Meteen naar de tekst springen
Foto: Universal

INDEX >> KLASSIEKERS >> SPARTACUS

SPARTACUS
Gladiator pur sang

 

Jo Anseeuw | 19/03/2001


Share/Bookmark

Ridley Scotts Gladiator is in een razend tempo een moderne klassieker aan het worden. Niet alleen is het zowat de enige eventfilm van 2000 waar nagenoeg iedereen en masse naar toe is getrokken, met elf oscarnominaties heeft de film zich ook meteen bij de allergrootsten genesteld. Potentieel dan toch, en als je tenminste belang hecht aan die jaarlijkse zelfverheerlijking. Maar enkel de tijd zal uitwijzen of de film een blijvende plaats zal kunnen veroveren in het walhalla van de filmliefhebbers: de klassiekers. Slechts dan zal generaal Maximus zich mogen meten aan de enige echte onsterfelijke gladiator: Spartacus, onze klassieker van de maand.

Samen met Cleopatra en de twee Ben Hur films is Spartacus ongetwijfeld de meeste beruchte en beroemdste oudheidfilm. Cleopatra kreeg de dubieuze eer om als duurste productie aller tijden de geschiedenis in te gaan. Het was pas toen James Cameron met Titanic op de proppen kwam dat de film uit 1963 eindelijk witgewassen werd. Maar buiten de catastrofale productie en de zwaar tegenvallende inkomsten was het vooral de relatie tussen Elizabeth Taylor en Richard Burton die het publiek in spanning hield. De twee Ben-Hur films daarentegen hesen zich dankzij de grandioze actie op tot klassiekerstatus. In de film uit 1925 sneuvelden naar verluidt meer dan honderd paarden in de nu legendarische wedren. De grensverleggende stuntman Yakima Canutt zorgde voor de Charlton Heston remake uit 1959 voor een nog spectaculairdere race. Indrukwekkend genoeg om na veertig jaar terug op te duiken in de podrace van The Phantom Menace.

Spartacus, het op ware feiten gebaseerde verhaal van de gladiator die een gigantische slavenopstand leidde, is gebaseerd op het boek van Howard Fast. Superster Kirk Douglas kocht de rechten, maar toen bleek dat Fasts script niet zou voldoen, huurde hij in het geheim Dalton Trumbo in. Trumbo behoorde tot de ongelukkige club scriptschrijvers die in een onbegrijpelijke anti-communisten heksenjacht op de zwarte lijst was geplaatst. Oorspronkelijk zou de man een pseudoniem gebruiken (hij had al in 1956 met een pseudoniem een oscar gewonnen), maar later in het productieproces besliste producent Douglas om zijn echte naam op de credits te zetten. Eigenhandig doorbrak Douglas daarmee de zwarte lijst, iets waar de acteur nog steeds heel trots op is. Hij nam ook Peter Brocco aan als acteur voor een bijrol, niettegenstaande ook hij op die lijst stond. Volgens sommigen kan de film trouwens gezien worden als een linkse commentaar op de macht van de massa, terwijl ook senator en communistenjager McCarthy en zijn commitee in de rol van dictator Crassus kunnen geprojecteerd worden.

Anthony Mann werd aan boord gehaald als regisseur. De man had al heel wat succesvolle westerns op zijn naam staan en zou later nog de klassiekers El Cid en The Fall of The Roman Empire afleveren. Zijn avontuur op de set van Spartacus liep echter minder positief af. Op 27 januari 1959 begon hij aan de opnames in Death Valley voor de openingsscène van de film, maar al na amper één week had producent Douglas zwaar ruzie met Mann waarna hij hem op vrijdag de dertiende ontsloeg. Douglas belde meteen Stanley Kubrick op, waarmee hij in 1957 de verbluffende anti-oorlogsprent Paths of Glory had gedraaid. Kubrick, die later in zijn carrière zich jaren op één film zou voorbereiden, begon de volgende maandag al te filmen. Hij zou het zich de rest van zijn carrière beklagen.

Stanley Kubrick was al als jonge knaap gefascineerd door de kracht van het beeld. De zeventienjarige snotneus uit de Bronx kon als fotograaf voor Look magazine aan de slag, vooraleer hij zich op 22-jarige leeftijd op het filmmaken stortte. Voor zijn debuut-kortfilm Day of the Fight was hij zowel regisseur, cameraman als monteur. Zijn eerste kortfilm werd gevolgd door een tweede, Flying Padre, en een industriële opdrachtfilm: The Seafarers. In 1953 draaide hij met Fear and Desire zijn eerste langspeelfilm. Twee jaar later volgde Killer's Kiss, maar pas met The Killing (1955) begon zijn geniaal talent echt zichtbaar te worden, om met Paths of Glory volledig tot bloei te komen.

Spartacus zou voor Kubrick echter een keerpunt in zijn carrière worden. De 31-jarige Kubrick kreeg als ingehuurde regisseur nooit de artistieke controle waar hij later berucht om zou worden, en als jonge snotneus slaagde hij er ook niet in om het respect van de oudere filmploeg voor zich winnen. Vooral met Russell Metty, die verantwoordelijk was voor de fotografie, had hij het moeilijk. Daarenboven werd tijdens het filmen het script voortdurend aangepast zodat Kubrick zijn traditionele, tot in de puntjes voorbereide werkwijze achterwege moest laten, en moest improviseren op de set. Zijn gebrek aan zeggenschap op de set zorgde ook voor bijkomende wrijvingen tussen hem en Kirk Douglas, die opmerkte: 'He'll be a fine director someday, if he falls flat on his face just once. It might teach him how to compromise.' Voor Kubrick genoeg reden om na Spartacus Hollywood voor eens en altijd achter zich te laten. Hij zou nooit meer de controle over een film loslaten. Spartacus beschouwde hij dan ook als één van zijn minste films.

Toen de in Super Technirama 70 (waarbij 35mm film horizontaal door de camera loopt) opgenomen film werd gemonteerd, bleek het geheel echter niet te werken, zodat Kubrick verplicht was om een aantal extra scènes op te nemen. Uiteindelijk waren er 167 draaidagen nodig geweest om de epische film in te blikken. Maar liefst zes weken daarvan werden besteed aan de gigantische gevechtsscènes tussen de Romeinse troepen en het slavenleger waaraan 8500 extra's deelnamen. De nu legendarische scène waarin het Romeinse leger in schaakbordformatie voorwaarts marcheert werd naar verluidt door titel-design specialist Saul Bass uitgedacht, net als de historisch incorrecte brandende rollen.

Toen de film in 1960 in première ging, liep Kubrick nogmaals tegen een muur. De machtige Legion of Decency eiste dat verschillende scènes uit de film werden geknipt. Vooral een aantal realistisch in beeld gebrachte scènes waarin ledematen werden afgehakt konden niet door de beugel. Toen Spartacus op het publiek werd losgelaten, werd de film ontvangen als de eerste intellectuele epische film die zich eerder op ideeën dan op actie concentreerde. De film ging immers over revolutie, waarbij de slaven op het vlak van moraal stukken beschaafder afgebeeld werden dan de decadente hogere klasse. De film eindigde trouwens zeer gedurfd, want net als in Gladiator moet de held van het verhaal het onderspit delven. Maar niet zonder eerst voor de sprankel hoop gezorgd te hebben. In Gladiator vervoegt Maximus zijn vermoorde vrouw en zoon, maar redt wel eerst op zijn dooie eentje de door de senaat bestuurde republiek. In Spartacus krijgt de opstandige slaaf de dubieuze eer om net als het gros van zijn slavenleger aan het kruis te sterven. Zijn enige troost is dat zijn vrouw en zijn zoon die stiekem langs zijn kruis de stad ontvluchten tenminste in vrijheid zullen kunnen leven. Nu niet bepaald opbeurende cinema waarin de held, als hij dan toch net voor het einde van de film uit beeld moet verdwijnen, dat heroïsch mag doen. Maar uiteindelijk is de film in de hogere filmsferen blijven hangen dankzij de indrukwekkende actiescènes, de beruchte anachronismen en het feit dat de film geregiseerd werd door Stanley Kunbrick, één van de allergrootste filmregisseurs die ooit op deze aardbol rondliepen.

De 12 miljoen dollar kostende film (toen één van de duurste Hollywoodfilms) won een Golden Globe Award voor beste film en wist vier van de zes oscarnominaties in goud om te zetten: Cinematography, Costume Design, Art Direction en Supporting Actor (Peter Ustinov). Zeven jaar later werd de film opnieuw uitgebracht, maar ook toen zorgde de schaar voor een artistieke ravage: 22 minuten verdwenen in de montagekamer, waaronder de scène waarin de Varinia, de vrouw van Spartacus, hem in pijn aan het kruis ziet hangen. In de nieuwe versie leek het alsof hij al dood was. Ook de nu beroemde scène waarin Crassus (Laurence Olivier) zijn knecht Antoninus (Tony Curtis) probeert te verleiden, verdween wegens protest.

Samen met Steven Spielberg en Universal zorgde de in 1999 overleden regisseur dat gerenomeerd filmrestaurateur Robert A. Harris in 1991 de verminkte film terug in ere kon herstellen. Buiten heel wat muziek voegde Harris vijf minuten toe aan de film, onder meer de gewraakte verleidingsscène. Vermits het geluidsspoor van de scène verloren was gegaan werden de dialogen opnieuw ingesproken. Tony Curtis kwam zijn rol opnieuw overdoen, terwijl Anthony Hopkins de eer kreeg om heel even, en toch voor eeuwig, in de voetsporen van overleden Olivier te treden.

De iets meer dan drie uur durende film heeft, net als het gedachtengoed van Spartacus, de tijd met gemak getrotseerd. Volgens de hedendaagse Saving Private Ryan maatstaven is de film misschien iets te mak, iets te weinig dynamisch en ligt de wereldverbeterende (en communistisch getinte) boodschap er allemaal te dik op. Benieuwd of Gladiator het veertig jaar zal uithouden. Al dan niet met een karlading oscars.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Buena Vista
DARK WATER
Over paranoia en waterschade
>>>