elkaar vervreemde Alice en haar vader, de overtrokken symboliek rond de hartenaas). Ook op de montagetafel lijkt één en ander misgelopen. De visueel discontinue sprongen voelen eerder aan als storende foutjes dan als bedoelde jump-cuts. Would-be American Beauty voor pubers. (jdk)

Voor de opnames van zijn nieuwe documentaire Katanga Business (***) bracht de Belgische regisseur Thierry Michel (bekend van Congo river, au-delà des ténèbres) een half jaar in de zuidelijke Congolese provincie door. Sinds de Belgische koloniale overheersing begin vorige eeuw worden de gigantische bodemrijkdommen (koper, kobalt, uranium, zink, tin) er geëxploiteerd door vreemde mogendheden en internationale ondernemingen. De laatste jaren kunnen ook groeilanden als China maar moeilijk aan de commerciële lokroep weerstaan. Michel belicht de overgang naar de industriële mijnbouw in Katanga vanaf 2007, en richt zijn camera op de hoofdrolspelers in de mijnindustrie. De meeste aandacht gaat uit naar Moïse Katumbi, de alomtegenwoordige gouverneur van Katanga. Hij treedt op als bemiddelaar en fraudebestrijder, maar hij is ook een gladde mooiprater met commerciële motieven. Hij zalft, maar heelt de wonden niet. Hij deelt dollars uit, maar staat zelf met beide voeten in de mijnexploitatie. In zijn kielzog passeren Paul Fortin (hoofd van het staatsbedrijf Gécamines met sites vol grondstoffenvoorraden “als een bankrekening”), Laurent Décalion, George Forrest en de Chinees Min de revue. Michel wisselt de elite-interviews af met gesprekjes met de gravers en de noodlijdende bevolking. Hij toont hoe betogingen worden uiteengeslagen, en hoe stakers door regeringsgezanten worden verplicht om het werk te hervatten. De mediërende instellingen staan volledig buitenspel. Bedrijfsleiders worden benoemd bij regeringsdecreet, en kunnen ook enkel op die manier worden afgezet. Katanga Business is een redelijk gedurfde documentaire, maar vertoont te weinig weerhaken. Michel neemt onvoldoende stelling in, en laat prangende thema’s als kinderarbeid, politieke belangenvermenging en de verpletterende verantwoordelijkheid van het westen volledig links liggen. Daartegenover staat dat hij de sociale onrust en de economische tegenstellingen in Katanga erg sterk in beeld brengt. (jdk)

De Braziliaans/Franse documentaire Puisque nous sommes nés (***) geeft de indruk prematuur te zijn gereleased, alsof een belangrijke deadline moest gehaald worden en een ruwe montage wel goed genoeg zou zijn. Jean-Pierre Duret en Andréa Santana volgen een aantal bewoners van een uithoek van Brazilië. De centrale figuren zijn dertien en veertien jaar oud. Vrienden kan je hen nauwelijks noemen want het begrip vriendschap is hen vreemd. Ze kennen en helpen elkaar, trekken samen op, dromen over een beter leven, maar daar houdt het ook op. Ze zijn nu al uitgeleefd, helemaal opgebrand door hun harde bestaan en de genadeloze strijd om te overleven. Ze zijn nog niet eens in hun pubertijd beland en ze worstelen al met een existentiële crisis. Waarom leven ze? Wat is hun doel in het leven? Is er nog wel een doel? Pijnlijke taferelen zijn het, vooral omdat de kinderen hun ellende zo helder en rustig verwoorden. Dezelfde machteloosheid kenmerkt ook hun streekgenoten: een steenbakker die al lang gelukkig is dat hij gezond is, een moeder van tien kinderen van meerdere vaders die allen de benen namen of vermoord werden, de gehandicapte verkoper van prullaria aan het tankstation. Hun verhalen snijden door merg en been. Deze documentaire toont ongefilterde ellende. De scènes zijn lomp achter elkaar gemonteerd, een echte rode draad ontbreekt, net als een inleiding of enige commentaar. De makers hebben zich weggecijferd. Dat levert onthutsende cinema op die nog krachtiger was geweest, hadden ze hun materiaal wat beter gestructureerd. Dat ze van de hak op de tak springen en van het ene verhaal overstappen in het andere, is een meesterlijke techniek om aan te duiden dat ze het niet hebben over geïsoleerde gevallen. De ellende is overal. Ze geven ook een zeer goede indruk van het levensomstandigheden in dit deel van Brazilië: hard, barbaars en 19de eeuws. De losse structuur is anderzijds irritant en zenuwslopend. Niet alle kijkers zullen er met hun gedachten bij kunnen blijven. Dat is zonde want dit verhaal verdient een maximaal bereik. Soms is toegevingen doen aan het brede publiek een goede keuze. (mvw)

Dat het scenario ongeloofwaardig is, telt niet als kritiek want het is gebaseerd op waargebeurde feiten. Het is in ieder geval zo onhandig verteld dat alles weg heeft van bar slechte fictie. Ultima Parada 174 (* ½) is het verhaal van twee Braziliaanse jongens die al vroeg hun moeder verloren. Alessandro wordt als baby – hij drinkt nog van de borst – bij zijn moeder weggehaald door de leider van een drugdealende jeugdbende. Sandro’s moeder komt om het leven bij een gewapende overval op haar café in een dorp in het binnenland van de deelstaat Rio de Janeiro. De twee zullen elkaar de rest van hun leven op geregelde en ongeregelde tijdstippen tegen het lijf lopen. Kansarme jongeren, drugs, jeugdcriminaliteit, Brazilië… Ultima Parada 174 is niet te bekijken zonder de hele tijd te moeten denken aan Cidade de Deus. De vergelijking valt op alle vlakken in het nadeel uit van Bruno Barreto’s film. De film mist authenticiteit, spanning en urgentie. Dit is een Braziliaanse misdaadfilm op maat van de Amerikaanse markt, met voorspelbare plotwendingen en tenenkrullende nevenplots. Sandro en Alessandro zijn smeerlappen wiens gedrag op geen enkele manier kan goedgepraat worden. Zelfs de meest gewetenloze advocaat zou schuldig pleiten, nog niets eens proberen om verzachtende omstandigheden in te roepen. Dat doet oudgediende Bruno Barreto wel. Aan het bittere verhaal over twee jonge gewetenloze criminelen, voegt hij wat lepeltjes suikers toe om het geheel gemakkelijker te doen binnengaan: een vrijwilligster die zich inzet voor dakloze kinderen en de tot inkeer gekomen moeder die op zoek gaat naar haar zoon. Nogmaals: het is allemaal echt gebeurd, maar Baretto vertelt het op een melodramatische toon dat je er niets van gelooft. Hij spurt van cliché naar cliché en bouwt op naar een climax waar niemand nog op zit te wachten. Het is dat er fraai gefotografeerde scènes inzitten want anders was Ultima Parada 174 helemaal een maat voor niets geworden. (mvw)

De zwakte van het laatste half uur benadrukt het verschroeiend sterke begin van Tokyo Sonata (**), een drama over een disfunctioneel gezin. Moeder, vader en twee kinderen. Hij werkt zich te pletter in dienst van het bedrijf, zij is huisvrouw. De tienerzoon rebelleert, het nakomertje is speels. Traditioneler kan haast niet. Wanneer de afdeling van de vader overgeplaatst wordt naar China – drie Chinezen voor de prijs van een Japanner – staat hij op de keien. Hij houdt zijn ontslag verborgen voor vrouw en kinderen. Iedere dag lummelt hij – strak in het pak – rond in de stad. Al snel maakt hij kennis met andere werklozen die doen alsof ze werken. Het levert werkelijk hallucinante scènes op. Tokoy Sonata ontwikkelt zich tot een snijdend verhaal over de economische situatie in Japan, over de verfoeilijke werken-tot-je-erbij-neervalt mentaliteit die in stand gehouden wordt door mannen zoals Ryhuel. Echte Japanse mannen werken. Werkloos zijn, is een grote schande, erger dan door je vrouw bedrogen worden. De stress die zijn ontslag veroorzaakt, hypothekeert zijn gezinsgeluk. De bocht die het verhaal het laatste half uur maakt, is rampzalig. De vier gezinsleden gaan elk hun eigen weg. De verhaallijnen zijn stroef, geforceerd symbolisch en extreem vergezocht. Ze halen de zo zorgvuldig opgebouwde spanning volledig weg. De mooie slotscènes kunnen de aangerichte schade niet meer herstellen. (mvw)

Majestueuze berglandschappen, prachtige vergezichten van de steppe, sterke paarden die glinsterende rivieren oversteken… Songs from the Southern Seas (*** ½) is een prachtig gefotografeerde tragikomedie die een fascinerende blik geeft op Kazachstan. Ivan en zijn vrouw – blanke Russen met blond haar en blauwe ogen – wonen naast Asan en diens vrouw - autochtone steppebewoners met donker haar en donkere ogen. Wanneer Ivans vrouw bevalt van een baby die verdacht veel op zijn buurman lijkt, zit het spel op de wagen. De geboorte van de kleine is het startpunt van een vermakelijke tocht door de geschiedenis van de volkeren die de steppe bewonen. En de film gaat nog een paar stappen verder. In een markante scène snijdt hij een andere gevoelige kwestie aan: de sluimerende haat tussen de Kozakken en de Russen. Ivans vrouw is van Kozakse origine, Ivan is een Russische Rus. Kozakken zijn strijders en vechters, vrijbuiters die niet hoog oplopen met boeren zoals Ivan. Songs from the Southern Seas is een amusante, intrigerende film over huwelijksproblemen, overspel, oeroude tradities, de kracht van de natuur, Kazachstan, Rusland, liefde en geweld. Allemaal heel natuurlijk gebracht met een belangrijke rol voor de spitante dialogen en de bijtende humor. Je komt met deze film meer te weten over Kazachstan en Rusland dan in zeven maal zeven maal zeven documentaires op National Geographic. Belangrijker en relavanter op een filmfestival als Cinema Novo is natuurlijk dat het een steengoede film is. (mvw)

Voor zijn tweede langspeelfilm liet de onafhankelijke Japanse regisseur Hajime Kadoi zich inspireren door een kortverhaal van Akira Yoshimura, ook de auteur van de roman die aan de basis lag van Shohei Imamura’s The Eel. De een zijn dood is de ander zijn wittebroodsweken. Zo kunnen we de plot van Vacation (** ½) nog het best samenvatten. Hirai is een gevangenisbewaker die op het punt staat om in het huwelijksbootje te stappen met Mika, een alleenstaande moeder met zoon. Omdat hij na de dood van zijn moeder al zijn vakantiedagen heeft opgebruikt, lijkt een huwelijksreis er niet in te zitten. Maar wanneer hij te horen krijgt dat één van zijn gevangenen binnenkort zal terechtgesteld worden, stelt hij zich – tegen de heersende ethiek in – spontaan kandidaat voor het executiekorps. De beloning: één week vrijaf. Vervreemding in een centraal thema in de film. Hirai ervaart nauwelijks nog emoties, de terdoodveroordeelde is zijn familie ontgroeid, en Mika’s zoontje leeft volledig in zichzelf gekeerd. In een serene aanloop introduceert Kadoi zorgvuldig zijn personages, om ze in de langgerekte staart van de film lijnrecht tegenover elkaar te zetten. Hij doet dat verrassend niet-chronologisch door de voltrekking van de executie te laten alterneren met scènes van het huwelijksfeest. Maar veel meer dan gestileerd melodrama heeft de film niet om het lijf. De epiloog na de executie is bovendien eerder overbodig dan concluderend. (jdk)

De westelijke Indiase deelstaat Gujarat was in 2002 het toneel van hevige rellen tussen hindoes en moslims. In haar regiedebuut Firaaq (** ½) schetst Nandita Das – bij ons vooral bekend als actrice in Deepa Mehta’s Fire en Earth – de veranderende levensomstandigheden in de nasleep van het conflict. Om aan te tonen dat de maatschappelijke egelstelling in de praktijk niet altijd zwart-wit was (en is), richt de cineaste de lens op de grijze zone in het geschil. Zo volgen we een getrouwd hindoe-koppel waarvan de man eigenlijk een moslim blijkt te zijn, zien we een hindoe een jonge moslima als bediende aannemen, en krijgen we het verhaal van een islamitisch weeskindje dat wordt opgevangen door een hindoeïstische huisvrouw. Maar tegelijk vormt die collage slechts een lichtpunt in een donkere samenleving die gedomineerd wordt door geïnstitutionaliseerd wantrouwen (naamsveranderingen zijn legio), diepgewortelde angst, en posttraumatische stress. Nandita Das wroet in een thema waar al heel wat Indiase filmmakers zich door hebben laten inspireren. Ze brengt haar verhaal met het nodige gevoel voor stijl en nuance, maar origineel is het allemaal niet. (jdk)

Het Boliviaanse drama El Regalo de la Pachamama (***) is het langspeelfilmdebuut van Toshifumi Matsushita. Dat de Japanse regisseur eerder tv-documentaires en musicals regisseerde, verbaast ons niets. In de film laat hij voortdurend acteerscènes met muzikale intermezzo’s en natuurdocumentairebeelden alterneren. Het verhaal speelt zich af in het binnenland van Bolivia, waar de jonge Quichua-indiaan Kunturi zijn vader helpt bij het hakken van zoutblokken. Om hun bodemrijkdommen te verkopen, trekken ze met enkele dorpelingen en een kleurrijke kudde lama’s drie maanden lang langs een historische zoutroute. De karavaan houdt enkel halt voor de levensnoodzakelijke behoeften: slapen, ruilhandel voor voedsel, en afmaken van gewonde of zieke lastdieren. El Regalo de la Pachamama is een hartverwarmende roadmovie waarin ook de psychologische reis van de personages een belangrijke plaats inneemt. “Als we de treinsporen volgen, komen we overal ter wereld”, denken de kinderen. Maar het gebrek aan mobiliteit in hun lot. Spiritualiteit en mysticisme spelen dan ook een hoofdrol in het leven van de dorpelingen. De aarde is hun moeder, de zon hun vader, een spetterend religieus feest de beloning voor hun calvarietocht. Matsushita wisselt een bont kleurenpalet af met donkere, contrasterende shots. Een prachtig voorbeeld van die laatste techniek zijn de beelden van een begrafenisstoet met een schaduwspel dat herinneringen oproept aan Ingmar Bergmans The Seventh Seal. (jdk)

De korte inhoud van Le Chant des Mariées (***) doet het ergste vermoeden. De eerste scènes nemen de vrees meteen weg. De joodse Myriam (Lizzie Brocheré) en de islamitische Nour (de debuterende Olympe Borval) zijn boezemvriendinnen. Het is 1942 en Tunis wordt bezet door de nazi's die hen beloven de Franse kolonisten te verjagen en Tunesië onafhankelijkheid te schenken. De politieke ontwikkelingen zetten de vriendschap zwaar onder druk. Maar er is meer aan de hand en het zijn die extra verwikkelingen die deze film van Karin Albou meer dan de moeite waard maken. Myriam en Nour op een leeftijd gekomen om te trouwen. Hun huwelijken zijn al lang gearrangeerd, het zijn nog wat praktische details die moeten geregeld worden. Een scharniermoment in hun leven, terwijl op de achtergrond de Tweede Wereldoorlog in alle hevigheid woedt. Le Chant des Mariées belicht op een erg genuanceerde manier een episode uit de wereldgeschiedenis die in de westerse wereld minder bekend is. De twee jonge actrices doen het voortreffelijk in hun moeilijke rollen. Knappe, gelaagde, gedurfde en toegankelijke cinema. (mvw)

Het Egyptische The Aquarium (**) is een brandend ambitieuze film van Yousry Nasrallah. Achtenveertig uur lang volgt hij een radiopresentatrice en een anesthesist. Ze wonen in Caïro, een stad met 18 miljoen inwoners, waar ze zich gruwelijk eenzaam voelen. Niemand die er iets van merkt want ze zijn van ’s morgens vroeg tot een stuk in de nacht in de weer. Zij is de 32-jarige dochter van een minister, tijdens haar talkshow geeft ze wijze raad aan de luisteraars die bij haar hun hart luchten. Hij werkt op verschillende plaatsen, verzorgt zijn stervende vader en gaat af en toe langs bij zijn los-vast liefje. Een echte plot is nauwelijks te bespeuren. Regisseur Yousry Nasrallah neemt de temperatuur van een oververhitte stad waar niemand tijd heeft, iedereen zich zorgen maakt en de mensen langs elkaar heen leven. Hij laat zijn acteurs en actrices in de camera commentaar en achtergrondinformatie geven over de door hen gespeelde personages, legt hun goedgeschreven teksten in de mond en haalt de onderwerpen aan die ook de opiniemakers in het Midden-Oosten beroeren: het oprukkende moslimfundamentalisme, nepotisme, corruptie en het beperkte democratische gehalte van de besluitvorming. Het meest indruk maken de beelden van het nachtelijke Caïro: een groot wespennest waar een kat haar jongen niet in terugvindt. Omdat de personages te grof geschetst zijn en de vertolkingen niet echt overtuigen, is de film minder beklijvend dan hij had kunnen zijn. (mvw)

Competitiefilm Laila’s Birthday (***) duurt nauwelijks 71 minuten. Dat is niet lang, maar net genoeg om een vermakelijk, fris geluid te laten horen uit Palestina. Het hoofdpersonage is een rechter die in afwachting van zijn benoeming taxichauffeur is in Ramallah. Vandaag is zijn dochter jarig. Hij moet een taart en een geschenkje kopen. Dat is niet al te ingewikkeld, zou je zo denken. Op de Westelijke Jordaanoever blijkt alles moeilijk. Tijdens zijn ritjes wordt de fiere papa geconfronteerd met alle slechte kanten van Palestina: bureaucratie, bomaanslagen, slechte wegen, wegblokkades… Schrijver / regisseur Rashid Masharawi heeft een fijn gevoel voor humor. Hoofdrolspeler Mohammed Bakri heeft de perfecte timing en uitstraling om te scoren met de grappen. Wie genoten heeft van het Argentijnse Historias Mimimas zal ook plezier beleven aan dit pretentieloze feeldgoodfilmje. (mvw)

De Argentijnse cinema dood? Nee, hoor. Leonera (*** ½) is een nieuwe uppercut uit het waanzinnige filmland. De zwangere Julia wordt badend in het bloed wakker. In haar slaapkamer ligt een dode en een man die op sterven na dood is. Julia belandt in de gevangenis waar de rest van de film zich afspeelt. Ze krijgt een cel op de afdeling waar moeders met het pasgeboren kinderen verblijven. Welke rol Julia gespeeld heeft in de bloedige nacht weten we niet. Dat doet er ook niet veel toe. Leonera gaat over een jonge, oververmoeide, kwetsbare, zwangere vrouw die zich moet aanpassen aan het leven in een vrouwengevangenis. Dat gaat haar ontzettend goed af. Ook haar zoontje voelt zich lekker achter de tralies. Hij speelt, haalt kattenkwaad uit en geniet met volle teugen van de aandacht van de andere mama’s. Het geluk zal niet blijven duren. Leonera is een zeer sterk emotioneel geladen drama over een jonge moeder, briljant vertolkt door Martina Gusman. (mvw)


Cinema Novo in de binnenstad van Brugge van 12 tot en met 22 maart 2009. Meer info op www.cinemanovo.be

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Paradiso Filmed Entertainment
APPALOOSA
Brokeback Town
>>>