Meteen naar de tekst springen
Foto: Laurel Entertainment

INDEX >> KLASSIEKERS >> NIGHT OF THE LIVING DEAD

NIGHT OF THE LIVING DEAD
'They're coming to get you, Barbara!'

 

Jos Wolffers | 29/12/2002


Share/Bookmark

In de vroege dagen van de film waren echte horrorfilms eerder een zeldzaamheid. Hier en daar zaten er wel een paar stevige suspensefilms tussen (denk maar aan F.W. Murnau's Nosferatu of Freaks van Todd Browning) maar verder werden er binnen het horrorgenre weinig extreme films gemaakt. Sterker nog, van het horrorgenre, met zijn rollende koppen, spattend bloed en afgehakte ledematen, was nog amper sprake. Tot er plots uit het niets een film opdook die een schokgolf door de hele filmgemeenschap zou jagen: Night of the Living Dead van de jonge regisseur George A. Romero.

Zelfs toen George A. Romero nog maar een jonge snaak was, wist hij al dat hij films wilde maken. Hij spendeerde hele dagen aan het schrijven van scripts en hij nam om de haverklap weer een nieuwe 8-mm kortfilm op, onverschrokken bijgestaan door vrienden en familieleden. De toewijding tot zijn films ging zover, dat de jonge George zelfs een keer werd gearresteerd, toen hij tijdens de opnames van zijn kortfilm The Man From The Meteor een brandende dummy van het dak wilde gooiden. Ook na zijn studies (Romero volgde ondermeer Kunst en Design aan het Carnegie-Mellon Instituut in Pittsburgh) kon hij het filmvirus niet van zich afschudden en besloot om samen met een negen vrienden een heus productiehuis op te richten. Ze vestigenden zich voor het gemak maar in hun geboortestad Pittsburgh en enige tijd later was The Latent Image (later omgedoopt tot Image Ten Inc.) geboren. In hun beginperiode specialiseerden de jongens zich vooral in het opnemen van reclamespots en promotiefilms, tot groot ongenoegen van Romero, die liever langspeelfilms wilde maken omdat hij het reclamewereldje algauw beu was geworden. The Latent Image deed het echter lang niet slecht en algauw hadden Romero en compagnie geld genoeg bij elkaar gespaard om een speelfilm met een bescheiden budget te kunnen financieren. Hoe hoog (of moeten we zeggen 'laag') het budget was dat ze voor een film konden uittrekken, kan niemand eigenlijk nog met zekerheid zeggen, maar het bedrag moet ongeveer rond de 115.000 dollar hebben gelegen. Hoe dan ook, Romero meende dat hij nu wel genoeg reclamespots had gedraaid en vond dat het tijd was geworden om een film te draaien die "zijn gelijke niet zou kennen". En hij wist ook al wat voor een soort film het moest worden: een bonafide horrorfilm. Een film die het publiek moest schokken, niet alleen door ondragelijke spanning, maar ook door de walgelijke special-effects. "Gore" dus.

In de jaren 60 waren er, op drive-in koning Hershell Gordon Lewis na, bijna geen Amerikaanse filmmakers die expliciet geweld, bloed en ingewanden op het scherm lieten zien. Romero liet zich door deze trivialiteit echter niet afschrikken en begon in juni 1967 met de opnames voor de film Night of the Flesh Eaters waarvoor hij samen met John Russo het script had geschreven. Omdat de film volledig onafhankelijk geproduceerd werd, was er niemand die Romero kon tegenhouden en hij voelde dat er wel behoefte was naar een grensverleggende horrorfilm. De mensen waren films met titels als Billy the Kid Vs. Dracula of Beach Girls And The Monster kotsbeu en ook de old-school horrormeesters als William Castle en Freddie Francis konden het publiek niet altijd meer bekoren. Het werd tijd voor iets nieuws.

Romero had het idee dat hij iets nieuws kon brengen. Hij was er van overtuigd dat zijn film het publiek een flinke schok kon bezorgen en bedacht een plot dat interessanter was dan dat van de gemiddelde horrorfilm. Ook het zombie-idee was tot op dat moment nog praktisch ongebruikt en bovendien een goede manier om met minimale middelen maximaal effect te bereiken. Romero had zijn script geschreven met de beperkingen van het budget in zijn achterhoofd. Geld voor grootschalige decors was er niet, zodat het uitgangspunt zo simpel mogelijk moest zijn. Romero maakte ook bewust de radicale keuze om Duane Jones, een zwarte acteur, de hoofdrol in zijn film te geven. Tot op dat moment waren zwarte acteurs in Hollywood vooral gedoemd tot het spelen van bijrollen en kwamen in hoofdrollen nooit aan de bak. Dat veranderde echter in 1967, toen Sidney Poitier plots een oscarnominatie kreeg voor zijn rol als Mr. Tibbs in In The Heat Of The Night. Romero volgde die trend, en de rest is ondertussen geschiedenis. Welke filmliefhebber herinnert zich immers niet de claustrofobische sfeer die er hangt in het kleine houten huis waar zes vreemdelingen met elkaar opgesloten zitten, terwijl buiten de zombies, in een nimmer aflatende stroom van rottend vlees, de deuren proberen in te beuken. Die momenten van pure gruwel zijn zelfs vandaag de dag nog ongeëvenaard. Je moet je eens voorstellen hoe een publiek uit de jaren '60 op die scènes reageerden. Vooral de sequentie met het kleine meisje dat sterft in de kelder, en even later, fris en monter als levende dode, haar moeder met een troffel naar het leven staat, is een van de momenten die veel mensen tot in hun dromen achtervolgde.

Dat de film een dergelijke impact zou hebben, hadden Romero en zijn crew tijdens de opnames nooit kunnen vermoeden. Die verliepen namelijk verre van vlot, vooral omdat het lage budget, ondanks de rigoureuze planning, alsnog de nodige beperkingen oplegde. Bovendien werd (de toen nog onbekende) Tom Savini, die de speciale effecten voor de film zou verzorgen, onverwachts naar Vietnam verscheept en moest de filmploeg de effecten zelf voor zijn rekening nemen. Romero en zijn crew moesten zich behelpen en noodgedwongen eenvoudige oplossingen voor ingewikkelde problemen bedenken: chocoladesaus werd gebruikt als bloed (de film werd toch in het zwart-wit opgenomen, dus niemand die het ziet), de locale slager werd aangezocht om vlees en ingewanden ter beschikking te stellen en mocht in een moeite door meteen als zombie figureren (net als de halve bevolking van Evans City, trouwens) en aangezien het huis waarin de film zich afspeelde geen kelder had, werden de kelderscènes in de ondergrondse opslagruimte van de montagestudio gefilmd. Simpel toch?

Ondanks deze briljante vondsten was er ook wat tegenslag, weliswaar nooit van die aard dat het filmen onmogelijk werd. Het had meer te maken met de onervarenheid van de hele ploeg, en fouten worden en nou eenmaal altijd gemaakt. De openingsscène op het kerkhof, bijvoorbeeld, waarin Barbara door een zombie wordt aangevallen en in de auto wegvlucht, moest normaal gezien op één dag gefilmd worden. Helaas liepen de opnames door onprofessioneel genknoei flink uit, en moest de ploeg het volgende weekend terugkomen. Helaas maakte de moeder van Romero net die week een flinke deuk in de enige auto die voor de productie ter beschikking stond, en moest het script gedeeltelijk herschreven worden om die deuk in het script in te passen. Zoals gezegd, simpele oplossingen. In de film valt het trouwens amper op.

Gelukkig was er licht aan het eind van de tunnel. In december 1967 waren de opnames eindelijk achter de rug en kon Romero beginnen aan de montage. Er werd ook al naarstig gezocht naar een verdeler, maar dat bleek nog een hele klus te zijn. Er waren maar weinig verdelers geïnteresseerd om Romero's film te verdelen. Naar verluidt zou hij meer dan eens te horen hebben gekregen dat zijn film 'too bleak', too gory' en 'too uncommercial' was. Uiteindelijk werd dan maar besloten om de film onder eigen beheer op kleine schaal uit te brengen, voorlopig alleen in Pittsburgh en omgeving. Als de film zou aanslaan, zou er misschien wel een verdeler komen aankloppen die het commercieel verantwoord vond om een nationale release te wagen. Vlak voor de officiële première ontstond er nog even paniek. De film heette immers nog altijd Night of the Flesh Eaters, maar die titel bleek al door een ander bedrijf opgekocht te zijn. Romero was dus genoodzaakt om op het laatste nippertje nog de titel veranderen. Er werd uiteindelijk gekozen voor Night of the Living Dead, tot groot ongenoegen van de Romero's vader, die al een klein fortuin had besteed aan het drukken van Flesh Eaters-posters. Toen de film onder de nieuwe titel dan eindelijk op 1 oktober 1968 in Pittsburg in première ging, werd het al gauw een doorslaand succes. De mensen stonden in lange rijen op de stoep te wachten in de hoop een kaartje te kunnen bemachtigen. In eerste instantie kwamen de inwoners van Pittsburgh vooral kijken omdat de film werd gepromoot als "The First-Ever Horror-Movie from Pittsburgh", maar toen bleek dat NOTLD daadwerkelijk iets speciaals was, ging heel de stad en later ook heel de VS plat voor het zombie-avontuur.

De uiteindelijk box-office van Night of the Living Dead liep in de vele miljoenen (het uiteindelijk cijfer is ooit bekendgemaakt), maar Romero heeft helaas nooit één cent van zijn fenomenale hit gezien. Hij was namelijk vergeten om de (in zeven haasten bedachte) nieuwe titel bij het Amerikaanse copyright-bureau in te schrijven, zodat iedereen er vrijelijk gebruik van kon maken, zonder daarvoor ook maar één cent aan de oorspronkelijke auteurs te moeten betalen. Dit had ook tot gevolg dat de opbrengsten van de film rechtstreeks in de zakken van verdeler Market Square Productions terecht kwamen. Die had de film namelijk voor een eenmalig bedrag van Romero gekocht, en was door het ontbreken van copyrights dus niet verplicht om hem in de winst te laten delen. Een kleine onoplettendheid, begrijpelijk natuurlijk gezien het Romero's eerste project was, maar een onoplettend die hem uiteindelijk miljoenen heeft gekost.

Ondanks het feit dat Romero zwaar getild uit zijn eerste filmavontuur kwam, heeft de liefde voor de film hem nooit verlaten. Het ging zelfs zo ver dat hij besloot om in 1978 een sequel te draaien. Dawn Of The Dead is mogelijk een nog betere film dan NOTLD, en is een van de onbetwiste klassiekers uit de geschiedenis van de horrorfilm. In 1985 draait Romeo nog een tweede sequel, Day Of The Dead. Helaas lijdt die film een beetje onder de last-minute budgetbesparingen, zodat het niet de zombie-orgie geworden is die Romero voor ogen had. Ondanks alles blijft ook Day Of The Dead een terecht gerespecteerde topfilm binnen het genre. Natuurlijk draaide Romero niet alleen zombie-films, al situeert zijn oeuvre zich vooral in het fantastische en horror-genre, denk maar aan de vampierenfilm Martin, de middeleeuwse biker-fantasie Knight Riders en de aap-from-hell film Monkey Shines. Romero veranderde ook een boek en een aantal kortverhalen van Stephen King in de films Creepshow en The Dark Half. Romero werkte voor de meeste van zijn films samen met make-up maestro Tom Savini, die er nog steeds de pee in had dat hij nooit aan de originele Night Of The Living Dead had kunnen meewerken. In 1990 ging voor Savini echter een droom in vervulling, toen Romero hem vroeg of hij wilde meewerken aan een remake van Night Of The Living Dead. Tot zijn grote verbazing mocht Savini niet alleen de alle special-effects verzorgen, hij mocht ook instaan voor de regie. En het moet gezegd worden: a job well done! Savini's update van de klassieker is meer dan het bekijken waard. Niet alleen zijn de special-effects beter en prominenter aanwezig (dùh), bovendien werd de rol van Barbara door scenarist en producer Romero stevig gemoderniseerd. In het origineel is Barbara maar tien minuten actief, voordat ze door de shock in een soort catatonische afwezigheid wegzakt en door de zombies wordt opgepeuzeld. In de remake is Barbara een kick-ass babe, een beetje te vergelijken met Ripley uit Aliens, die haar mannetje wel kan staan. Bovendien had een remake ook heel wat financiële voordelen: eindelijk kon Romero eens wat geld verdienen met zijn geliefkoosde film, al moest hij hem wel helemaal overnieuw doen.

In de tussentijd bleef de cultstatus van Night Of The Living Dead al maar groeien. Talloze jongeren en ouderen over de hele wereld bleven de film ontdekken en ook de filmcritici begonnen de kwaliteiten van de film in te zien. Het ging zelfs zover dat de film in 1999 toegevoegd werd aan het archief van de prestigieuze United States Film Registry, waar films bewaard worden die "de eeuwigheid waardig zijn". Night Of The Living Dead bevind zich daar in het uitstekende gezelschap van ondermeer Citizen Kane en Raiders Of The Lost Ark. Toch een hele eer voor een bescheiden horrorfilmpje.

Maar helaas, driewerf helaas, is er in de loop der jaren een flinke smet op het glimmende blazoen van Night Of The Living Dead gekomen. In hetzelfde jaar dat de film de ultieme eer toegewezen kreeg en tot de archieven van het USFR werd toegelaten, beging de scenarist en producer van NOTLD John A. Russo een wandaad die zijn gelijke niet kent. Zonder toestemming van George Romero filmde Russo een aantal nieuwe scènes, monteerde die in het origineel, schrapte enkele belangrijke scènes en voorzag het geheel van een volledig nieuwe soundtrack. Deze "Director's Cut" (beter bekend als de 30th Anniversary Edition ) was volgens Russo de versie die hij en Romero oorspronkelijk voor ogen hadden. Dat dit een grove leugen was, werd al snel duidelijk; Romero heeft zich reeds meermaals van dit maakwerkje gedistantieerd. Dat Russo geen respect heeft voor de klassieker, bleek ook uit zijn bewering dat "de nieuwe scènes niet van de originele scènes te onderscheiden zijn". Hoe kan iemand zo blind zijn? Wat Russo duidelijk niet besefte (of wilde beseffen), is dat hij een ultieme klassiekers zo goed als onherstelbaar heeft vernietigd. Naast het feit dat de nieuwe scènes nutteloos en ronduit slecht zijn (en zelfs door een blinde van het origineel onderscheiden kunnen worden), werd Russo de ultieme boeman van de NOTLD-fans toen bleek dat hij deze 30th Anniversary Edition enkel gebruikte om een door hem geproduceerde flutfilm Children Of The Living Dead te promoten. Schande, schande! Tot overmaat van ramp kwam de verhakkelde versie van NOTLD al snel uit op DVD, terwijl de fans van het origineel stad en land moeten afzoeken om een exemplaar op DVD te kunnen bemachtigen. Tot op de dag van vandaag is de enige versie die in België te krijgen de gehate 30th Anniversary Edition, de originele versie werd hier nog steeds niet uitgebracht.

Maar ondanks deze domper blijft Night of the Living Dead een klassieker van de zuiverste soort. Spannend, origineel, baanbrekend, maar vooral fris. De film is vandaag nog minstens even goed te genieten als pakweg dertig jaar geleden, en dat zal er voor zorgen dat Night of the Living Dead tot het einde der tijden een trouwe fanschare achter zich aan sleept. Levend of dood, they're coming to get you anyway!

Elke maand stoffen we bij Movie een filmklassieker af. Surf doorheen het archief om de vorige klassiekers te lezen.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Foto: Fox
SUPER TROOPERS
Flikken: hun leven zoals het is
>>>