Meteen naar de tekst springen
Foto: Fox

INDEX >> KLASSIEKERS >> ALIEN

ALIEN
Monsters Inc.

 

Christophe Van Cauwenbergh | 04/02/2002


Share/Bookmark

Alien kwam uit op 25 mei 1979, tijdens een korte maar krachtige SF-rage, met onder meer Star Wars, Close Encounters Of The Third Kind en Star Trek: The Motion Picture. Ondertussen een cultfavoriet en de eersteling in één van de meest succesvolle franchises in de stal van 20th Century Fox, begon Alien klein en weinig belovend. In onze reeks klassiekers doen wij deze maand nog eens het hele verhaal.

Het oorspronkelijk idee voor de vernieuwende SF/horrorprent ontstond in de zomer van 1972. Dan O'Bannon, filmstudent aan de universiteit van Southern California, begon tijdens het maken van John Carpenters genrefilm Dark Star (O'Bannon was co-schrijver, acteur en special effects artiest) aan een nieuw, gelijkaardig script, dat hij Memory doopte: de bemanning van een ruimteschip vindt een sluimerend wezen op de oppervlakte van een buitenaardse planeet. De tweede helft van het scenario kreeg O'Bannon nooit af: hij moest al zijn energie en tijd steken in de voltooiing van Dark Star. Door het cultsucces van Dark Star vroeg filmmaker George Lucas O'Bannon een aantal computeranimaties en grafische effecten te ontwerpen voor diens obscure project genaamd Star Wars.

In het voorjaar van 1975 had O'Bannon zijn taak voor Lucas beëindigd en trok naar Europa om er te werken aan de special effects voor de verfilming van Dune, door Alejandro Jodorowsky. Op deze set werkten drie van de meest opmerkelijke fantasy-artiesten van het continent: de Zwitser H.R. Giger, de Fransman Jean 'Moebius' Girard en de Brit Chris Foss. Na zes maanden preproductie echter, bezweek het project onder financiële problemen (de film werd later, zonder O'Bannon en de artiesten, gemaakt door David Lynch). O'Bannon werd niet voor zijn diensten uitbetaald en trok met zijn laatste centen, en zwaar teleurgesteld, huiswaarts.

Totdat hij zichzelf een beetje opknapte en zijn carrière herorganiseerde, mocht hij logeren bij zijn vriend Ronald Shusett, waar hij prompt begon te schrijven. Hij haalde zijn onafgewerkt scenario voor Memory boven, en herschreef de eerste twintig bladzijden: een bemanning op een ruimteschip wordt uit haar bevroren hyperslaap gewekt door een buitenaards signaal. Op de planeet in kwestie vindt de bemanning een buitenaards ruimteschip en het fossiel van wat ooit de kapitein moet geweest zijn. O'Bannon was erg trots op zijn inleiding: het was het beste dat hij ooit had geschreven. Toch kwam hij alweer tot de conclusie dat hij geen tweede helft kon bedenken voor zijn ruimteverhaal.

Na een maand geklooi en gevloek stelde Shusett voor om samen een project af te werken en het te proberen te verkopen aan één van de grote studio's. Alvorens Memory ter hand te nemen, besloot het duo het Philip Dick kort verhaal We Can Remember It For You Wholesale te adapteren voor het witte doek. Ze kwamen echter niet voorbij het eerste derde van het script dat uiteindelijk Total Recall zou worden en besloten Memory een kans te geven. Tijdens één van de vele brainstorm-sessies, dacht Shusett aan een ander script dat O'Bannon was beginnen te schrijven in de vroege jaren zeventig en nooit was afgeraakt. Gremlins (geen relatie met de film) handelde over kleine monstertjes die de bemanning van een B17-bommenwerper aanvielen gedurende een vlucht over Tokyo tijdens Wereldoorlog Twee. Shusset stelde voor de plot van dit scenario te combineren met dat van Memory: de tweede helft van het verhaal zou handelen over het monster dat de bemanningsleden achternazit op hun eigen schip. De werktitel: Star Beast.

Het script dat hieruit geboren werd, was echter niks meer dan een zoutloze herwerking van It! The Terror From Beyond Space, met de bemanning van het ruimteschip Snark die anno 2087 uit haar hyperslaap wordt gewekt door een buitenaardse transmissie. Op de planeet vinden de bemanningsleden de ruïnes van een ruimteschip met aan de boord het skelet van de buitenaardse piloot. Ze nemen diens hoofd als bewijs terug mee naar hun schip. Binnenin het hoofd blijkt echter een buitenaards wezen te schuilen dat aan boord snel volwassen wordt. Noch Shusett, noch O'Bannon was gelukkig met Star Beast. Ze hadden iets nodig dat het beest uniek zou maken, en dat tevens het script zou onderscheiden van talloze B-scenario's. De inspiratie bleef echter uit, totdat de oplossing er kwam in de vorm van een nachtmerrie. In een droom zag Ronald Shusett de levensloop van het buitenaards monster. Het plaatst een zaadje in het lichaam van de mens, groeit en onsnapt uiteindelijk uit het menselijk lichaam.

Op drie weken was de outline afgewerkt. De bedoeling was een lowbudgetfilm te maken en die onafhankelijk te verkopen. Terwijl Shusett op zoek ging naar geldschieters, sloot O'Bannon zich gedurende drie maanden op om zijn scenario, ondertussen genaamd Alien, van top tot teen af te werken. Hij nam ook contact op met Ron Cobb, een politiek cartoonist, om met een aantal schetsen het verhaal te illustreren. O'Bannon was van plan zelf te regisseren, maar na verscheidene weigeringen van de grote studio's ging hij akkoord zijn naam als regisseur te schrappen. Een gemeenschappelijke vriend, Mark Haggard, overhandigde een exemplaar van Alien aan schrijver/regisseur Walter Hill, die enkele maanden voordien Brandywine Productions had opgericht met schrijver David Giler en producer Gordon Carroll. Zij hadden al 300 scripts doorgenomen en vonden dat Alien het meeste commercieel potentieel had, hoewel er nog veel werk aan was. Na een aantal weken onderhandelen, nam Brandywine een optie van zes maanden op Alien in oktober 1976. Het prijskaartje hiervoor bedroeg 1000 dollar.

Het verhaal speelt zich af in 2087, met de zeskoppige mannelijke bemanning van het ruimteschip Snark die wordt gewekt door de sprekende boordcomputer. Ze landen op de stormachtige oppervlakte van een kleine asteroïde. Drie bemanningsleden (Standard, Broussard en Melkonis) verlaten met gasmaskers het schip en vinden een derelict en het skelet van de buitenaardse piloot. De boodschap lijkt van diens toetsenbord te worden verzonden. Naast het skelet vinden ze een leeg buitenaards ei en een symbool van een piramide. Het drietal neemt het hoofd van het skelet mee als bewijs van hun vondst. Terug op de Snark blijkt dat de drie overige bemanningsleden (Hunter, Roby en Faust) een oeroude stenen piramide aan de horizon hebben ontdekt. Volgens hen is het ofwel een massagraf ofwel de buitenaardse bemanning in bevoreren hyperslaap. Een tweede expeditie brengt het eerste drietal, na een vermoeiende voettocht, aan de voet van de piramide. Binnenin vinden ze hiërogliefen, monsterachtige standbeelden en een kamer vol met lederachtige eieren. Een buitenaards organisme springt uit één van de eieren en bevestigt zich op het aangezicht van Broussard, die naar de ziekenboeg van de Snark wordt gebracht. Hierna wijkt het script weinig af van de uiteindelijke film, behalve dat de volgroeide Alien een buitensporige honger heeft en de voedselvoorraden van de Snark plundert. De hiërogliefen worden eveneens ontcijferd: ze verduidelijken de levenscyclus van de wezens: van Facehugger via Chestburster naar volgroeide Alien, die op zijn beurt eieren maakt van zijn gevangen genomen slachtoffers. In één scène vindt de laatste overlevende Roby een kamer waarin zijn collega's al half werden omgezet in eieren, waarna hij ze doodt met een vlammenwerper.

Hill was echter niet tevreden met het scenario. Hij vond het slecht geschreven en onprofessioneel, zelfs niet voldoende voor een B-film. Maar, gaf hij grif toe, O'Bannon en Shusett hadden wel een heel interessant probleem bedacht doordat dit monster niet kapot te krijgen was zonder het life-support systeem van het ruimteschip te vernielen (het monster heeft een bijtend zuur als bloed). Geen enkele studio was aanvankelijk geïnteresseerd. Daarom herschreef Hill, met het oog op een eigen regie, op drie dagen tijd de meeste dialogen. In zijn wijzigingen zijn de bemanningsleden niet al te best met elkaar bevriend, en hebben andere namen: Broussard werd Dallas, Roby werd Ripley en Faust werd Faraday. De belangrijkste wijziging echter, was de boordcomputer (vanaf nu genaamd Mother) die niet geïnteresseerd is in het overleven van de bemanning maar zich integendeel uit de strijd trekt en geïnteresseerd de afloop afwacht.

Brandywine had een first-look deal met 20th Century Fox, dat deze keer het script wel goedkeurde en ontwikkelingsgeld ophoestte in maart 1977. Om een definitief groen licht van Fox te ontvangen (wat gebeurde op Halloween 1977), schakelde Hill zijn Brandywine-partner David Giler in. Deze splitste Mother op in de onpersoonlijke boordcomputer en de zelfbewuste robot Ash die het wezen beschermt, vooral om vergelijkingen met Hal9000 uit 2001: A Space Odyssey te vermijden. Giler maakte van de crew een stelletje norse truckers in space. Twee bemanningsleden werden vrouwen, één lid werd zwart en er werd een realistische hiërarchie bedacht. Uiteindelijk kreeg elk personage ook zijn of haar finale naam, en ook de kat Jones werd op dat stadium bedacht. Er zat een (later gewiste) seks-scène in tussen Ripley en Dallas, en de twee excursies naar de oppervlakte werden herleid tot één enkele, waar ze liefst een volledige stad vinden (later gewist). De eierenkamer werd verplaatst naar het wrak, en de hiërogliefen werden geknipt. Snark werd Leviathan en later Nostromo. Het hoofd van het skelet werd vervangen door een ei, maar ook deze scène werd later gewist.

Hill verloor tijdens de talloze rewrites zijn interesse in de regie. Hill en Giler waren wel van mening dat ze zo veel aan het script hadden gewijzigd dat ze een screenplay credit verdienden. O'Bannon en Shusett hoorden volgens het duo uitsluitend in een story-credit vermeld te worden. Dit conflict werd besproken in de Writers Guild Of America, die besloot de enige screenplay-credit te verschaffen aan O'Bannon, en een story-credit aan zowel Shusett als O'Bannon. Dit kleine conflict zorgde begrijpelijk voor de nodige spanningen tussen Hill en Giler en O'Bannon.

Zonder Hill als regisseur, moest het Brandywine-team uitkijken naar een regisseur voor hun project. Hun twee eerste keuzes voor Alien waren Steven Spielberg en Brian De Palma, die echter allebei een te druk bezette agenda hadden. Andere kanshebbers waren Tobe Hooper en Ridley Scott. David Giler had op het festival van Cannes Scotts regiedebuut The Duellists gezien, en bezorgde via Sandy Leiberson een exemplaar van het script aan de Britse regisseur die vooral bekend was voor zijn 2000 succesrijke reclamespots. Scott ging echter niet meteen op het voorstel in: hij probeerde zijn project Tristan And Isolde van de grond te krijgen. Na twee maanden viel dit project in het water, waarna Scott zelf contact opnam met Brandywine. Drie dagen later werkte hij in Los Angeles aan de preproductie.

In deze fase werd voor Scott duidelijk dat het grootste probleem het uitbeelden van een geloofwaardig monster was, zodat het er niet meteen uitziet als een man in een rubberen pak. Dit dilemma hing gedurende zeven maanden als een donderwolk boven zijn hoofd. Schetsen kwamen en gingen. De redding kwam er dankzij Dan O'Bannon. O'Bannon had in augustus 1977 contact opgenomen met H.R. Giger, die voor een bescheiden som geld enkele schilderijen ontwierp voor Alien. Walter Hill vond Gigers werk echter walgelijk en smakeloos en verwierp diens ideeën. O'Bannon bleef echter aandringen en vond een bondgenoot in Scott, wanneer hij Gigers portfolio Necronomicon aan een hopeloos wordende Scott toonde. Scott viel bijna omver bij het zien van het schilderij Necronom IV: hier was zijn monster, in volle glorie. In februari 1978 vloog Scott naar Gigers thuisbasis in Zürich, en overtuigde de excentrieke Zwitser ervan de filmcrew te vergezellen op de sets in Shepperton en de special effects voor de horrorprent tot een goed einde te helpen brengen.

Giger was verantwoordelijk voor het ontwerp en de productie van het wezen in al zijn verschillende fasen. De ideale acteur die in het dure Alien-pak moest kruipen werd gevonden in de gigantisch lange, slanke Afrikaan Bolaji Badejo (even werd Peter Mayhew - Chewbacca uit Star Wars - overwogen). Giger werkte vier maanden aan de voltooiing van het pak. Nadien werd hij door Scott, Giler en Carroll gevraagd om de oppervlakte van de planeet te ontwerpen. Wanneer Giger later op de set van de film toekwam, was hij allesbehalve tevreden met de omzetting van zijn schilderijen in drie dimensies. Op dat moment nam Giger de leiding, en creëerde de onaardse oppervlakte op drie weken tijd. Ten slotte werd de Zwitser ingeschakeld in ontwerp en productie van het gehele derelict. Hier sloeg Giger erin iets unieks te verwezelijken: het derelict en de inhoud ervan zijn nog steeds het enige voorbeeld van een buitenaards vaartuig dat er werkelijk uitziet alsof het niet door mensen werd ontworpen. Andere notabele designers werden aan boord gehaald: Chris Foss voor futuristische hardware, Moebius en John Mollo (Star Wars) voor de kostuums en art directors Michael Seymour, Roger Christian en Les Dilley (beide van Star Wars-faam). Samen vormden ze één van de sterkste art departments die ooit werden samengesteld.

Om economische redenen werd beslist de opnamen te organiseren in de Londense Shepperton studio's. Het oorspronkelijke budget dat Brandywine van Fox kreeg, 4,5 miljoen dollar, bleek onvoldoende. De productiemaatschappij ijverde voor 13 miljoen dollar, maar dat was onaanvaardbaar voor Fox: Star Wars had maar negen miljoen gekost, dus dat was wat Alien kreeg. De release werd voorzien op 25 mei 1979, precies twee jaar na Star Wars, en er werd afgesproken 16 weken lang te filmen. Terzelfdertijd werkten special effects-specialisten Brian Johnson (die op dat moment ook aan Empire Strikes Back werkte) en Nick Addler in de Bray- studio's aan de visuele effecten van de productie.

Tijdens de preproductie in de Shepperton Studio's, gingen casting directors Mary Selway en Mary Goldberg op zoek naar twee actrices en vijf acteurs die de rollen van de astranouten moesten gestalte geven. De meeste rollen vertoonden geen enkel probleem: Tom Skerritt tekende voor kapitein Dallas, Ian Holm voor science officer/robot Ash, Yaphet Kotto en Harry Dean Stanton voor de engineers Parker en Brett en Veronica Cartwright voor navigator Lambert. Problemen doken op voor de personages Kane en Ripley. Voor executive officer Kane werd aanvankelijk Jon Finch uitgekozen. Na enkele dagen moesten de opnamen echter stilgelegd worden omdat Finch een aanval van suikerziekte kreeg. Hij werd vervangen door John Hurt. De rol van warrant officer Ripley was oorspronkelijk bedoeld voor Meryl Streep, die echter vriendelijk bedankte omdat het 'maar' een horrorfilm betrof. Vervolgens werd de rol aangeboden aan Sigourney Weaver (een Fox-kaderlid ontdekte haar in de Off-Broadway musical Marco Polo Sings A Song), die echter om de zelfde reden twijfelde. Op aandringen van Carroll, vloog ze echter naar Engeland voor een screen test. Scott was meteen verkocht: Weaver was de ideale Ripley. Voor haar rol ontving Sigourney Weaver 30.000 dollar.

De opnamen hoorden van start te gaan op 5 juli 1978, maar werden verplaatst naar de 25ste, om de techniekers voldoende tijd te geven de sets af te werken. Inmiddels is het algemeen bekend dat de opnamen niet aangenaam verliepen: het wezen was de ster van de film, en om die reden had Ridley Scott de neiging zijn acteurs te negeren. Zij kregen de alien in al zijn fases niet te zien tot tijdens de opnamen, om de verbazing en terreur op hun gezicht zo goed mogelijk te laten uitkomen. In december 1978 eindigden de opnamen, en kon de postproductie beginnen.

Samen met monteur Terry Rawlings begon Scott te knippen in zijn kilometers pellicule. Alle seksuele scènes werden geknipt en veel van de discussies en ruzies tussen de bemanningsleden belandden eveneens op de vloer van de montagekamer. Scott besliste ook om de suspens op te drijven door het monster zo weinig mogelijk te laten zien aan het publiek, een truukje dat hij had opgemerkt in Jaws. Wat de muziek betreft, werd er overwogen de Japanse componist Tomita in te schakelen. Omdat die echter nog nooit een filmscore had geschreven, werd er beslist een beroep te doen op Jerry Goldsmith. Giler en Carroll waren enthousiast, maar Hill was ontevreden over bepaalde thema's, die hij dan ook liet vervangen door door materiaal uit Freud en Howard Hansons Symphony 2. De film werd enkele weken voor de release voltooid.

Alien kwam in de bioscoop op 25 mei 1979, en werd een overwacht grote hit (ondanks concurrentie van onder andere Rocky II, Moonraker en Airport 1979): wereldwijd bracht de film meer dan 100 miljoen dollar op. Twee partijen beschuldigden Brandywine van plagiaat: auteur A.E. Van Vogt vond te veel paralellen tussen de film en zijn roman Voyage of the Space Beagle, en Edward L. Cahn eiste een schadevergoeding als regisseur van It! The Terror From Beyond. Brandywine nam de beschuldigingen nooit ernstig: geen van beide werd uitbetaald. In februari 1980 werd Alien afgeroepen als genomineerde film voor twee Academy Awards: één voor Art Direction en één voor Visual Effects. Alleen voor deze laatste catergorie kreeg de film het beeldje (en klopte onder andere Star Trek: The Motion Picture en The Black Hole). Later ontving Alien nog de Hugo-award van de World Science Fiction Community.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

RCV
SEED OF CHUCKY
Wanna plaaaaaaaay?
>>>