Meteen naar de tekst springen
Foto: RKO

INDEX >> KLASSIEKERS >> KING KONG

KING KONG
Schoonheid blijft overwinnen

 

Jo Anseeuw | 29/07/2002


Share/Bookmark

Toen hij zeventig jaar geleden na een verbeten gevecht ter pletter stortte van The Empire State Building was hij er zich waarschijnlijk niet van bewust dat hij decennia later nog mensen zou blijven inspireren. Niettegenstaande hij uiteindelijk maar een 46 centimeter grote, met konijnenpels bedekt pop was, waren zijn laatste gedachten ongetwijfeld gericht op die blonde schoonheid die hem uiteindelijk de das zou omdoen. Hij, de koning van de jungle, verblind, verlamd door die goddelijke verschijning van Fay Wray. King Kong, menselijker dan zijn dodelijkste vijanden.

We zitten er weer midden in, de geliefde en eigenlijk ook wel gevreesde filmzomer. Wekenlang worden we overrompeld met visuele huzarenstukjes die maar al te vaak als taak hebben het nooit echt afgewerkte script toch maar enigszins te verdoezelen. Duurbetaalde filmsterren zullen met de eer en het geld gaan lopen, nadat een leger computerfreaks en digitale artiesten jarenlang bloed en tranen zullen gezweet hebben om de megalomane visie van de schrijver en regisseur op het grote scherm te brengen. Vaak beseffen ze zelf maar al te goed dat van de films die ze naar het grote scherm brengen er maar heel zelden eentje een klassiekerstatus zal verwerven. Maar op enkele geldwolven na zijn ze ongetwijfeld allemaal ooit met het tijdrovend fx-werk begonnen omdat ze ooit als kleine jongen door een klassieker werden getroffen. De snotneusgeneratie zal misschien het baanbrekende Jurassic Park als hun roeping bestempelen, maar het grote deel van de dertigers zal het grote licht ongetwijfeld gezien hebben tijdens Star Wars. In 1977 veranderde die sciencefictionfilm voor altijd het fx-landschap. Het handvol groepje visuele magiërs dat in die tijd door George Lucas en John Dykstra bijeen was gezocht, was zelf opgegroeid met Willis O'Brien en Ray Harryhausen films. Voor ze zelf computergestuurde camera's begonnen te ontwikkelen en later een revolutie op gang brachten met hun computergegenereerde beelden, waren ze betoverd geweest door het beeld van een reusachtige aap die in het midden van New York, en gezeten op The Empire State Building, een vruchteloos gevecht aanging met technologisch beter uitgeruste gevechtsvliegtuigen. King Kong was hun grote voorbeeld, de meester-animator Willis O'Brien hun grote held. Beeld voor beeld had hij samen met zijn ploeg een menselijk monster tot leven gebracht, op dezelfde tijdrovende manier die men zoveel jaar later nog zou gebruiken om het beruchte schaakspel in Star Wars op het grote scherm te brengen. King Kong was in 1933 reeds een wereldwonder en zou samen met Star Wars de evolutie van de speciale effecten beïnvloeden.

King Kong is het hersenkind van Merian C. Cooper en Ernest B. Schoedsack, twee avonturiers/filmmakers die hun gezamenlijke passies combineerden in een productiemaatschappij met als motto: "The Three D's: Keep it Distant. Difficult and Dangerous". King Kong dus. Kapitein Ernest B. Schoedsack was in de eerste wereldoorlog een cameraman voor de Amerikaanse strijdkrachten. Na de oorlog trok hij naar het turbulente Polen en belandde daarna in het door Italië bezette Wenen. Daar stootte hij op Kapitein Merian Cooper, die pas uit een Duitse gevangenis was bevrijd. Cooper, die ooit in de Panco Villa campagne meestreed, was piloot en was reeds tweemaal neergehaald door de Duitsers. Na een korte ontmoeting gingen hun wegen weer uit elkaar. Terwijl hij nu en dan filmde voor het rode kruis bleef Schoedsack het gevaar opzoeken in de naweeën van de oorlog. Cooper ging vechten in Polen als leider van een groep Amerikaanse piloten maar werd door de Russen krijgsgevangen genomen. Na een lange gevangenschap kon hij in 1921 ontsnappen met twee Poolse officieren en belandde na een vlucht van 14 dagen in Warshaw, waar er zelf een standbeeld voor hem werd opgetrokken.

Op weg naar de Verenigde Staten ontmoette Schoedsack opnieuw Cooper, die in Londen als freelance nieuws-cameraman werkte. Vermits ze beiden aangetrokken werden door avontuur, gevaar en de natuur wilden ze samen een filmproject opzetten. Beiden waren echter in een slechte financiële staat en daarom vervolgden ze elk hun weg. Cooper trok naar New York om er als schrijver voor Times te werken, terwijl Schoedsack in de Grieks-Turkse oorlog terecht kwam. Cooper ontmoette intussen Kapitein Edward A. Salisbury, die met zijn boot in opdracht van het Southwestern Museum of California etnologische expedities uitvoerde. Cooper werd aangenomen als schrijver en toen de cameraman ontslag nam loodste hij zijn vriend Schoedsack binnen. De grote samenwerking was begonnen.

De tocht was er een vol avonturen, maar tijdens herstellingswerken aan de boot gingen de opnames verloren in een grote explosie. De twee mannen gingen opnieuw op zoek naar een geldschieter en kwamen na heel wat verdere omzwervingen terug met hun eerste film, Grass. Jesse L. Lasky, de vice president van Paramount-Famous Players-Lasky Corporation, was danig onder de indruk en bood hen een nieuwe expeditie aan. Chang werd hun tweede natuurdrama en werd lovend onthaald. Hun derde film was echter niet zo succesvol. The Four Feathers, een stille film, kwam juist op het ogenblik dat de geluidsfilm Hollywood in rep en roer zette en een jonge David O. Selznick maakte van de afwezigheid van Cooper en Schoedsack gebruik om met een aantal nieuwe scènes de film te verminken. Cooper begon meer en meer tijd te investeren in de civiele luchtvaart, terwijl Schoedsack op expeditie trok naar Oost-indië, waar hij de film Rango zou draaien. Het was tijdens deze periode dat Cooper het idee van King Kong kreeg. Zijn eerste concept bestond uit een gigantische aap, zo'n 40 to 50 voet groot, die het bovenop het grootste gebouw opnam tegen oorlogsvliegtuigen. Toen hij via een bevriend avonturier in aanraking kwam met de mythische draken van komodo verplaatste het verhaal zich naar een afgelegen eiland, bevolkt met pre-historische dieren.

Enter Willis O'Brien. O'Brien wordt vaak de vader van de stop motion animatie genoemd, een techniek waarbij een pop beeld voor beeld een heel klein beetje wordt bewogen zodat je bij het afspelen van de film een relatief vloeiende beweging krijgt. Eigenlijk is het oorspronkelijk idee van stop motion reeds op het einde van de 19e eeuw uitgeprobeerd door de grootvader van de special effects, George Méliès, maar O'Brien is ontegensprekelijk de artiest die de techniek tot kunst heeft verheven. Nadat hij reeds een aantal komische films gemaakt had met enkele geanimeerde dinosauriërs in de hoofdrol, verblufte hij in 1925 de wereld met The Lost World. Het publiek was verbijsterd en dacht heel even dat een expeditie echte prehistorische dieren had ontdekt. Een vervolg werd aangekondigd, maar wegens veranderingen aan de top van de filmstudio afgevoerd. Hij begon aan een eigen project, Creation - nog maar eens een dino-film, dat door RKO-Radio Pictures werd opgekocht. RKO stond echter aan de rand van bankroet en David O. Selznick werd aangetrokken als redder. Om te helpen beslissen welke projecten onder de guillotine zouden verdwijnen deed hij een beroep op Merian Cooper, die maar al te graag op het aanbod inging. Hij kreeg de eerste beelden van Creation te zien, en alhoewel hij sterk onder de indruk was van de effecten besloot hij dat het project geen echte visie had. Afvoeren dan maar. Cooper kreeg echter de toestemming om O'Brien en zijn team te lenen om een testopnames voor zijn gorilla film te maken. De film kreeg als productienummer 601. Cooper gaf O'Brien en zijn assistent Marcel Delgado de opdracht om een zo monsterachtig mogelijke aap te maken terwijl de Engelse auteur Edgar Wallace aan het scrip begon te werken dat als werktitel The Beast meekreeg. Na een eerste versie stierf Wallace echter aan een longontsteking en Cooper zou later toegeven dat Wallace geen enkel woord van Kong schreef. De werktitel werd gewijzigd naar The Eight Wonder terwijl de testopnames langzaam vorderden met een Kong-pop van 18 inch groot. Intussen hadden Cooper en Schoedsack ook toestemming gekregen om een ander project op te starten: The Most Dangerous Game, waarvoor een stuk oerwoud moest gebouwd worden op de set. Een plaats waar ook Kong zich zou thuis voelen. De cast van de film, geregisseerd door Schoedsack, bestond onder meer uit Fay Wray en Robert Armstrong en zij werden tussen de opnames door, door Cooper weggehaald om in zijn testfilm op te treden. De testfilm die uit 147 scènes bestond, en onder meer de beroemde boomstamscène bevatte, maakte de studio enthousiast. Het licht werd op groen gezet, een nieuwe scriptschrijver aan het werk gezet, en Marcel Delgado maakte vijf extra Kong-poppen zodat reparaties de productie niet in het gedrang zouden brengen.

De jungle-set van The Most Dangerous Game werd door de productie ingelijfd, net als het dorp dat oorspronkelijk voor King Vidor's Bird of Paradise werd opgetrokken. De gigantische poort komt oorspronkelijk uit The King of Kings van Cecil B. DeMille, en zou enkele jaren later opgeofferd worden om het vuur in de Atlanta-scène van Gone With The Wind hoog te laten opwakkeren.

In de film volgen we een filmcrew onder leiding van Carl Denham (Robert Armstrong) die een boot huurt (met kapitein John Driscoll - Bruce Cabot) om op een geheime plaats iets heel bijzonders te gaan filmen. Denham heeft nog een vrouwelijke hoofdrolspeelster nodig om zijn film aantrekkelijk te maken voor het grote publiek. Toevallig botst hij op de hongerige dievegge Ann Darrow (Fay Wray) die niet veel overtuigingskracht nodig heeft mee te gaan op de trip die geld, avontuur en roem belooft. De geheime bestemming blijkt een klein eiland te zijn, in twee gedeeld door een gigantische muur. De inboorlingen zijn betoverd door de blonde verschijning van Ann en kidnappen haar 's nachts van de boot om haar te offeren aan King Kong, een gigantische gorilla die ze angstvallend achter zijn muur proberen te houden. Wanneer ze doorhebben wat er is gebeurd zet de filmcrew en bootbemanning de achtervolging in en stoten op hun weg door de jungle op talrijke prehistorische dodelijke dieren. Uiteindelijk slagen ze er in om King Kong met gasbommen te vellen en nemen hem mee naar New York waar ze hem als het achtste wereldwonder opvoeren. Tijdens de grote premiere echter valt Kongs blik op de schone Ann en breekt hij los. Opnieuw kidnapt hij haar en kruipt met haar op The Empire State Building waar hij een verbeten strijd aangaat met gevechtsvliegtuigen (waarvan er eentje is bemand door Cooper en Schoedsack). Uiteindelijk moet Kong met lede ogen aanzien dat Ann voor zijn poten gered wordt en kan het hem blijkbaar ook niet veel meer schelen dat hij dodelijk gewond neerstort. Gedood omdat hij heel even vergat een monster te zijn. Gedood door de schoonheid. Bijna menselijk dus.

Toen de film eind 1932 werd afgewerkt stond hij bol van de technische hoogstandjes. De animatie op zich was al een klein wonder, maar daar bovenop kwam het gebruik van een verbeterde rear-projection techniek, het gebruik van de revolutionaire optische printer van Linwood G. Dunn en de integratie van geluidseffecten in de muziek. B.B. Kahane, de president van RKO had echter zijn bedenkingen over Kong, en gaf de componist Steiner het bevel om geen extra geld aan de soundtrack te besteden en iets uit bestaande tracks aaneen te breien. Cooper kon er niet mee lachen en vroeg Steiner een nieuwe score te componeren. Die muziek zou jaren later nog in diverse films hergebruikt worden en werd Steiners lievelings-soundtrack.

De 650.000 dollar kostende film (Cooper beweert dat de film slechts 430.000 dollar kostte maar dat de boekhouders creatief waren in het toevoegen van andere kosten) ging op 2 maart 1933 in avant-première in de twee grootste zalen in New York, een uniek evenement. De eerste vier dagen zorgden voor een box-office van 89.931 dollar, een record voor een indoor-attractie. De officiële première ging door op 24 maart in het Chinese Theatre in Hollywood, om te worden gevolgd door een nationale release op 10 april. Het enorme succes haalde RKO heel even uit de financiële problemen. King Kong werd ook de eerste film die een re-release kreeg, weliswaar in een lichtjes gecensureerde versie. Een tweede re-release volgde bijna twintig jaar later, in 1952, en werd toen zelf door Time magazine uitgeroepen tot film van het jaar. Uiteindelijk zou een zwakke sequel volgen, Son of Kong, en heel wat minderwaardige spinoffs en remakes. De slechtste is misschien wel de remake uit 1976 met Jeff Bridges en een jonge en beeldschone Jessica Lange. Even leek het er sterk op dat we een nieuwe versie zouden krijgen. Peter Jackson had immers zijn eigen King Kong script klaar tot hij om allerhande redenen besloot om de Lord of the Rings trilogie te maken. Geruchten doen de ronde dat hij na die drie films toch nog zijn Kong-script zou verfilmen.

King Kong was bijna een instant-klassieker en zou ook decennia later nog zijn invloed laten voelen. Al snel werd het een icoon van de horrorfilms uit de jaren dertig en werd vele malen en in talrijke gedaanten, nagebootst. King Kong werd een begrip, een karakter dat iedereen kende. En het zorgde voor z'n eigen legenden. Informatie over het maken van de film was toen vreselijk schaars zodat ook jaren later journalisten durfden beweren dat een acteur in een apenpak had rondgelopen, zoals vaak het geval was in de remake uit 1976. De grootste mythe rond King Kong draait rond een beruchte scène in de boomstamsequentie. In de oorspronkelijke filmtest werden de matrozen die van de boomstam vielen beneden in de ravijn opgewacht door reuzengrote spinnen. De scène werd echter geknipt toen bleek dat het publiek zo aangegrepen werd door wat er op het scherm gebeurde dat ze uit de film getrokken werden. Nu nog hopen King Kong fans die beelden ooit te mogen aanschouwen.

De film werd ook de grote inspiratie voor duizenden fx-artiesten die, gestimuleerd door de technische en artistieke hoogstandjes van Willis O'Brien, hun fantasie de vrije loop lieten. De grote leerling van O'Brien werd Ray Harryhausen die op zijn beurt Phil Tippett inspireerde, de man die voor de dinosauruschoreografie zorgde in Jurassic Park.

King Kong moet je eigenlijk op groot scherm zien, daarmee ook de wansmakelijke ingekleurde televisieversie vermijdend. Het is een unieke kans om een stukje geschiedenis te zien zoals het moet gezien worden, maar jammer genoeg is het ook een unieke gelegenheid om de film met de hedendaagse smaak te vergelijken. Als filmliefhebber moet je alles in z'n tijdscontext kunnen zien. Houterig acteerwerk, nepdecors en soms lachwekkende dialogen horen nu eenmaal bij de beginjaren van de (gesproken) film. Charmant, maar ook naïef en voor het filmpubliek vaak reden genoeg om continu te zitten gniffelen. Ook de speciale effecten zijn natuurlijk achterhaald. Sinds Jurassic Park zijn we verwend met digitale monsters die de realiteit soms heel gevaarlijk benaderen, maar die vaak ook iets heel belangrijk missen: een hart. De effecten van King Kong zijn dan misschien wat houterig vergeleken met de gesofisticeerde CGI-animatie, en misschien zijn we gesofistikeerde gevechtschoreografieën gewend uit de labo's van ILM, maar aan hart ontbreekt het niet. Wie zich even wil laten onderdompelen in een stukje magie, een stukje filmgeschiedenis, mag deze klassieker niet overslaan. Een technisch hoogstandje met als hoofdrolspeler geen pop, maar een meer dan echte aap die eigenlijk maar één zaak wil, al wordt het zijn ondergang: schoonheid en eigenlijk misschien ook wel een beetje liefde. Hoe menselijker kan het nog?

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

KFD
THE TEXAS CHAINSAW MASSACRE: THE BEGINNING
Sommige mysteries hoeven niet onthuld te worden
>>>