Meteen naar de tekst springen
Universal

INDEX >> KLASSIEKERS >> BLOOD SIMPLE

BLOOD SIMPLE
Simply the Best

 

Kenny De Maertelaere | 04/11/2007


Share/Bookmark

Februari 2008; dat is waar we het voorlopig mee moeten doen. Terwijl sommige zomerblockbusters jaren op voorhand al een wereldwijde releasedatum op de agenda hebben blijft het voor ons nog even afwachten vooraleer we het nieuwste juweeltje van de Coen-broers, getiteld No Country for Old Men, mogen aanschouwen (hoewel meer hoopvol nieuws op IMDB – The Internet Movie Database - de releasedatum op drieëntwintig januari vastpint!). De Coens -  Joel en Ethan -  zijn met deze film, na kritisch minder gewaardeerde projecten als Intolerable Cruelty en The ladykillers (allebei toch meer dan het bekijken waard) en een kortfilm voor Paris, Je t’aime, terug van even weggeweest.
 
Het begon echter allemaal in het begin van de donkere jaren ’80, toen twee jonge broers een kleine, gitzwarte parel op het cinefiele bioscooppubliek loslieten. Met Blood Simple lanceerden de Coens niet alleen hun eigen, grillige, altijd buiten de mainstream zwevende stijl maar ook de carrières van Barry Sonnenfeld (toen een beloftevolle director of photography, nu een in de vergetelheid geraakte en kritisch én commercieel gekraakte regisseur), componist Carter Burwell en actrice Frances McDormand, die meteen ook Joel Coens vrouw werd (en dat nog steeds is).
 
Blood Simple; een term die de Coens uit het boek Red Harvest (ook al een inspiratiebron voor hun Miller’s Crossing uit 1990) van Dashiell Hammett plukten (en die staat voor de angstige geestesgesteldheid van personages die een lange tijd in gewelddadige situaties ondergedompeld worden) is een neo-noir; een postmoderne misdaadfilm die elementen en visuele echo’s leent uit het film-noir genre. Donkere schaduwen, vreemde camerastandpunten, moreel twijfelachtige personages; de film-noir heeft het allemaal en wordt vaak aanzien als de ideale speeltuin voor jonge filmstudenten om in rond te ploeteren. Of dat wel zo’n goed idee is, is een ander verhaal. De Coens heeft het alvast geen windeieren gelegd. Blood Simple is allesbehalve een prutserige regieoefening van twee jonge snaken die niet weten waar ze mee bezig zijn. De debuutprent van Joel (toen dertig) en Ethan (toen zevenentwintig) ademt een benijdenswaardig zelfvertrouwen uit, bewijst dat de heren niet bang zijn om te experimenteren (enkele shots lijken zo weggelopen uit Evil Dead; het kan geen toeval zijn dat Joel drie jaar eerder aan de montage had gewerkt van Sam Raimi’s heerlijk gore horrordebuut) en het lef om in het midden van hun film een vijftien minuten durende sequentie waarin geen woord wordt gezegd als belangrijkste set piece op te voeren kunnen we alleen maar toejuichen!
 
We bevinden ons in Texas. Ray (John Getz) werkt in een bar. Zijn baas Marty (Dan Hedaya) verdenkt hem ervan een relatie te hebben met zijn vrouw Abby (Frances McDormand). Hij huurt een privé-detective (M. Emmet Walsh) in om het koppel te schaduwen. Als zijn vermoeden wordt bevestigd vraagt hij de detective om de geliefden uit te schakelen en het duurt niet lang vooraleer de personages in een web vol hebzucht, leugens, verlangens, obsessies en moord verstrikt raken.  
 
Blood Simple is misschien wel het meest serieuze, inhoudelijk zwaarste werk dat de Coens ooit realiseerden. Hun film lijkt eenvoudig, zal door ongeduldige filmkijkers van de eenentwintigste eeuw ongetwijfeld als “saai” worden ervaren en de plot stevent bedrieglijk ingetogen maar bijna ondraaglijk intens op een onvermijdelijke ontknoping af. Toch zijn de typische stijlkenmerken ook hier al onmiskenbaar aanwezig. De dialogen mogen dan wel haaks staan op het vaak knetterende verbale vuurwerk dat hun latere films zal domineren (zie The Big Lebowski) maar toch zal de aandachtige luisteraar enkele “Coen-ismes” kunnen achterhalen (herhalingen; “I’m not a marriage counselor”, de monologen van de achterbakse detective, “that’s fucking funny” etc.). Blood Simple is het perfecte startpunt om in het oeuvre van de Coens te duiken. De film is hard en scherp; de plot gefocust; de regie opvallend zonder de aandacht op te eisen en de vertolkingen zijn zonder uitzondering ondergeschikt aan het verhaal.


John Getz (hem zagen we later in The Fly en recent even in Zodiac) voert de cast aan als de zwijgzame Ray; een personage dat duidelijke karaktertrekken deelt met andere Coen-protagonisten als Tom Reagan uit Miller’s Crossing en Ed uit The Man Who Wasn’t There. Hoewel het allesbehalve eenvoudig is om als kijker te identificeren met iemand die zo emotioneel gesloten is als Ray slaagt Getz er toch aardig in om hem boeiend te houden en de interne strijd die hij doormaakt wordt subtiel gebracht. Frances McDormand bewijst als Abby meteen dat ze een meer dan uitstekende actrice is. Haar opvallende looks, die haar zoveel meer maken dan een of andere overspelige bimbo, maken de rol geloofwaardig en de makers vergeten nooit dat ook zij misschien niet zo onschuldig is als ze lijkt (een zinnetje ergens aan het begin blijft in het hoofd van Ray rondspoken). Dan Hedaya is subliem als de vuige Marty; een ratachtige loner voor wie alles, zijn vrouw incluis, slechts bezit is. Toch weet Hedaya hem boven de stereotiepe schurk te laten uitstijgen. Marty is een bedrogen man; zijn trots is gekrenkt, en de oplossingen die hij ziet zijn lang niet de beste maar worden ingegeven door een misplaatste passie en territoriumdrang. Marty merkt dat zijn tuin is bevuild en die moeilijk te verkroppen nijd is misschien wel iets dat alle mannen kunnen begrijpen. Als er een antagonist in de film is; een man wiens motieven enkel egoïstisch zijn, dan is het wel de vliegenlokkende privé-detective, onvergetelijk vertolkt door M. Emmet Walsh die hier aan het toppunt van zijn kunnen staat. Hij is tevens de verteller en als je na afloop terugdenkt aan de conclusie van zijn openingsstatement – dat het in Texas “ieder voor zich is” – ga je wel verder nadenken over het verloop van de prent en het lot van de personages. Wie we ook niet mogen vergeten is Samm-Art Williams als de barman Meurice. In deze kleine maar niet onbelangrijke rol zien we een acteur aan het werk die in de daaropvolgende jaren nagenoeg volledig van de radar is verdwenen (hij produceerde en schreef nog enkele afleveringen van The Fresh Prince of Bel-Air) maar zijn introductiescène, met It’s the Same Old Song van The Four Tops is onversneden Coen-materiaal! 
 
De uiteindelijke laatste scène, waarin twee overlevenden oog in oog komen te staan (zonder dat ooit letterlijk te doen) bevestigt het talent van cast en crew en Walshs slotmijmering; wreed, grappig en onzinnig tegelijk, is hét moment dat de Coens zichzelf op de kaart plaatsten. Het is alsof ze het publiek en collega’s uitdagen: “dit durven wij!”. Dat ze hun talent in de daaropvolgende jaren alleen maar bevestigden is voer voor de filmhistorici maar het was toch pas meer dan tien jaar later, toen ze met Fargo opnieuw een buiten de lijntjes kleurende misdaadfilm met Frances McDormand in de hoofdrol in de zalen smokkelden, dat ze eindelijk naambekendheid bij het grote publiek kregen. En met hun nieuwste No Country for Old Men lijkt het erop dat ze, opnieuw tien jaar na datum, een hit te pakken hebben! 2008 kan hier niet vlug genoeg zijn!
 


Elke maand stoffen we een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Filmmuseum Distributie
CALIFORNIA DREAMIN' (NESFARIT)
De Roemeense droom
>>>