Meteen naar de tekst springen
Warner Bros.

INDEX >> KLASSIEKERS >> ONE FLEW OVER THE CUCKOO’S NEST

ONE FLEW OVER THE CUCKOO’S NEST
Mad World

 

Kenny De Maertelaere | 29/05/2005


Share/Bookmark

Het is een gegeven dat elke zichzelf respecterende filmliefhebber de door de media en critici al dan niet terecht opgehemelde “klassiekers” aan zijn of haar netvlies moet laten voorbijtrekken. Toch gebeurt het vaak dat die zogeheten “klassiekers” niet aan de verwachtingen voldoen (we beseffen maar al te goed dat we hiermee de woede van velen over ons heen halen, maar is Citizen Kane, hoewel onbetwistbaar knap en filmisch geniaal, toch niet een klein beetje overschat?) of dat dergelijke films simpelweg niet op de paden van sommige liefhebbers komen. Een prent die wij min of meer laat in onze “filmliefhebberij” te zien kregen is Milos Formans One Flew Over the Cuckoo’s Nest. De film wist echter ongestoord meteen een plaats in onze top-10 van “all time favorites” te verzilveren.

De in 1932 in het voormalige Tsjechoslovakije geboren regisseur Milos Forman trok na een carrière als regisseur, scenarist en acteur naar Amerika en realiseerde er Taking Off, vooraleer hij, nadat hij zijn medewerking verleende aan een documentaire over de Olympische Spelen in München in ’72, zijn magnus opus One Flew Over the Cuckoo’s Nest regisseerde. De film, die dit jaar zijn dertigste verjaardag viert, is nog steeds het allerbeste uit het selectieve maar meer dan solide oeuvre van Forman. Hij volgde Cuckoo’s Nest op met de musical Hair, het minder bekende maar illustere Ragtime en het tweede hoogtepunt uit zijn carrière; Amadeus. Hij verfilmde Les Liaisons Dangereuses met Colin Firth en Annette Bening in Valmont en dook toen na zeven jaar weer op met The People vs. Larry Flynt (nog zo’n film die wij hoog aanschrijven) en het gruwelijk onderschatte Man on the Moon, waarin Jim Carrey het toppunt van zijn kunnen verpletterend illustreert. Sindsdien hebben we, op een bijrol in Edward Nortons Keeping the Faith na, niets meer van hem gehoord maar het blijkt nu dat hij voor 2006 twee nieuwe projecten klaar staan heeft: Goya’s Ghosts, over de schilder Francisco Goya met Javier Bardem en de niet van het scherm weg te denken Natalie Portman in de hoofdrollen; en Amarillo Slim (hierover is nog bijna niets bekend, behalve dan dat Nicolas Cage de rol van het titelpersonage vertolkt).

Als we naar Formans meest gewaardeerde film kijken merken we dat One Flew Over the Cuckoo’s Nest op veel vlakken de ultieme underdogfilm is waarin een of meer personages het opnemen tegen het machtsmisbruik van een “meerdere” (wat meteen ook een van de factoren is die de populariteit van de prent verklaren). Het is een ongewone feel-good film, waarbij de laatste scènes simultaan deprimerend en hoopgevend zijn. Maar bovenal is Cuckoo’s Nest intrigerend, poëtisch, ontroerend en – ondanks het keiharde verhaal - ongegeneerd grappig.

Randle Patrick McMurphy (een onvoorstelbaar briljante Jack Nicholson in de rol van zijn leven) weet een gevangenisstraf te ontlopen als hij zichzelf als een waanzinnige gedraagt. Hij wordt naar een psychiatrische instelling gebracht en denkt daar een luizenleventje te kunnen leiden. Hij komt er onder het waakzame oog van Zuster Mildred Ratched, die haar afdeling met ijzeren hand regeert, terecht maar stoort zich niet aan de dictatoriale aanpak van de feeks. Hij probeert het leven van de andere “gestoorden” op te vrolijken met kaartspelletjes, basketbal en kwajongensstreken. Vreemd genoeg slaagt hij erin om de patiënten, op een manier die Ratched nooit voor mogelijk hield of zelfs overwoog, open te laten bloeien. Langzaam maar zeker ontstaat er een machtsspel tussen Ratched en McMurphy. Een spel dat uiteindelijk tragisch afloopt, maar niet zonder triomf.

Het is onmogelijk om de kracht van deze film te bespreken zonder Nicholsons Oscarwinnende vertolking te vermelden. Hoewel McMurphy in Ken Kesey’s boek er fysiek volledig anders uitziet (de rol werd overigens aan James Caan, Marlon Brando en Gene Hackman aangeboden, terwijl Forman met Burt Reynolds (!) in zijn gedachten rondliep) behoort de rol aan niemand anders dan Nicholson toe. Hij is als een wervelwind in deze film, een overweldigende force of nature, het centrum waarrond al het andere wentelt. Zijn McMurphy laat zich bekijken als een uitvergrote “greatest hits” van alle Nicholson- personages, compleet met de wereldberoemde grijns en het zelfvertrouwen van een leger acteurs. Toch is het fout de rol als louter komisch of uitbundig te beschouwen. In veel opzichten is McMurphy een tragisch personages want als kijker weet je dat zijn losbandige gedrag zelfdestructief werkt en naar niets anders dan zijn ondergang kan leiden. Getuige daarvan is de harde scène waarin McMurphy met elektroshocks behandelt wordt. Als hij even later in de hoofdzaal terugkomt en de andere patiënten hem tijdens een groepsessie met Ratched opmerken, menen ze aanvankelijk dat McMurphy’s spirit uitgedoofd is. Maar dan openbaart die duivelse “smile” zich opnieuw en barst het enthousiasme, tot grote ergernis van Ratched, los terwijl McMurphy ongestoord grappen maakt. Het is een grappige scène die parallel loopt met het ontroerende einde waarin het personage gebroken wordt, en uiteindelijk de vrijheid vindt. Nog zo’n fantastisch moment in Nicholsons vertolking is het finale feest. Alle psychiatrische patiënten amuseren zich ’s nachts te pletter (McMurphy liet enkele schaars geklede dames binnen!) en McMurphy slaat de warboel gade. In een lange close-up zien we, voor het eerst, hoe de man rust vindt temidden van de chaos. Het toont dat McMurphy eindelijk bereikt heeft wat hij wou en misschien is dat wel zijn “psychose”; de behoefte aan irrationele wanorde om zelf innerlijk tot rust te komen. Indrukwekkend.

De andere acteerprestaties zijn al even fantastisch. Louise Fletcher was geboren om de rol van Ratched te spelen (ze won eveneens een Oscar) en de leden van de cast die de patiënten vertolken (onder hen Danny De Vito, Christopher Lloyd en Vincent Schiavelli) zijn fenomenaal. Als er een acteur is die bijna de film onder Nicholsons neus wegkaapt (en dat wil toch iets zeggen) is het de voor deze prent voor een Oscar genomineerde, toen vijfentwintigjarige en bovendien debuterende (op een te verwaarlozen, onvermelde rol in een andere film uit ’75 na) Brad Dourif (die recent vooral opviel als Wormtongue in de Lord of the Rings trilogie) als de stotterende, door Ratched psychologisch geterroriseerde Billy Bibbit. Het is de rol waar Dourifs verdere carrière op gebouwd is en hij levert geniaal werk af.

Deze iconische productie blijft een aaneenschakeling van klassieke scènes, is nooit pretentieus, altijd entertainend en werkt vooral als een erg “warme” film (het visuitstapje!). De realisatie van de prent ging gepaard met enkele interessante “behind the scenes” weetjes zoals de afkeer van de auteur Ken Kesey, die de film nooit gezien heeft omdat hij misnoegd was over het feit dat het verhaal niet vanuit het standpunt van de gigantische Indiaan Chief Bromden (Will Sampson) verteld werd, en de “urban legend” dat Nicholson echt elektrotherapie onderging toen zijn personage daartoe gedwongen werd. Milos Formans werkwijze was ook al niet alledaags: hij filmde opvallend veel reactieshots van acteurs die in bepaalde scènes niet of weinig aan bod kwamen en liet Nicholson bij zijn aankomst in de instelling onaangekondigd op een van de bewakers springen, wat resulteerde in een verbaasde, en volgens geruchten agressieve, reactie van de bewaker (er wordt verteld dat in bepaalde versies – het beeldformaat durft al eens aangepast worden - van de film te zien is hoe de man Nicholson enkele vuistslagen verkoopt).

Kesey’s boek werd na de uitgave in 1962 ontelbare malen in het theater gebracht (recent nog met Christian Slater als McMurphy) en werd al in ’63 met Kirk Douglas op het podium vertoond. Zijn zoon Michael produceerde samen met Saul Zaentz de controversiële filmversie en haalde maar liefst vijf Oscars (voor Nicholson, Fletcher, Forman, Beste Film en Beste Geadapteerde Scenario) binnen. Nu is het nog steeds een onbetwistbaar fantastische film die in het internationale, cinematografische lexicon gegrift staat. Het kan niet anders dat je als maker beseft dat je film generaties overstijgt als The Simpsons er respectvol een parodie op brengen. Voor ons blijft het een prent die ons als geen ander aan het lachen en het huilen brengt. En daar is helemaal niets gestoord aan!               

Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros.


Elke maand stoffen we bij Movie een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Foto: Fox
TITAN A.E.
Red de planeet
>>>