Meteen naar de tekst springen
Foto: Warner Bros

INDEX >> KLASSIEKERS >> REBEL WITHOUT A CAUSE

REBEL WITHOUT A CAUSE
Legendarische James Dean

 

Mike De Munck | 05/02/2001


Share/Bookmark

In Rebel Without a Cause speelt James Dean de rol van Jim Stark, een jongeman die met zijn ouders pas in de stad is komen wonen in een poging de problemen van zijn vroegere thuis achter zich te laten. Hij leert echter al snel dat problemen de neiging hebben een mens te achtervolgen. Nieuw op de middelbare school van Dawson wordt Jim onmiddellijk met enkele onaangenaamheden geconfronteerd. Hij krijgt last met de politie, loopt een afwijzing op bij het meisje (Natalie Wood) waar hij zich toe aangetrokken voelt en raakt uiteindelijk in een tragedie betrokken die zijn hele leven zal overhoop gooien. Alle miserie op een hoopje, kortom.

Rebel Without a Cause is gebaseerd op een boek van Dr. Robert M. Lindners dat het geval van een jeudige psychopaat beschrijft die, overweldigd door allerlei geweldadige herinneringen uit zijn kinderjaren, een moord begaat. Warner Brothers had de rechten op het boek al in 1949 gekocht en oorspronkelijk was het de bedoeling dat Marlon Brando de titelrol voor zich zou gaan nemen maar het project geraakte uiteindelijk in de vergetelheid nadat er enkele serieuze problemen waren opgedoken omtrent de uitwerking van het scenario. In 1954, na het succes van films als Blackboard Jungle en The Wild One (die allebei ook al op het fenomeen van de jeugdcriminaliteit hadden ingespeeld), werd het echter opnieuw opgedolven. De regie werd toevertrouwd aan acteur/regisseur Nicholas Ray. Voor Rebel wilde Ray, die na het succes van zijn vorige film, Johnny Guitar, van Warner Brothers de volledige vrijheid had gekregen, enkel werken met jonge, onervaren acteurs, die volgens hem de enigen zouden zijn die zich met het thema van deze film zouden kunnen identificeren. James Dean werd gekozen voor de hoofdrol, een 24-jarige jongen die slechts één serieuze film op zijn actief had staan, Natalie Wood, voor wie het haar eerste grote volwassenenrol zou zijn en Sal Minneo die nog maar net zijn debuut had gemaakt als de jonge Tony Curtis in Six Bridges to Cross. Het zou de keuze van de eeuw blijken te zijn.

De openingsscène van Rebel Without a Cause toont ons James Dean op z'n best. We zien zijn personage, Jim Stark, in het midden van de straat liggen, stomdronken en verwikkeld in een aandoenlijke poging een speelgoedaapje toe te dekken met een oude krant. Een geniale improvisatie die zelfs niet eens voorzien was in het oorspronkelijke scenario. Het is een klassiek voorbeeld van de manier waarop James Dean van elk beschikbaar attribuut gebruik kon maken om het dramatische effect van zijn vertoning nog verder te verhogen. In deze film kon hij zich dergelijke improvisaties veroorloven, meer nog dan in East of Eden en Giant, omdat Nicholas Ray hem van bij de aanvang de volledige vrijheid had gegeven om het personage van Jim Stark te verkennen zoals hij dat wilde - destijds had Dean zichzelf trouwens voor een tijdje bij een jeugdbende aangesloten om zo tot een beter begrip van Starks moraliteit te kunnen komen, een ervaring waaruit hij de conclusie trok dat deze jongeren slechts het soort gedrag imiteerden dat ze kenden uit films zoals The Wild One. Dennis Hopper, die in Rebel één van de nevenrollen vertolkt, zou er later over zeggen: 'Het moet voor het eerst in de geschiedenis van de film zijn geweest dat een 24-jarige jongen, die tot dan toe eigenlijk slechts één serieuze film op zijn actief had staan, de hele boel zo goed als aan het regisseren was.'

Terwijl hij daar zo op de straat ligt, haast volledig bewusteloos, wordt Stark door de politie gearresteerd en meegenomen naar het bureau waar hij Judy (Natalie Wood) ontmoet die daar vastgehouden wordt omdat ze even voordien over de straat stond te flaneren, gekleed in een - voor die dagen - eerder onthullende outfit, alsook de neurotische Plato (Sal Minneo) die binnengebracht werd omdat hij een jong hondje had doodgeschoten (eerder uit verwarring en pure verveling dan uit echte kwaadaardigheid trouwens). Dean speelt werkelijk wonderbaarlijk in het eerste deel van deze sequentie wanneer hij, gezeten op een stoel, als een dronken koning op zijn troon de hele gang in observatie neemt. Sal Minneo is ook al niet slecht, een tikkeltje teruggetrokken en mysterieus, een houding die hij zich de hele film aanmeet maar Natalie Wood speelt eerder flauw en mat. Natuurlijk kan dit ook aan de minder goede uittekening van haar personage hebben gelegen (uiteindelijk is Judy immers slechts een klankbord voor Jim, een achtergrond waartegen zijn verhaal en dat van die andere antagonist, Buzz, wordt geprojecteerd) maar het is gewoon een feit dat ze in deze film gewoonweg helemaal niet zo goed staat te acteren.

Wanneer Dean uiteindelijk van zijn troon neerdaalt, eerst om na te gaan of hij misschien Plato met iets kan bijstaan - een voorproefje van de dingen die komen, waarbij het verhaal aantoont dat Jim Stark nog iets goeds in zich draagt - en dan om te worden ondervraagd door de politie, valt zijn prestatie spijtig genoeg een tikkeltje terug, nog steeds goed genoeg maar bijlange niet meer zo briljant als tijdens die eerste paar scènes. In plaats van langzaam aan uit zijn dronkemansroes te ontwaken lijkt hij in een oogwenk te verspringen van stomdronken naar helemaal nuchter. Het is maar al te duidelijk dat deze scènes werden opgenomen met een interval van een paar dagen, allicht de reden waarom Dean er niet meer in slaagde de juiste stemming op te wekken voor het vervolg van de sequentie. Geen probleem echter. Naarmate het verhaal vordert, wordt hij opnieuw een heel stuk beter.

Terwijl zowel Jim als Judy door hun ouders op het politiekantoor worden opgehaald (verschrikkelijke stereotypering trouwens, zeker in het geval van Jims bazige moeder, zijn zo mogelijk nog bazigere grootmoeder en zijn ruggengraatloze vader - de enige ontgoocheling eigenlijk in dit uitstekende scenario), wordt Plato opgepikt door de huishoudster van zijn immer afwezige ouders. Het tafereel toont ons precies waarom Plato nog gevoeliger is dan Jim en Judy en het verklaart perfect waarom hij verderop in de film hun gezelschap opzoekt en hen uiteindelijk als zijn surrogaatouders gaat zien.

De volgende dag, de eerste op zijn nieuwe school, probeert Jim tijdens een educatieve uitstap naar het observatorium in Griffith's Park contact te zoeken met de bende waar Judy toe lijkt te behoren. Hij laat zich overhalen om na afloop van de voorstelling op het parkeerterrein met Buzz (Corey Allen), de leider van de bende, een messengevecht te houden. In wat later een absoluut klassieke scène zou worden, draaien de twee als roofdieren rond elkaar. Inzet van het gevecht is ongetwijfeld de aandacht van Judy, al tracht Buzz het af te doen als een soort initiatieritueel ten einde zijn onzekerheid tegenover de rest van de bende te verbergen.

Onverwacht wint Jim het gevecht maar nu wacht hem nog een andere uitdaging. Buzz tracht hem te overhalen tot een nachtelijke beproeving die erin bestaat met een gestolen auto op een afgrond boven de Stille Oceaan af te razen. Jim aarzelt en gaat naar huis om zijn vader om raad te vragen. Het is een breekpunt in de film, het moment waarop zijn ouders de mogelijkheid wordt geboden de neerwaartse spiraal te stoppen en een schijnbaar onvermijdelijke tragedie te voorkomen. We zien echter hoe ze weigeren hun eigen verantwoordelijkheden onder ogen te zien (de oorlog is immers voorbij, er is genoeg eten dus waarom zou er nog een probleem moeten zijn?) en hoe ze Jim, een verwarde jongeman die eigenlijk niets anders wil dan een vader om op te steunen, volledig aan zijn eigen twijfels overlaten, een houding waarmee ze zijn interne wrijvingen ongewild nog versterken. Jim stormt het huis uit en ontmoet Buzz bij de kliffen die daar in het gezelschap van Judy, Plato en de rest van zijn bende schijnbaar al een tijdje zit te wachten. Let eens op de volgende dialoog en treedt binnen in de verveling van een volledige generatie. Blijkbaar is er nog altijd niets nieuws onder de zon: Buzz: 'You know something? I like you. You know that?' Jim: 'Why do we do this?' Buzz: 'You got to do something ... now don't you?' Zowel Jim als Buzz gaan ter plaatse de uitdaging aan en stormen in een gestolen auto op de afgrond af. Wanneer Buzz echter uit zijn voertuig wil springen, raakt hij met zijn shirt beklemd tussen het autoportier en stort hij mee naar beneden, de afgrond in.

Bij zijn thuiskomst weigeren Jims ouders andermaal hem hun steun uit angst bij het hele gebeuren betrokken te raken en mogelijk opnieuw te moeten gaan verhuizen. Ze raden hem zelfs af zichzelf bij de politie aan te melden. Het klassieke rollenpatroon wordt als het ware op zijn kop gezet waarbij Jim de rol van opvoeder krijgt toebedeeld en de verhouding met zijn vader op een pijnlijke manier wordt blootgelegd. We zien James Dean hier trouwens als een volleerde method-acteur uit zijn enorme reservoir van persoonlijke ervaringen putten. Met overslaande stem maakt hij er op deze manier één van de topscènes van uit deze film.

Opnieuw loopt Jim woedend naar buiten waarbij hij deze keer zijn vader zelfs op de grond werpt (het is voor iedereen nu wel duidelijk dat er definitief iets gebroken is en Jim nu voor altijd op eigen benen zal moeten staan). Opgejaagd door de bende van Buzz vlucht Jim samen met Judy naar een leegstaande woning in de buurt van het planetarium, waar ze ook Plato tegen het lijf lopen. Jim wordt er geconfronteerd met zijn demonen (zowel de innerlijke als de externe) en neemt uiteindelijk samen met Judy zijn verantwoordelijkheid op tegenover Plato (die hen beiden ondertussen als zijn surrogaatouders is gaan zien), iets waar zijn eigen ouders zich tegenover hem nooit hebben kunnen toe brengen. Dan slaat het noodlot nogmaals toe. Nicholas Ray toont ons hoe de eigenschap om foutieve inschattingen te maken blijkbaar van generatie naar generatie kan worden doorgeven, niet altijd in dezelfde vorm misschien maar blijkbaar wel altijd met dezelfde uitkomst: iemand of iets wordt gekwetst.

Een kleine opmerking hier toch. In de scène waar Plato ongelukkig wordt neergeschoten, hebben blijkbaar noch Nicholas Ray, noch James Dean de sokwissel opgemerkt die Sal Minneo heeft ondergaan. Terwijl hij bij de eerste opnamen een schoen aan zijn rechtervoet draagt (rode sok) en een blauwe schoen zonder sok aan de linker (een beeld dat hier gebruikt wordt om de innerlijke verwarring van Plato nog eens visueel te beklemtonen) zijn de sokken tijdens de volgende shots op mysterieuze wijze van voet verwisseld. Een klein foutje eigenlijk maar toch nog al zichtbaar, gezien het belang van de twee verschillende sokken.

Ondanks het feit dat Jim van zichzelf vindt dat hij Plato in de steek heeft gelaten, net zoals zijn eigen vader dat eerder met hem heeft gedaan, komt er uiteindelijk toch nog iets goeds uit deze hele zaak. Jim gaat immers inzien hoe moeilijk het is verantwoordelijkheden te dragen en op zijn beurt gaat zijn vader, geconfronteerd met het drama, voor het eerst een poging ondernemen het gedrag van zijn zoon te begrijpen. Waarom dit eerder hoopvolle einde kan een mens zich dan afvragen? Niet omdat het zo hoort in grote Hollywood-films (zoals we reeds al te vaak hebben gezien) maar omdat de ervaringen van James Dean met jeugdige delinquenten zowel hem als regisseur Nichalos Ray ervan overtuigd hadden dat ze tegenover deze jongeren een morele verantwoordelijkheid hadden en hen dus een alternatief moesten tonen. Vandaar dus het verzoenende einde.

Rebel Without a Cause werd niet alleen een legendarische film dankzij het ijzersterke scenario en het charisma van zijn hoofdrolspelers. Ook de vroegtijdige dood van een heel aantal leden van de cast spreekt bij veel mensen tot de verbeelding en verdient hier zeker een vermelding. De eerste die het tijdelijke voor het eeuwige inruilde was James Dean zelf. Nauwelijks drie dagen voor de wereldpremière van Rebel, op 30 september 1955, reed hij bij een inhaalmanoeuvre op weg van Los Angeles naar Salinas op een kruispunt in de buurt van Cholame om 17.59 uur precies met zijn Porsche Spyder (waarmee hij aan een race wilde gaan deelnemen) frontaal in op de Ford van Donald Turnupseed. Turnupseed kwam er van af met een hersenschudding en wat schaafwonden. Jimmy's passagier, zijn onderhoudsmecanicien Rudolph Wutherich, van wie hij de wagen had gekocht, werd weliswaar uit de wagen geslingerd maar overleefde ook al de crash. James Dean zelf daarentegen zat gekneld in het wrak van de auto met een gebroken nek en talloze andere gebroken botten. Hij was amper 24 toen hij kort na het ongeluk overleed. Postuum kreeg Dean trouwens een oscarnominatie voor de beste mannelijke hoofdrolspeler en won hij de publieksprijs voor de beste acteerprestatie van het jaar.

Na James Dean kwamen ook de twee andere hoofdrolspelers uit deze film op een gewelddadige manier aan hun einde. Natalie Wood verdronk op 43-jarige leeftijd tijdens een zeiltochtje met haar man, de acteur Richard Wagner en dit in uitermate duistere omstandigheden. Niets echter in vergelijking met hetgeen Sal Minneo overkwam. Hij werd doodgestoken in een achterbuurt van Los Angeles (achterin een steegje op Holloway Drive waar later een blok parkeergarages verrezen). Hij werd slechts 37 jaar. Zij zijn echter niet de enige acteurs uit Rebel die vroegtijdig stierven. Nick Adams, die de rol van Cookie voor zijn rekening nam, stierf ook al op 37-jarige leeftijd na zelfmoord te hebben gepleegd en William Hopper stierf in 1970, slechts 55 jaar oud.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

KFD
VERMIST
Hollywood op z'n Vlaams
>>>